14-10-'45
Het is zondag en het grote moment is aangebroken. We vertrekken
de wijde wereld in. Ver van ons land, naar Ned. Oost Indië.
Onder groot enthousiasme der Sittartse bevolking vertrekken
we om zes uur met de trein naar Calais. Het is al donker als we
de Nederlands -Belgische grens overschrijden. De trein heeft
een goed vaartje. De stemming onder de jongens is goed. Tegen
een uur of tien begin het rumoer wat te stommen en een paar uur
later zitten ze tegen elkaar onder een dikke deken.
Nederland heeft zich van de beste kant laten zien. De wagons
zijn oude wagens. Derde klas coupés met houten banken. De meeste
ruiten zijn verdwenen. Hier en daar zijn ze dicht getimmerd met
triplex. Zo rijden de Nederlandse oorlogsvrijwilligers door een
koude nacht van half oktober. Midden in de nacht stoppen
we in Brussel en daar worden we getrakteerd op heerlijke warme
thee. We houden hier een half uur rust.
Ondertussen komt er nog een trein binnen met het regiment
Jagers, die van Utrecht kwamen. Na een uurtje liggen we allen te
slapen. De trein rolt verder de donkere nacht in.
15-10-'45
We worden al heel vroeg van de kou wakker. We kijken
nieuwsgierig het raampje uit. Waar zouden we zijn? We kunnen
het niet uitvissen. Rond half zeven komen we een
grote stad binnen. Ondertussen is het al wat licht geworden.
Rond de stad zien we grote bunkers. Sommige in puin. De
huizen in de buurt er van zijn zwaar beschadigd.
Waarschijnlijk is dit het droevige beeld van de
luchtaanvallen.
Spoedig zien de we haven. De trein rijdt ons nog een eindje
verder. Hij stopt voor een doorgangskamp. We kunnen
uitstappen. Vlug gaan we in ons peloton staan. Het appél
verloopt vlot. Niemand is achtergebleven.
De microfoon staat te schreeuwen naar de officiers, dat zij
zich moeten verzamelen. Tien minuten later kunnen we
"afhangen" en onze spullen op de kribben leggen.
Eerst konden we ons gaan wassen en scheren. Daarna gingen we
eten. We weten niet hoelang we in dit kamp moeten blijven.
Drie
uur later komt het bericht"omhangen" en we
marcheren naar de haven. Om tien uur vijftien verlaten we de
haven met het Engelse schip "Biaritz". De zee is
vrij kalm. De Engelse kust kun je al heel ver door de
witte krijtrotsen zien.
Om 11.45 uur Europese tijd stappen we in Dover aan land. Het
eerst wat we doen is de klok een uur vooruit te zetten. De
trein is gelukkig heel dichtbij. Voor we de coupé
binnen stappen krijgen we ieder nog twee boterhammen met
worst. De trein is veel beter als die in Europa. We zakken
tot onze oren in de kussens. De tocht gaat door velden,
dorpen,en lange donkere tunnels. Om half zeven stopte de
trein en konden we uitstappen. We stelden ons op en al zingend
marcheerden we het dorp Wokingham uit. Na drie kwartier
komen we doodmoe in een kamp aan Ze wijzen ons onze
kwartieren toe.
Na
het eten kruipen we in onze kribben en weldra slapen
we als een roos.
18
oct.'45
De ligging in het kamp is zeer goed. Het eten oké. We
verwisselen onze oude spullen met nieuwe. Wat we tekort
hebben wordt aangevuld. Ook de tropenuitrusting komt
voor de proppen. Overdag doen we nog steeds exercitie en
marcheren. 's Avonds zijn we vrij. We kunnen dan naar
Wokingham en Reading. Engeland valt wel tegen. Hier ziet men
pas hoe goed het in Nederland is. De café zijn nog kleiner
als bij ons de grootste kroegen. De kinderwagens
en auto's zeer ouderwets. Misschien dat dit in de grote
steden anders is.
24 oct.'45
We staan klaar voor vertrek. Er is bericht binnen gekomen
dat we spoedig zullen vertrekken Onze bestemming is
onbekend.
27 oct.'45
De dag van vertrek is aangebroken. Het is vijf uur. Een
lange stoet jongens gepakt en gezakt gaan vol goeden moed op
stap. We moeten een uur marcheren, voordat we in
Crouthome zijn waar we op de trein gaan. Het reizen was weer
piekfijn in orde. Fijne wagons met zachte kussens. Om half
tien kwamen we in Southampton. Hier gingen we aan boord
van de" Nieuw Amsterdam". Neerlands grootste
schip. Het schip ligt al onder stoom. Om tien uur moeten we
naar bed. Moe van het reizen slapen ze alle spoedig.
28
oct.'45
Drie verschillende stoten deden ons wakker schrikken. Even
een vreemd gevoel. De machines stampte en we weten weer dat
we op de boot waren. Snel kleden we ons aan en
gingen het dek op. Het regende. De boot voer langzaam de
haven uit. Waarnaar toe , we weten het niet.
's
Middags begint het schip te schommelen. Sommigen
krijgen een raar gevoel in d'r maag en eer het avond is
hangen er honderden over de reling en spoelen hun maag leeg.
Met dit al kwam nog dat ons peloton de eerste en beste
avond op zee al op wacht moest. Dit liep geheel in duigen.
Enkelen kwamen helemaal niet uit hun kooi. Anderen
stonden nog geen drie minuten op post of ze renden al naar
de reling Onze luit hebben we de gehele nacht niet gezien.
Alleen kapitein Koppenol was aanwezig ondanks dat ook
hij de zeeziekte te pakken had.
30 oct.'45
De zee is rustig. Waarschijnlijk zullen we de straat van
Gibraltar van avond passeren. De jongens staan vrolijk op
het dek. De zeeziekte is over en het mijnengevaar is
voorbij. Twee keer kunnen we 's middags de punt van Portugal
zien. Om vijf uur bereikten we Gibraltar. We passeren een
paar oorlogsbodems en we strijken de vlag.
3 nov.'45
Port Saïd in zicht. Dit was de roep, toen we 's middags uit
de eetzaal kwamen. Alles kwam de hutten uit en verdrong zich
langs de reling.
Ook hier zien we de verschrikkingen van de oorlog. Voor de
haven liggen enige gezonken schepen. De mast en een boeg
zijn nog te zien. Waarschijnlijk is dit nog de uitwerking
van de Duitse luchtaanval in 1941. We varen nu langs een
hele lange pier. Oor het eerst in ons leven zien we echte
palmbomen in de wilde natuur. De bevolking wuiven ons
hartelijk toe. Het is fijn dat zij ons ook als hun vrienden
beschouwen. Een eind naast de pier liet ons schip het
anker vallen en werd de boot vastgelegd. Binnen drie minuten
waren omringd door kleine bootjes of liever gezegd,
drijvende winkeltjes. Je kon van alles kopen, maar het
was vreselijk duur. Het was een geschreeuw van jawel. Ook
zagen we nog enige zwemmers die heel handig munten wisten op
te duiken. Om drie uur kwam het bevel dat we onze Europese
kleren moesten verwisselen met de tropenpakken. Nu voelde we
ons echt in de tropen.
De lucht was helder blauw en de zon scheen erg warm. 's
Avonds zagen we de mooie verlichting van de stad, maar
jammer mochten we niet van het schip af.
4
nov'45
's Morgens om zes uur vertrekken we weer uit de haven van
Port Saïd en gaan we het Suezkanaal in. We varen met een
maximum snelheid van 10 miles. Het kanaal is heel smal.
Ons schip kan er maar net door. In verband met de dieptegang
van het schip hebben we in Port Saïd niet getankt. Langs
het kanaal loopt een weg, spoorbaan en een lange
pijpleiding. We passeren nog een kamp met militairen. De
begroeting was geweldig.
Alles
stond te dansen en zwaaien. Ze riepen dat we verkeerd
voeren. We moesten naar Engeland. Indië no good! We riepen
terug "Over twee jaar!" De inlanders waren ook
heel vriendelijk. Op verschillende punten langs het
kanaal lagen tussen station met er om heen een dorp. In een
van de dorpen stonden een heleboel mensen langs de kant. Ze
zwaaiden met de Nederlandse vlag. Dit was een ontroerend
gezicht. De Nederlandse vlag ver van het moederland. De
begroeting was ontzettend. Pakjes sigaretten en
chocolade vlogen naar de wal als dank voor hun begroeting.
Om
half zeven waren we het Suezkanaal uit. We wierpen het anker
uit voor Suez. Waar we de nacht doorbrachten.
11 nov'45
Een volle week varen we nu al op de Indische oceaan. We zien
niets dan water en lucht. Voor ontspanning wordt goed
gezorgd. Elke week hebben we film en twee keer dansen.
We zitten hier met achthonderd koppen. Hieronder zijn ook
dames van de nica de Marva. Verder II-6RI, I-8RI-I II RI en
de Jagers en dan nog Kon.Marine en Nica. Vanavond rond negen
uur wordt er plotseling geroepen" Man over boord"
Direct stampen de machines op volle toeren en de boot
draait om. Door de microfoon komt het commando dat we
ogenblikkelijk aan moesten treden voor appèl. Gelukkig
wordt er niemand vermist. Iemand had waarschijnlijk
aardigheid gehad om te roepen. Na een half uur varen we weer
verder. Nog een nacht en we zien weer land.
13 nov'45
Het is 's morgens half zeven. Langzaam varen we de
oorlogshaven Tricomalie binnen. Dit is gelegen op Ceylon.
Hier gaan de eerste troepen aan wal. Het zijn de
Marva's. Na een droevig afscheid met de officieren gaan ze
aan land. Wij weten nog steeds niet waar en wanneer we aan
land gaan.
17 nov.'45
De boot ligt stil voor de kust van Malakka. Hier worden II
RI, de Jagers en de Nica heren aan land gezet. Onder het
spelen van het Wilhelmus varen de landingsschepen weg.
II-6RI en de Marine zijn nu nog alleen op het grote schip.
19nov'45
We zijn weer een eindje verder gevaren door de straat van
Malakka. De tocht gaat nu maar langzaam. Wegens mijnengevaar
hebben we om acht uur halt gehouden. Om twaalf uur komt de
loods aan boord en varen we verder.
Nauwelijks gaat het schip op volle toeren of er wordt
geroepen" Man over boord". Een jongen van de
stafcompagnie van ons bataljon is overboord gesprongen.
Direct stopte de boot. Een reddingsboot vliegt omlaag.
Ondertussen gooien de jongens wel meer dan dertig
reddingsgordels in zee, maar hij wil ze schijnbaar niet
hebben, want hij zwemt rustig weg. Binnen drie minuten gaat
de reddingsboot met een vaartje door het water en hebben ze
hem spoedig opgepikt. Het is werkelijk verbazend snel hoe de
bemanning klaar is voor de start. De jongen is van het
laagste dek gesprongen, dat zeker nog zes meter boven
water laag. Hij leed aan heimwee. Nu is hij opgenomen in het
hospitaal en zal weer terug keren naar huis. Gelukkig heeft
hij het er goed van af gebracht. 's Avonds om vijf uur komen
we in de haven van Port Swettingham waar we de nacht
doorbrengen. De laatste nacht, want morgen gaan we van
boord.
20
nov'45
's Morgens om acht uur staan we aangetreden. Vol goede moed
stappen we de landingsboot in. We kijken eens omhoog.
"Oei, wat een hoogte." Het is net of we nu in
een roeibootje zitten. Het schip vertrekt. Met een flinke
vaart snelt het door het water. Na drie kwartier liggen we
aan. We gaan aan land en vijf minuten later zitten
we al in auto's en weer verder gaat het. Eindelijk na drie
en twintig dagen zijn we dan aan land. De zon staat
hoog boven ons hoofd en we voelen de felle stralen ervan.
Voor het eerst zien we dan de kokosnoten en bananen groeien.
Wat
een verschil. In Holland zijn ze onderhand al vergeten
hoe ze er uit zien en hier groeien ze zomaar in het wild. De
chauffeurs zijn Brits-Indische soldaten. Onderweg
rijden we met onze wagen nog een inlander onderste boven.
Dit is al een goed begin. Hij had een flink gat in zijn
hoofd en been. Gelukkig leefde hij nog. Om drie uur
komen we eindelijk op de plaats van bestemming. Morib-Beach
heet het. Het is een kamp. Twee stenen gebouwen en
verder vier barakken door de Jappen gebouwd. Het ligt vlak
aan zee. Met de warmte valt het best wel mee. We
beginnen maar meteen met ons kwartier in orde te maken.
Om negen uur kruipen we voor het eerst onder een
muskietennet en slapen als een roos op de houten planken.
21
nov'45
De reveille doet ons wakker schrikken. We strekken onze
stijve ledematen eens uit. Het is niet meegevallen om op
harde vloer te slapen.
De dienst wordt bekend gemaakt.
6.30 Appèl en pity (zwemmen)
7.30 eten
8.00-11.30 Corvee
12.30 eten
1.30-3.30 rust
3.00-3.30 wapeninspectie + pillen slikken
5.30 eten
Voor het eerst kunnen we weer eens lekker in de zee zwemmen.
De corvee bestaat uit het maken van wegen en kanaaltjes voor
het afvoer van het vele modder meten we eerst palen
leggen en daar overheen ijzeren matten. 's Avonds om vijf
uur hangen we onze klamboe weer op en trekken de lange
broek aan. Dit is voor het malariagevaar. Om negen uur
moeten we ons ten rusten begeven en slapen we weer op de
harde vloer.
25 nov'45
We beginnen al wat te wennen aan het leven in de tropen.
Vanavond moeten we op wacht. Met zestig man maar liefst.
Volgens de officieren zijn Chinezen hier niet te
vertrouwen. Voor het grootste gedeelte zijn het communisten.
We staan 's nachts met dubbele posten. Twee uur lang. Dan denken
we terug aan Holland waar we nog steeds niets van gehoord
hebben. Hoe lang zullen we nog op de post moeten wachten?
26 nov'45
Om vijf uur is gelukkig de wacht afgelopen. We gaan vroeg
naar bed, want we hebben een slapeloze nacht achter de rug.
Om achter uur worden we wakker gemaakt. Er is post uit
Nederland. We rennen de klamboe uit en springen ….(.hier
zit een gat in bladzijde…) De luitenant deelt de post….(gat
in blad) De jongens zijn dolgelukkig. Voor twee jongens was
er slecht nieuws. Een zijn vrouw ..( gat in bladzij…) en
van de ander maakt het meisje het uit. Dit is een harde
slag voor hen. Hier zo ver van Holland en dan zo iets.
1
dec'45
Heel vroeg in de morgen worden er schoten gelost. Een
inlander op een ossenwagen geeft geen acht op het bevel om
halt te houden en wordt zonder pardon neergeschoten
door de wacht van de eerste compagnie. Het leven gaat hier
nu zijn gewone gangetje. We zijn nog steeds bezig met
het kamperdement in orde te maken. 's Avonds hebben we voor
het eerst film. Het is een Engelse detective film. Jammer
kunnen de meeste jongens hem niet volgen want er wordt
heel veel Engels in gesproken..
5 dec'45
Het is nu St.Nicolaasavond. We zitten in de barak van het
eerste en tweede peloton. Er is een primitief podium in
elkaar getimmerd. De majoor heeft de leiding en doet
het openingswoord. Dan komen er twee zwarte pieten op.
Ze hebben een grote verrassing voor ons in de zak
zitten. Post uit Nederland. Een gejuich gaat op. Vlug worden
de brieven uitgedeeld. Onder de pauze krijgen we
oliebroodjes met chocolademelk. De avond was werkelijk
prachtig. We sloten het met het zingen van 't Nederlandse
Wilhelmus en een driewerf hoera voor onze koningin.
10 dec'45
Deze week is dan de training begonnen. We hebben weer schiet
oefeningen gehad. Vandaag stond er velddienst op het
programma."sectie in de aanval". Goed
gecamoufleerd gingen we voorwaarts. We sprongen van boom tot
boom. Soms liepen we tot ons middel in het water. Dan
lag je weer languit in de modder. Toen de dienst geëindigd
was zagen we er uit als varkens. Van boven tot onder vol met
modder. Geen nood, want we waden met onze kleren en al
door de zee. Zo was het vuil er gauw van af. We verkleden
ons en vier uur later waren onze natte spullen weer
droog.
11 dec'45
De stemming onder de jongens is slecht. Verschillende hebben
brieven gehad waarin moeders en vrouwen nog niet genoeg geld
hebben gehad. Verder wordt er veel gekankerd op de
dienst. Er wordt geklaagd dat ze geen tijd hebben om hun
kleren te wassen en als laatste dat de Engelse ons niet
naar Ned. Indië laten gaan.
14 dec'45
Vanavond hebben de onderofficieren het weer is begaaid. Ze
hebben rum gehad en waren erg zat. Het was half twaalf toen
ze op onze zaal kwamen. Maakten veel lawaai. Op het
laatst stonden er een stuk of zes jongens rond hun heen. De
sergeants deelden maar sigaren uit. Sommigen kregen er
een stuk of vier. Na een half uur lawaai schoppen kregen ze
hun eindelijk naar bed. Daar werden nog wat van die ruwe moppen
verteld. Dit waren nu onze sergeants. Goed voorbeeld doet
goed volgen.
15 dec'45
Vanavond waren de jongens echt oproerig. De hele avond waren
ze al bezig geweest met gekheid verkopen. Plotseling kwam de sergeant-majoor
de kamer op stormen en schreeuwde dat we stil moesten zijn.,
want de andere jongens konden zo niet slapen. Maar ze gingen verder.
Er vlogen schoenen door de zaal en op het laatst kwam het op
vechten. Weer stormde de majoor de zaal op en schreeuwt dat
als we niet ophouden we strafexercitie zouden krijgen.
Sommige jongens begonnen te grinniken. Toen de majoor weg
was begon het weer opnieuw.
Vijf minuten later komt de majoor gevolgd door de sergeants
de kamer opgestormd. "Aankleden en omhangen" Daar
heb je het al, strafexercitie. Stil gaat het van mond
tot mond, "blijven liggen". Niemand gaat eruit. De
Majoor loopt langs de bedden en als een bezetenen trekt
hij aan de klamboes. Maar niemand staat er op. Ze
worden zo woedend, dat ze een jongen uit zijn bed trekken.
Ongelukkiger wijs had hij daar voor wat veel sterke
drank gebruikt. Hij schopte et zijn voeten in het rond en
schreeuwt "Ik ga er niet uit, al komt de
grootmajoor en zijn kornuiten". Tenslotte komt er de
wachtcommandant er aan te pas die door zijn rustige houding
de zaak spoedig meester is, maar de jongens gaan er
niet uit. Tenslotte worden de drie hoofddaders uit bed
gehaald en krijgen de hele nacht dwangarbeid. Van de zaak
wordt rapport opgemaakt. De jongen die gezegd had dat hij
weigerde om uit bed te komen moet voor de krijgsraad komen.
In deze avond hebben de onderofficieren hun onmacht
eens laten zien. Ze waren zeker bang, dat we hun zouden
verraden wat ze gisteren zelf gedaan hadden.
17 dec'45
De wacht zit er weer op. We hebben ons weer wat opgefrist.
Om zeven uur hebben we film. Dit is pas de tweede keer
zolang als we hier zijn. Het is een leuke film. We
hebben echt genoten.
- 18
dec'45
Vandaag is er een generaal en een kolonel op bezoek
geweest. Het was generaal Ilgen en kolonel van der Waal
van de KNIL. Hij vond de stemming en vaardigheid van
II-6RI prachtig. Vandaag hebben we de eerste photorollen
kunnen kopen. Ze kosten maar liefst tien dollar.
Direct maken we de eerste foto's van de tropen. Op foto
3 staan van links naar rechts:sold. Salomé, korp. Lips,
korp. Van Wijmeren, serg. Michelsen, korp. Meulen,
lieut. Nauta, sold. Van Esschoten en sold. Schaepkens.
Dit is een mooie herinnering aan de tijd in Morib-beach.
19 dec'45
De stemming onder het regiment wordt steeds slechter.
Sommige noemen het hier al Buchenwald. We mogen het kamp
niet uit. Overdag moeten we de laatste tijd niets
anders doen dan sloten graven. Er wordt daarover veel
gekankerd. In de stafcompagnie is het op een schietpartij
uitgelopen. De korporaals hadden een grote mond tegen de
soldaten. Ze dachten dat als strepen hebben alles
mochten maar dat viel tegen. Er werd er met de sten
onder gerammeld. Gelukkig gebeurde er geen ongelukken.
De korporaals zingen nu daar wel deuntje lager.
23 dec'45.
Het is Zondag en omdat we het kamp niet uit mogen,
hebben ze voor vanmiddag maar een sportwedstrijd
georganiseerd. In het begin hadden de meeste er
niet veel zin in, mar toen we eenmaal bezig waren, kwam
de stemming er in. Het ging sectiegewijs. Die sectie die
het hoogste aantal punten haalden was winnaar en
kreeg een kistje sigaren. We moesten hardlopen, hoog en
ver springen, handgranaatwerpen en brenloop. Als
slot hadden we een estafette in pelotonsgewijs. Deze
werd door ons peloton gewonnen. De eerste had onze
sectie de eer om met de prijs te gaan slepen.
-
- 24
dec'45.
Het is daags voor Kerstmis. Vanavond hebben we een
kerstrevue. Om zes uur begint het. We hebben een
primitief podium in elkaar geslagen en de
verlichting was een oude lamp met accu en een paar
petroleum lampen. Als kerstboom hadden we wat
opgeduikeld wat er heel veel op leek. De rest werd
opgeluisterd met palmblaren. Het eerste nummer was het
zingen van het "Stille Nacht". Onder de rust
kregen we oliebollen en vijgen met rum. De avond
werd besloten meet het Wilhelmus en een driewerf hoera
voor onze koningin.
25 dec'45
Kerstmis. Dit is de eerste die we bij 6RI vieren en dan
nog een kerstmis waar je overdag loopt te zweten. Wie
had dat verleden jaar kunnen dromen. Om half zes
hadden we reveille. Half zeven eten en om zeven uur
aantreden. Om ongeveer acht uur stapten ons gehele
bataljon in een dertigtal grote trucks om ons naar
Klang te rijden waar wij het kerstfeest zullen vieren.
De tocht duurt twee uur. De weg was zeer slecht en
we schommelden van de ene naar de andere kant. Om tien
uur kwamen we in Klang aan. Hier stond een heel aardig
missie kerkje waar we de gezongen heilige mis
bijwoonden. Het kerkje was propvol. Ongeveer zeshonderd
militairen. Dit was de eerste keer in de geschiedenis
dat er zoveel blanken in het kerkje waren. Na de
mis hadden we ontbijt bij de zusters. De tafels waren
keurig gedekt. Hagelwitte tafellakens. Kop en
schotels. Oh, het deed je weer goed om weer zo'n
huiselijke sfeer om je heen te voelen. 's Middags
mochten we het stadje in. Dit is een echt Chinees
stadje. De winkeltjes stonken naar rotte vis. Om half
vijf gingen we weer terug naar het kamp. We allen waren tevreden
over deze mooie, onvergetelijke dag.
31 dec'45
De laatste dag van het jaar. Een jaar dat we eindige ver
van ons vaderland. Het moreel van onze troep gaat de
laatste dagen met grote schreden achteruit.
Militaire-oefening krijgen we niet meer. Vier dagen
moesten we zand rijden of blikjes oprapen. Soms is het
zo erg dat we die dingen tussen de mesthopen er uit
moeten halen. Hier kruipen dan de maaien en
strontvliegen overheen. Dit is het werk van de Nederlandse
soldaten op Malakka. De vijfde dag mogen we op wacht.
Dit is vandaag ook weer het geval. We zullen dit jaar
vieren op wacht.
Hopelijk brengt 1946 ons weer terug naar het vaderland.
We hebben orders gekregen dat het verboden is om twaalf
uur te schieten. Om 12 uur vielen er toch schoten,
maar gelukkig niet door de wacht.
|