|
4 juni
Vandaag heeft de T-brigade weer een goede slag geslagen door alle civil police op te pakken. Om negen uur werden alle politiebureaus omsingeld en allen gearresteerd en de hele boel in beslag genomen. Tegelijk reden er wagens uit die alle verkeerspolitie van de straat op pikte. Men had al een hele poos geleden vermoed dat de Maleische politie niet te vertrouwen was en had hun toen
stiekem beschaduwd en zo kreeg men zo langzaam aan bewijsmateriaal in handen dat het zo was. Vandaag is dan de grote dag gekomen dat 600c.pers opgepakt werden. Op de bureaus werden papieren gevonden die getuigde van een plan om de stad van
binnen af aan te vallen. Er werden tekeningen gevonden van onze stellingen en kisten met munitie en handgranaten. Nu zitten de heren te brommen achter het prikkeldraad over hun mislukte trouw aan de
"merdekka"
7 juni
We vertrekken naar het vliegveld voor een maand met de gehele compagnie. De taak is het vliegveld te bewaken en af en toe polshoogte te gaan nemen waar de extremisten zitten. De indeling is zo. Het eerste
peloton op patrouille, het tweede is reservepatrouille en het derde is op wacht. Zo wisselt dat iedere dag. De troep die van wacht komt is 's avonds vrij en mag naar de stad. Zodoende zijn er altijd twee
pelotons aanwezig.
12 juni
We zitten nog steeds op het vliegveld. Het is hier een drukkende boel. Tot 's middags drie uur is het er een komen en gaan van vliegtuigen. We zijn nu in de periode van het uitleveren van geďnterneerden uit het binnenland. Zowat 500 man komen er dagelijks per vliegtuig van Solo en andere streken naar Semarang. Als ze uitstappen is het het eerste wat je hoort "Oh, de Nederlandse vlag, dat is de eerste in vijf jaar tijd die we zien".
Staande naast de machine krijgen ze eerst een kop mokkakoffie en een boterham. Dan gaan ze de trucks op en worden naar het stenen gebouw gebracht. Daar kunnen ze een kwartiertje uitrusten om van hun reis te bekomen. Ondertussen een boterham etende en voor de grote een sigaretje en de kleine een stuk chocolade. Als de tijd van rust om is gaan ze naar de stad waar ze in een school ondergebracht worden,
wachtende tot dat ze zaterdags naar Batavia gaan per schip.
20 juni
Het is 's morgens zes uur. De sergeant v /d week loop alle tenten af en de hele boel wordt gewekt. We wrijven onze slaap eens uit de ogen. Brr, wat is het koud,. Een rilling gaat door je lichaam. Ja de tropische nachten brengen je er toe om twee dekens over je heen
te slaan om niet door haar wrede kilte in je slaap gestoord te worden. Gelukkig heeft djongos gisterenavond al een bak water klaargezet. Dus hoeven we niet zover te lopen om ons te wassen.
Om zeven uur staan we aangetreden gepakt en gezakt. We staan klaar om een verkenning uit te oefenen. De zon staat al hoog aan de hemel en haar stralen verdrijven al de kilte van de nacht. We vertrekken. Eerst worden we met de wagens een eind weg gebracht. We stappen uit en nemen stelling totdat de drie inch mortieren en hun beschermingssectie opgesteld zijn. We trekken verder. De eerste sectie voorop dan de tweede en derde. Drie verkenners lopen dan de spits. Zowat met tussenruimte van vijf meter. Dan weer met een meter op vijftien daarachter de sectie weer met ± vijf meter afstand. Het terrein is moeilijk, erg heuvelachtig. Scherp steekt de Oengara af tegen de gele en groene hellingen waar wij ons in voort bewegen. We kunnen het geboomte zien staan op het geweldige grijze massief. Onwillekeurig voel je je heel nietig tegenover deze geweldige natuur. Maar al die schoonheid vervliegt door het oorlogsgeweld.
Uit deze prachtige natuur dreigt de dood voor de Blanda's uit elk bosje, elk heuveltje tot zelfs uit iedere kruin van een boom. Als een arend spieden we in het rond en houden alles in de gaten. Vooral de kruinen v.d. bomen want snijpers is een dagelijkse ontmoeting voor een patrouille. We zijn tot de tanden toe bewapend. Het zweet druipt al over je gezicht onder deze zware last. We lopen nu al een uur en eindelijk zien we de heuvel waar we onze verkenning moeten beginnen. Ons doel is de kampong die achter die heuvel op om te kijken of alles veilig is. Na een poos wordt gemeld" niets gezien".
De radio sets roept: " Hallo Dirk I, hallo Dirk I, over". Prompt komt het antwoord: "Hallo Dirk II, hallo Dirk II, Dirk II over". En Dirk II zend nu:" Hallo Dirk I, punt zoveel en zoveel geobserveerd, niets gezien. Dirk I over".
Toch een pracht iets, zo'n radio sets. Je hebt steeds verbinding met je commandant. De boel is dan geobserveerd en langzaam kruipt de eerste sectie omhoog om zich bij de verkenners aan te sluiten. Zij moeten dan de kampong onder vuur houden en wij moeten rond de berg de kampong in. Pats, droog klink een karabijnschot, pats, pats, pats, pats, nog vier. Alles ligt tegen de grond. Weer komen er vijf van die venijnige korte schoten. Je eerste gedachten is:" Ze schieten op mij, neen toch niet, want ik hoor ze niet fluiten"
Later horen we dat ze voor de sectie waren die de helling beklommen had. We moesten nu gedekt verder om in het dal te kunnen
komen. Spoedig lagen we tegen een lage heuvelwand en spiedden door de bosjes het dal in. Weer brak er een hel los. Van alle kanten spetten de kogels
rond om hen. Pst, pst, floten de kogels boven je hoofd. Langzaam ratelde de Fichinger. Plots stilte. Wij observeerde maar zagen niets.. Toen kwam er bevel:" bren vuur stoten door de kruinen v.d . bomen". Prompt daarop ratelde naast me de
Bren.
Honderdvoudig klonk het terug tegen de bergwand. Brrrrrt, brrrrrt, weer een stoot. Stoppen met vuren, observeren
"spsiep, spsiep, daar floten mortiergranaten. Natuurlijk, die hadden allang een radio bericht gehad, maar waarom schieten die stommerds dan geen stuk of dertig granaten op de kampong af. Zonder steun van de mortieren komen we er nooit door. Daar komt de sergeant aan. Zacht vragen we hem waar het mortiervuur blijft. "De verbinding is verbroken, batterijen leeg" is zijn antwoord.
Het bonst door mijn hoofd. Verbinding verbroken, dus zonder steun van achteren. Oh, die vervloekte verbinding. Hier en daar hoor je een half onderdrukte vloek over de lege batterijen. We krijgen bericht om langzaam voorwaarts de helling af te gaan. "Onmogelijk, daar is geen dekking en we liggen onder mitrailleurvuur", roep de korporaal. "Dan geven allen vuur op het dal en dan terugtrekken"
Knal, knal, mijn oren suizen er van. Dan is het weer stil en met een hortsprongetje sta ik veilig en wel achter de heuvel. Alles is nog stil. We gaan terug. Onze sectie voorop. Eerst de eerste verkenner dan ik als tweede verkenner en de derde en daarachter de sectie.
We lopen vlug, al onze zenuwen gespannen. We verwachtten nog vuur in het dal dat we persé moeten passeren als we terug willen. He gelukkig. Ik heb al twee honderd meter van het dal afgelegd en nog geen schot gevallen. Dan ineens pst, pst, vliegen de mitrailleurskogels rond ons heen. Pats daar liggen we tegen de grond. Echter zonder denken. De kogels slaan voor achter en opzij van me in. Ik knijp me in mijn pols, ja ik leef nog. Zo vlug mogelijk hieruit, vliegt het door mijn gedachten. Ik neem mijn sten en spring op. Ren tien meter alsof de duivel achter mijn hielen zit en laat me weer vallen. Pats, pats, knallen de karabijntjes. Maar ik ze te vlug af. Zo neem ik nog een sprongetje of vijf tot ik haast holderdebolder in een twee meter diepe greppel rolt. Eindelijk zit ik dan veilig. Ik kijk nog eens rond. Nog twintig meter en ik zit achter de heuvel en buiten het vijandelijk schootsveld. IJzig koud is het zweet op mijn lichaam. Langzaam kom ik weer tot mijn zelf. "Waar zijn de andere jongens. Zullen er gewonden zijn of misschien doden" Ha de eerste verkenner ligt nog voor me. Heeft gelukkig ook een goede dekking. Nu eens kijken waar de overigen zijn. Ha, daar zie ik de derde verkenner zowat 100 meter links van me, meer kan ik niet zien. Hoelang we hier in dekking gelegen hebben weet ik niet. Het leek wel een eeuwigheid. Eindelijk krijgen we het commando "verder terug".Onze brens beginnen te vuren en wij springen op en gaan in een vlug tempo terug. De afstand naar de veilige steile heuvelkant lijkt wel een kilometer ver, maar het schijnt dat we in zo'n moment slecht kunnen schatten. Spoedig verdwijnt de eerste verkenner achter de veilige helling op de voet gevolgd door mijn persoontje. We houden halt na eerst even de boel hier geobserveerd te hebben, We zijn nu buiten het schootsveld. Daar komt de 3e verkenner al aan en de rest van de sectie. Nu gaan we weer verder terug. We lopen vlug, maar krijgen bericht wat langzamer te lopen, aangezien de eerste sectie tweehonderd meter achter is. Af en toe horen we achter ons nog een schot. Tot het dan eindelijk weer stil is. We volgen nu weer het pad maar voor de grote weg slaan we af door de kampong omdat we mortiervuur op de weg verwachten. De kampong is onbewoond. Weelderig groeit hier het onkruid, zodat we met veel moeite en schrammetjes er door komen. Eindelijk zijn we dan op de grote weg bij onze mortieren, waar we op het juiste moment geen verbinding mee hadden. Hier staan de wagens gereed, zodat we in kunnen stappen en dan met een vaartje terug naar het kamp. Zo eindigde deze patrouille zonder verliezen maar met veel zweet. 's Avonds horen de mensen door de radio "Wederzijdse schermutselingen" Jammer dat ze niet weten wat dat wil zeggen.
22 juni 1946
De eerste gewonden van de T-brigade vertrekken naar huis. Drie die op een brancard liggen en vier die rond strompelen. Daar heb je onze aalmoezenier, die het ongeluk had om met de jeep op een mijn te rijden, wat hem niet goed beviel. Nu is hij alweer zover opgeknapt dat hij naar Nederland vervoerd kan worden. Daar wordt hij weer opnieuw geopereerd. Dan heb je
sold. Bisschop, die een schot door zijn knie kreeg en die op het nippertje aan nog beter is geworden d.w.z. behalve dat hij nu een stijve knie heeft. Verder heb je er met het hoofd in verband een ander zijn been. Neen, als je dat ziet denk je:"Laat me wat moeten wachten en dan gezond naar huis".
29 juni
De verjaardag v.d. Prins. 's Morgens een grote parade op de Bodjong, die werkelijk af is. 's Avonds bezopen soldaten strompelen op de Bodjong of vechten in de kantine.
-
4 juli
Om half elf "de taptoe" was juist geblazen, vielen er enige vijandelijke mortiergranaten ±300 meter van onze tenten, op de startbaan. We konden de mondingvlam zien. Direct werd een snelvuur terug gegeven waarop de vijandelijke mortier zweeg.
5 juli 1946
Vanmorgen is er een patrouille van ons bestaande uit 26 man slaags geraakt met een 200 stuks extremisten. De vijand was volkomen verrast, waar onze jongens gebruik van maakte om er ruim dertig dood te schieten in kampong Phrakah ± drie km
v.h. vliegveld. Toen moesten onze jongens hals over kop terug. Zonder verliezen kwamen ze op het vliegveld aan met een buit van 3 karabijnen, een paar handgranaten, een ransel, drie paar nieuwe schoenen en waardevolle papieren. Aan de mitchel werd de positie opgegeven en deze steeg op. Hij dook vijf maal op het aangegeven punt en spuwde uit zes mitrailleurs zijn moordend vuur. Hevige rookwolken stegen op en een ontploffing volgde, waarschijnlijk een mortieropslagplaats. Verder was alles weer rustig.
6 juli 1946
Twee pelotons zijn weer naar Phrakah geweest, maar jammer was er geen muis meer te zien.
7 juli 1946
Vanmorgen zijn we weer vertrokken naar de stad en wel weer in het paleis van justitie. Ik bof erg met de liggen. Met twee man op een kamertje. 's Middags werd mijn kamergenoot ziek en moest toen naar het ziekenzaaltje zodoende dat ik nu rijk alleen heb.
- 10 juli 1946
Om elf uur krijgen we een droevig bericht door. Kapitein Veldman van de stafsectie en luit. Fick van de Intellegens
zijn deze morgen gesneuveld. Ze waren met de Mitchell meegevlogen om te gaan verkennen. De extremisten schoten met Fickinger en doorzeefden de kapitein en Luit, die in het midden zaten. De Kapt. Was op slag dood. Terwijl de luit.
nog een poosje geleefd heeft. De vliegenier had van het hele geval niets gemerkt en vloog nog rustig rond. Toen hij geland was kwam hij pas tot de droevige ontdekking van het ongeluk. Het waren twee van de beste officieren en een van de weinige die zich niet ophielden met de vrouwen van dit verderfelijke land. Vanmiddag om vier uur worden ze al begraven. God geve hen de eeuwige rust.
13 juli 1946
Vandaag is het weer een rouwdag voor 6RI en bijzonder voor onze compagnie. Bij de actie die de gehele compagnie deed naar kampong, waar we met ons peloton den 20e juni terug hadden moeten trekken. De plannen werden volbracht. Nu ligt de kampong in as. Echter waren er verliezen onzer zijds
n.l. door een granaat een dode, soldaat v. Pol en twee gewonden, sold.Hendriks en sold. Veldhuijzen alle van het tweede peloton. Vanmiddag om half vijf wordt hij met militaire eer begraven.
14 juli 1946
Vandaag hebben alle bataljons van de T-brigade aanvulling gehad. Het zijn jongens van 9 RI. Ook in onze compagnie zijn er een stel bij. Ze zien er zeer gezond uit. Als je ze met onze vergelijkt zie je wel het verschil pas. Zij met rode bolle gezichten en die van ons wat mager en geelachtig gekleurd v.d. malariapillen. Ze komen recht uit Nederland en kunnen nog niet zo erg veel van de velddienst
29 juli
Nog steeds is er aan het front niets verandert. Wel worden er nu veel patrouilles gelopen en zijn de extremisten een flink stuk teruggetrokken, doch ons gebied rond de stad is nog altijd even groot. Alleen behoeven we nu geen aanval v.d. extremisten te verwachten. In de stad is alles heel rustig. Van de maand heeft er nog geen enkele bijzonder incident zich voorgedaan
-
1 augustus 1946
De nieuwe maand is begonnen. Het is een speciale maand de z.g. vaste maand van de mohammedanen. Ze zijn in mening dat als ze deze maand sterven ze recht naar de hemel gaan. Ze mogen vanaf s nachts twee uur tot 's avonds zes uur niet eten en drinken. Maar toch geloof ik dat er niet veel Javanen zijn er zich aan storen.
4 aug'46
Om vijf uur wordt er groot alarm gemaakt. De extremisten deden een grote aanval op de stad en het vliegveld. De artillerie stond al te blaffen en dit duurde tot 's middags twee uur. De aanval op het vliegveld is zeer hevig. Eerst vallen er vijandelijke granaten en dan beginnen de extremisten op 1000 meter afstand te attaqueren onder de kracht van "Mardeka" Deze zijn gewapend met
brens, geweren, fickers en vele met bamboe spitsen. Onze brens rammelen er verwoed onder de 3inch mortieren doen hun moordend werk goed. Een van ons krijgt een schot door zijn hersens en is op slag dood. De Mitchell begin al te starten en stijgt met spoed op. Hij mitrailleert er flink op los. Maar na een kwartier moet hij landen omdat ze iets lek geschoten hebben. Vlug wordt het gerepareerd. Ze stijgen weer op maar spoedig moeten ze weer landen wegens een lek in de benzineleiding. Materiaal om het te maken is er niet. Ze doen het maar met een bamboehoutje. Ze starten weer. De piloot weet haast zeker dat ze niet meer zullen terug keren, maar hij zegt dat het noodzakelijk is voor de jongens. Nog een half uur brengt hij de vijand zware verliezen toe. Dan als een steen valt hij uit de lucht. Een steekvlam schiet uit de grond. Snel gaat er een reddingspatrouille heen, maar het is te laat. Zes verkoolde lijken is al wat ze mee terug brengen. Maar de aanval is afgeslagen. Ook bij de Gombel en Thjandi loopt het op een eindje. Met bloedige verliezen druipen ze af. Ze verloren in totaal 80 man. Wij negen.
11 aug.'46
Weer is het zondag en weer krijgen we een aanval. Bij Thjandi zijn ze 's nachts de rivier overgestoken. Maar na drie uur strijd zijn ze weer verdreven en zelfs 10 km achtervolgd. Dit kost de vijand 54 doden. Wij hadden slechts vier gewonden.
15 aug.
Vandaag vertrekken we naar het vliegveld. De dienst is er heel zwaar geworden en nu moeten we om de veertien dagen aflossen. Het is
hier nu net een Siegfriedlinie overal loopgraven en kazematten, prikkeldraad en mijnen. Laat ze nu maar komen. Ook liggen er nu oorlogsschepen in de buurt die ze herhaaldelijk bestoken
17 aug'46
Eén jarig bestaan van de Merdeka, maar we merken er hier niets van. Het is heel rustig.
20 aug'46
Haast iedere nacht springt er een mijn maar dat komt van de honden die er op lopen. Nog steeds hebben we geen extremisten gezien en zelfs nog geen granaat horen vallen
Helaas eindigt hier het dagboek,
|