Dagboek 3-2-6 RI veteraan ( deel 2 )

1 januari 1946
Het lawaai van de schoten sterft langzaam weg. Een nieuw jaar is begonnen. Een jaar van onzekerheid. Waar zullen we terecht komen. Het wordt al veel zekerder dat we naar Indië gaan. We zullen binnen kort gereorganiseerd worden. We worden dan Infanterie. Uitgerust met vijftien carriërs en pantserauto's. Maar dit alles ligt nog pas in de toekomst. We zullen moeten afwachten wat er van terecht komt.


7 januari 1946
Vandaag zijn er een sectie Schotse Hooglanders in ons gebouw gekomen. Waarschijnlijk blijven ze hier vier weken Het zijn geschikte kerels. Verschillende van hen waren in Normandië geweest. Twee van hen hadden in Breda gevochten. Vanavond hebben we een revue van de tweede compagnie voor de vierde compagnie. Het was zeer leuk. Er waren verschillende goede spelers.

18 januari 1946
Maandag 14 januari zijn we met een zes-weekse jungletraining begonnen. Van 's morgens zes tot vijf minuten over twaalf en van half drie tot vijf uur. Eens in de week hebben we er nog een nachtoefening er bij. Nu zit er weer een goeden stemming in de jongens. De wacht is nu terug gebracht op de sterkte van een peleton, zodat we nu niet zo dikwijls op wacht hoeven. Dinsdag hebben we een speeds mars gehad. Zes miles in drie en veertig minuten op het heetst van de dag.

27 januari 1946.
Vandaag is ons eerste slachtoffer gevallen. Om vier uur kwam het treurige bericht dat een van onze jongens vermoord was door onbekende daders. Hij had een steek gehad op zijn sleutelbeen en een in zijn strot. Wie de daders zijn is nog steeds een puzzel. De militaire politie is nu druk aan het rondneuzen. Zeer waarschijnlijk heeft hij een of andere streek uitgehaald. Het was al lomp van hem om zonder enig vuurwapen geheel alleen op stap te gaan. Morgen wordt hij al begraven. Hij is van het zelfde peloton als mij persoontje, daarom  hebben we moeten oefenen tot half negen toe. De dodenmarsen en het vuren boven het graf.

28 januari 1946
Bij het ondergaan van de zon ging er een treurige stoet door Klang. De laatste hulde werd gebracht voor een gevallen kameraad. Langzaam ging het naar het kerkhof. Hier duizenden kilometers verwijdert van zijn ouders werd hij begraven. De laatste saluut schoten sterven weg in de schemering. De eerste van ons bataljon was begraven.

31 januari 1946
Nog steeds zitten we op Malakka en voor hoe lang, niemand weet het. Er gaan geruchten van naar Japan. Het is hier nu erg hommeles. De Chinezen zijn in staking gegaan, omdat vier van hun leiders door de Engelse gevangen gezet zijn. Daarbij komt nog dat de waterleiding stuk is. Nu zit het hele kamp zonder fatsoenlijk was water. Het drinkwater wordt nu met auto's aangevoerd.
6 februari
Vandaag kwam de uitslag van de moord op J. van Weert. De dader, een maleier, heeft bekend. Hij is met zijn eigen dolk vermoord. De oorzaak was dat van Weert met de vrouw van de Maleier, wiens vrouw in verwachting was, een intieme omgang wou hebben.
De Maleier is van Weert achterna gegaan en deze trok zijn dolk, maar de Maleier was hem te slim af en pakte zijn pols en wist die zo om te wringen dat de punt bij van Weert in zijn strot kwam.

17 febr,
Vandaag zijn alle kaderleden naar een cursus vertrokken. Nu zijn we dan wat vrijer. Alleen de compagnie commandanten zijn er nog. We begonnen deze avond al heel slecht. Om half tien moeten de lichten uit en dan moet alles stil zijn. Bij de 5e compagnie was het echter een leven als een oordeel. Daar hielden ze zgn. luchtalarm. De Engelse die in de bungalow er naast woonden hadden er schijnbaar last van en belde de groot-majoor op. Die trommelde de compagniescommandanten uit de'r bed en kwam toen met de wagen het kamp op. Ondertussen waren ze bij de 5e compagnie gaan slapen. De majoor kwam alle bungalows af en toen hij ook bij ons kwam waren er een paar juist een paar moppen aan het vertellen. Daar komt me ineens de majoor de trap op stormen en haalde ons alle onder de klamboe. We moesten alles omhangen en konden toen eerst een uur strafexercitie doen. Hardlopen, marcheren, rechts om keer en de hele duivelse boel. Daarna kregen we een velddienstje van een uur en toen mochten we weer naar bed. Ondertussen was het al weer half twee 
en kunnen er morgen om zes uur weer uit.

4 maart
Vandaag zijn er twee officieren beëdigd. Luitenant Walraven en Dokter Cordezium. Ze moesten de eed van trouw afleggen aan de koningin en vaderland. De plechtigheid werd opgeluisterd met een parade.

5 maart 
Het is 's avonds zeven uur en juist komt het bericht dat we alles moeten inpakken, want we zullen spoedig vertrekken. 
Misschien dat we deze nacht nog vertrekken.

7 maart
Zoals gewoonlijk is het vertrek nog een beetje uitgesteld door onvoorziene omstandigheden. Maar nu zijn we dan officieel 
vertrekken. Om half twee hebben we ons rommeltje opgenomen en we stapten de wagen in. De tocht duurde een dik uur. Om ± drie uur kwamen te Port Dickson aan. Hier moesten we eerst op het voetbalveld om te gaan wachten op de afmars naar de kade. Hier ontmoetten we het 1e bataljon stoottroepen en het bataljon van de brigade waarmee we scheeps zouden gaan. Het was al donker toen we de kade opgingen. We moesten afhangen en konden daarna de landingsboot gaan laden met kisten, plunjezaken e.d. Toen we klaar waren konden we weer "ophangen" en de schuit in. Binnen tien minuten waren we bij het schip, de "Sommelsdijk" een Nederlandse vrachtboot. Hier kregen we een heel klein plekje aangewezen war we konden slapen onder de blote hemel.

8 maart 
Om zeven uur varen we uit. De bestemming is nog niet bekend. De zee is spiegelglad. De reis gaat erg vlot. 's Avonds passeren we de haven van Singapore, met zijn duizenden lichtjes.

10 maart
Nog steeds varen we op de spiegelgladde zee. Onze bestemming is bekend gemaakt. Het is Semarang op midden Java. Het leven op de boot is zeer goed. Wel zitten we wat krap, maar met een beetje goede wil is dat wel te verhelpen. We slapen in de open lucht. Vannacht hadden we pech, want het begon te regenen, maar we gooiden de gasjas over de dekens en sliepen weer verder.

12 maart.
Om een uur komen we in zicht van Semarang. Hier gooien we het anker uit en nu is het maar wachten tot de Engelse ons komen halen. In de stad zelf zien we elektrische licht branden. Dit is iets wat we drie maanden op Morib hebben moeten missen.

13 maart.
Om half twaalf gaan de eerste van de T-brigade aan land. Wij volgen om zes uur. Als we op de kade staan voelen we ons al direct thuis, grote emplacementen. Hier zien we weer een stukje Nederlands grondgebied. De paratroepen en Airborn staan met hun wagens gereed. We rijden door brede straten en stoppen dan voor een weeshuis waar we uitstijgen en ons legeren. Na een uurtje liggen we al te slapen als een os om de klamboe en dromen van extremisten e.d.

14 maart
Om zeven uur is het reveille. Na het eten gaan we onze spullen goed leggen en het terrein en de locale worden terdege 
schoongemaakt. In ons gebouw hebben extremisten gelegen en toen ze de benen namen hebben ze menig ruitje laten sneuvelen. Het lichtnet hebben ze kapot geslagen, maar daar wordt nu weer hard aan gewerkt. 's Avonds om tien uur krijgen we bericht dat we ergens op post moeten, waar dat weten we nog niet. Binnen een kwartier zitten we in de wagen en rijden naar de haven waar we de goederen voor het bataljon moesten bewaken. We vonden twee vishengels en al spoedig zaten we tussen de wachten door te vissen. We hadden geen wormpjes of deeg en deden er maar kaas aan, maar het scheen dat ze dat niet lustten, want we vingen niets . In de morgen uren vonden we nog een motor met zijspan , die we maar direct als eigendom van 6RI verklaarden. Zo krijgen we weer zo'n beetje de geest van de O.D. tijd terug.

15 maart.
Om half vijf staan we weer aangetreden voor de kazernewacht

17 maart
Om half twee gaan we weer op patrouille. Dit is voor de meeste de eerste keer. Eerst gaan we naar het gebouw van justitie, waar we onze route op krijgen. We zijn met twee secties en een sectie Engelse, die ons in zullen wijden. Eerst gaan er drie man voorop, daarachter een sectie links en rechts v.d. straat en achter de eerste sectie de Engelse met een zendapparaat. Eerst liepen we langs het kanaal , dan langs de spoorlijn, waar we overvallen werden door een tropisch regentje. Gelukkig was er een huis in de buurt waar we schuilden. Na de bui trokken we weer verder. We doorzochten het station , maar vonden niets. Toen splitsten we en onderzochten de kampong door een omtrekkende beweging. Na een uur kwamen we terug op ons uitgangspunt en de thee die ze met de jeep gebracht hadden, deed ons goed. Na een half uur rust gingen we weer terug naar de brug waar we zonder enig incident aankwamen. Hier kregen we warm eten. Om negen uur trokken we de brug over. Ons doel was een huis dat drie kilometer buiten de eerste linie lag. Hier zouden we proberen de vijand te loken en dan met man en macht er onder te rammelen. Zeer langzaam ging het voorwaarts. Om kwart voor twaalf kwamen we bij het aangegeven huis aan, war we in stelling gingen. We stonden steeds draadloos in verbinding met het hoofdkwartier. Het was volle maan en hadden goed zicht maar d'r kwam niets op dagen. Om zes uur vertrokken we. 
We gingen dwars door het veld. De ene berg op de andere af. De modder zat zowat een decimeter onder onze zolen. Om half negen waren we weer terug bij de brug. We hadden de hele patrouille niets gezien. Toen we aankwamen stond de kok al met de thee klaar. In de kazerne wachtte hij met de pap en heerlijke koffie.

27 maart.
Vanmorgen om zes uur kwam ik maar eens van een nachtwachtje . Nadat ik gegeten had , kroop ik onder de wol, maar om kwart voor twaalf werd ik gemaakt en moest ik direct al spullen inpakken. We vertrokken met onze sectie in de middag. Onze bestemming is geheim. Er gaan geruchten van:"naar een vrouwenkamp". Maar de wagen stopte voor een doods, leeg station. Op het plein voor 't station stond een grote reclame van de Indonesiërs. Ook op de gevels en in de hallen stonden allerlei spreuken als:" Wij willen vrijheid" en "Indonesië voor de Indonesiërs" " Nederlanders gaar terug naar Nederland" Een rommeltje dat het daar was, overal lag het vol met papieren. We begonnen maar meteen met een lokaal in orde te maken voor de nacht. Wij veegden zowat een wagon vol met papier. Toen het donker werd, waren we klaar. De posten werden neergezet. De ene helft stond van 6 tot 12 de andere van 12 tot 6. Ons doel is om de waterleiding en watertoren van de spoorwegstation te bewaken. De nacht verliep zonder incident.
5 april 
We hebben de boel al heel behoorlijk gemaakt. Drie lokalen zijn schoon. Bureaus en stoelen hebben we bij elkaar getrommeld. Vanavond krijgen we order om extra goed op onze hoede te zijn. We moeten den gehele nacht waker blijven maar er gebeurt niets.

16 april
We staan weer gepakt. We wachten op de aflossing Nu twintig dagen opgesloten gezeten te hebben, krijgen we dan eindelijk rust. We gaan naar het gebouw van justitie, waar in de bezettingsstrijd de beruchte Kempei gezeten heeft. In de tijd dat we in het station gezeten hebben is er niets bijzonders gebeurd.

20 april
Vandaag is er weer een bataljon infanteristen aangekomen, nl 7 RI, die hoofdzakelijk uit Amsterdammers bestaan. Ze kwamen recht uit Holland dat kon je tenminste wel zien ook. Ze hadden geen klamboes, er waren er bij die alleen een korte broek bezaten en dan nog enkele die geen hoofddeksel eigen waren. De africhting is in een woord gezegd"knudde". Hoe ze het in d'er hoofd halen om zoiets te sturen snap je niet, maar we zullen maar afwachten wat er van komt.

22 april
Goed begin is het halve werk. Ja, dat weten ze bij 7RI ook. Een jongen van 6RI van de stafcompagnie kwam voorbij de kazerne van 7RI en juist was er zo'n snuggere sergeant wiens geweer afging. Het schot gaat door het hoofd van de chauffeur. Gelukkig is het niet dodelijk. Het was juist boven zijn hersens.

25 april
7RI schiet zijn eigen officier van picket drie kogels door zijn maag. Hij is opgenomen in het ziekenhuis. Z'n toestand is hoopvol.

27 april
Weer staan we gepakt en gezakt. We gaan weer naar de posten nu op de brug. De tijd vliegt zo aardig om. Nu eens hier veertien dagen en dan weer eens daar.

6 mei 1946
De tijd aan de brug is weer voorbij en we gaan nu als bewaking naar de gevangenis "Boeloe". Als we zo eens terug kijken naar de tijd dat we de brug hebben moeten bewaken kunnen we niets anders zeggen dan dat het een gezellige tijd is geweest. We lagen er met een peloton. Die dienst was verdeeld in drie dagen. De eerste sectie had van 's morgens zes tot 's avonds zes controle dienst. Ze moesten alles wat over de brug kwam na zoeken of ze geen contrabande en wapens bij der hadden. De tweede sectie had 's avonds stellingen wacht aan de brug zelf en de derde sectie had overdag patrouille lopen op de weg naar het vliegveld en 's avonds bewaking van de slaaplokalen. De eerste sectie mocht dan 's avonds de stad in. Maar later werden alle detachementen geconsigneerd en mochten we dus niet meer weg. We kwamen er geen eten te kort en eieren dat we gegeten hebben. Als je controle had kwamen er 's morgens altijd vrouwen met manden vol eieren en sinaasappelen, die ze op de pasar verkochten. We namen er dan altijd een paar uit. Zo hadden we 's avonds dan een aardig portie. Een keer heb ik het geluk gehad dat er een man voorbij kwam met een mand vol tomaten. Nu daar heb ik heerlijk mijn portie van op.

20 mei.
De tijd op de Boeloe is weer voorbij en vertrekken weer naar de kazerne, het gebouw van justitie, waar onder de bezettingstijd de beruchte Kempei zetelde. Op Boeloe hebben we een leventje gehad als een prins. We sliepen met twee man in een kamertje. Onze sterkte was 14 man. We hadden knechtjes volop. We behoefde niets meer toen dan ons geweer schoon te maken en in de brandgangen op wacht te zitten. Er waren verschillende soort van gevangenen. Rampokkers, die mochten onder toezicht in en buiten de gevangenis werken. Moordenaars en extremisten die altijd opgesloten zaten en dan nog de vrouwelijke nl. de nachtvlindertjes. Dat waren vrouwen of meisjes die zich na acht uur 's avonds nog alleen op straat bevonden. Zij krijgen meestal een dag of vier en worden dan weer losgelaten.

30 mei
We zitten nog steeds op de kazerne drie maal in de week op wacht en de rest iedere avond vrij. Vanavond om half negen zaten we rondom de radio geschaard om naar de uitzending van de voetbalmatch Nederland-België te luisteren. Het doet je goed als je weer een stem hoort waar misschien vader en moeder ook naar luisteren. Het wordt gespeeld in het stadion in Antwerpen en de uitslag is 2-2.

 

  terug naar verhalen      /        terug naar index     /   door naar deel 3