bezoeken aan sobats 

 

 

Te gast op de reünie van 5-5 R.I.
 
Dinsdag 17 april 2012 waren Joop en Marianne, als bestuurders van de echte reünie- en nazorgcommissie 2-6 R.I. T-Brigade, uitgenodigd om de reünie van Ost cie/staf cie en het v.p. van 5-5 R.I. op legerplaats Oldebroek  in ’t Harde bij te wonen. Dit in het kader om kennis te maken met de 5-5 R.I.-ers maar ook om bekendheid te geven aan de grote 2-6R.I. Tijger- Brigade reünie.
 
Een afvaardiging van 5-5 R.I. (waaronder o.a. Jan Jansen Venneboer en Martin van Veelen als bestuursleden) was ook 28 september 2011 op onze reünie in Vught aanwezig. Kleine herinnering: Jan Jansen Venneboer, secretaris 5-5 R.I. was degene die toen de pluche Tijgerkop, de hoofdprijs in de gratis Tijgerloterij, in de wacht sleepte!
 
We reisden ditmaal met de trein, want het was toch wel een hele afstand met de auto. De trein spoorde lekker door terwijl wij ons ochtendkrantje, het AD, lazen. Aangekomen op station ’t Harde werd wij opgewacht door enkele militairen en met een busje naar de legerplaats gebracht. Prima verzorgd.
 
Bij binnenkomst werden wij voorzien van een naambadge zodat iedereenkon zien wie we waren. Meteen werden oude bekenden begroet. Ook 5-5 R.I.-ers met wie alleen telefonisch- of e-mailcontact wordt onderhouden, begroetten wij uiterst hartelijk. Leuk om een gezicht bij een naam te hebben.
 
In de uitermate gezellige officierszaal met prachtig lederen clubfauteuilles werden wij voorzien van koffie en gebak en onderwijl werden in ontspannen sfeer gesprekken gevoerd met mede reünisten.
Net als bij onze reünie werden er toespraken gehouden met o.a. een herdenking voor de gevallenen en overleden sobats. Huishoudelijke mededelingen werden gedaan en een  bespreking van een nieuw 5-5R.I. fotoboek.
 
Hierna was er tijd om gezellig te praten, herinneringen op te halen en bekenden te spreken. We liepen hier adjudant Boes en korporaal Mara Kelders tegen het lijf. Ook bij 5-5 R.I. vervullen zij onmisbare taken. Tevens werden warme hapjes rondgedeeld en borreltjes gedronken.
 
Joop kreeg de gelegenheid om namens bestuur 2-6R.I. T-Brigade een uitleg te geven over het houden van de T- Brigade reünie. Duidelijk wist Joop de bezoekers van de reünie te vertellen wat onze doelstellingen en initiatieven zijn.
Dit alles met een ietwat schorre stem. (We waren de  afgelopen zondag bij de marathon Rotterdam geweest en hebben enthousiast de vele hardlopers luid toegejuicht en opwekkende bemoedigingen toegeroepen)
Enthousiast waren ze bij 5-5RI ook. Met als gevolg al enkele aanmeldingen voor onze reünie op 29 september 2012. Wij hebben na een voortreffelijke maaltijd onze gastheer Jan Jansen Venneboer bedankt voor de fijne ontvangst in ’t Harde.
 

 

Bezoek aan sobat Schurink  26 maart 2012
 
Na verschillende pogingen om een afspraak te maken voor een bezoek aan Sobat Schurink in Enschede lukte het dan toch op 26 maart 2012. Een bezoek!
Dit keer reisden we per trein. “Ik kom jullie met de auto bij het station afhalen. “Geen probleem!”zei Sobat Schurink. Ter herkenning ga ik met een “huis aan huis krant” in de stationshal jullie op staan wachten.” Prima geregeld dus.
                                    
Om 11.35uur arriveerden wij op het station. In de stationshal was het geen probleem om Sobat Schurink met krant te vinden. Ook zonder de krant herkende Marianne de veteraan al van grote afstand. Sobat Schurink werd vergezeld door  zijn oudste kleinzoon, Jurrie Bakker(42).
Gezellig kletsend liepen we naar de auto. Onderweg ging het gesprek meteen over het stadion van F.C. Twente, voetbal en alle bezienswaardigheden onderweg.
Aangekomen bij de seniorenwoning werden wij verwelkomd door een keurige mooi gekapte dame, mevrouw Schurink. Aan haar werd meteen ons snoepertje overhandigd. “Dat komt mooi uit,” zegt mevrouw Schurink, 
“ik hou wel van snoepen.”
 
 
Helaas is het met de gezondheid van mevrouw Schurink iets minder, twee nieuwe heupen, een beschadiging aan het ruggenmerg. Met de trein of auto naar de reünie zit er voor haar niet meer in. Sobat Schurink zelf is nog goed gezond en fietst iedere dag een flink stuk. Kleinzoon Jurrie zorgt samen met opa voor de koffie. Zo aan de koffie steekt mevrouw Schurink lekker een sigaretje op. Meneer Schurink is 17 jaar geleden gestopt met roken. “Maar”, zegt hij, “ meeroken is nog slechter voor je dan het zelf roken. Wij rijden nog regelmatig met de auto. Ik doe de auto niet weg. Zodra ik achter het stuur zit te bibberen dan pas doe ik mijn auto weg. We rijden niet ver weg meer, maar het is een stukje vrijheid. Ik heb wel vrij reizen met openbaar vervoer voor hier in de stad hoor.”
 
Mevrouw Schurink vertelt dat zij 2 dochters hebben en 4 kleinkinderen. Ze zijn dit jaar, 16 juni, 62 jaar getrouwd. De jongste kleinzoon (16) is doordeweeks bij opa en oma, de school is te ver weg van zijn huis om steeds heen en weer te fietsen. “Die jongen kan heel goed leren. Hij komt straks ook thuis,”zegt een trotse oma.  
Sobat Schurink ( 88 jaar) vertelt dat hij geboren en getogen is in Enschede. Volbracht acht leerjaren aan de lagere school, toen brak de oorlog uit. Hij heeft naar eigen zeggen “behoorlijk” de tweede wereldoorlog meegemaakt. Aardappelen stelen, groente stelen, bomen omhakken.. Enschede lag half in puin.
Hij werd opgepakt tijdens een SS- razzia. Werd te werk gesteld in Alstätte-Ahaus, dat is een klein dorp in Duitsland nabij de Nederlandse grens. Moest daar tankgrachten delven, maar weigerde dat. Als je zo graag tankgrachten wil hebben dan graaf je die zelf maar!  Sobat Schurink wist te ontsnappen door bovenop de trein te klimmen. Vanwege het slechte weer, hagel, ijzel en storm keken de moffen niet op de trein. Ze hadden eens moeten weten  dat die rit er meer mensen op de trein dan in de trein reisden!.Ging daarna werken in een grote spinnerij. Hij bemachtigde een ausweis zodat hij niet meer opgepakt kon worden en kwam terecht bij een klompenmaker.
 
“Dat was een goede mof. Zijn motto was: Eerst eten en dan werken. Ik heb nog nooit zo’n grote braadpan gezien. Die grote pan zat vol met aardappelen en spekjes en stond al klaar. Ja ja, dat was een goeie mof. Later dook Heini, de zoon van de klompenmaker, onder op zolder van klompenmakerij. Heini moest in het leger naar Rusland.”
“Je zegt niks he? ”vroeg de klompenmaker. “Ik weet van niets. Ik weet niets van een zoon”, was het antwoord van Schurink.  Ook toen er 2 SS-ers navraag kwamen doen naar der Heini hield Schurink zich van de domme. Die SS -ers kwamen binnen met de Hitlergroet “Heil Hitler”. Waarop Schurink zei:”Bij ons zeggen we gewoon goedemorgen! Met Heini is later alles goed afgelopen. Toen was de oorlog afgelopen. Er werden puinruimers gevraagd en ik kon een beetje autorijden. Op een oude T -Ford werd het puin geladen, we hadden toen nog geen kiepwagens. Het puin werd buiten Enschede weer uitgeschept. Maar ik had het al snel gezien. Dat werk zette ook geen zoden aan de dijk. Ik ga in het leger.”
 
11 mei 1945, de dag na de bevrijding is Schurink samen met maatje, Karel Wilmink uit Oldenzaal, zich gaan aanmelden als O.V.W.-er. Goedgekeurd.”Je krijgt nog wel een oproep”, werd er gezegd.  Die oproep kwam pas in 1946. “Als ik mij niet had gemeld als OVW -er had ik niet opgeroepen geworden als dienstplichtige. Ik kwam uit een oorlogslichting, die hoefden niet in dienst. Ik kwam op bij 2-9 R.I.  in de Johan Willem Friso kazerne in Assen.  Drie maanden onder een rot kapitein in opleiding geweest. Oh, wat een eigenwijze kerel was die kapitein. Ik heb wel eens gedacht, ik schiet je nog eens dood joh. Maar de opleiding in Assen stelde niets voor. Exercitie en nog eens exercitie. Van daaruit door naar Wockingham, Engeland. Reading. Daar kregen we verder opleiding en onze uitrusting.
 
In Nederland was er nog niets. Ja, ouwe afgedankte Canadese pakken! De een te groot, de ander te klein.” In Reading was een overdekte rolschaatsbaan herinnert Sobat Schurink zich nog heel goed. Hij kon goed rolschaatsen.
 
“In 1946 vertrokken we met 2 bataljons op de Kota Baroe rechtstreeks naar de rede van Tandjong Priok in Nederlands- Indiё. Die kapitein ging mee. Hij ging dus mee als 2-9 R.I. voor aanvulling van 2-6 R.I. Kapitein Vaessen! Dat ze die niet doodgeschoten hebben! De rotvent! Dat was een goochemerd.  Oh God oh God wat een kerel. Daar kan ik je verhalen over vertellen!
Onderweg bij Aden in de storm gezeten. Droog brood eten hielp tegen zeeziekte. Neptunus aan boord bij de evenaar. De vliegende vissen die zomaar over het dek kwamen en dolfijnen bij de boot maakten grote indruk. We bleven drie weken in Tandjong Priok  om te acclimatiseren.
 
We werden  ingedeeld bij de eerste compagnie 2-9 R.I. en later in Semarang werd ik ingedeeld weer in de eerste compagnie maar dan bij 6 R.I. En we hadden geluk, later ook weer bij de 1e compagnie van 2-6 R.I. Mijn maatje Karel Wilmink uit Oldenzaal werd gelukkig ook weer  ingedeeld bij 1-2-6 R.I. Vanuit Tandjong Priok gingen we naar het N.I.S. gebouw in Semarang. Maar ze hadden daar geen tampatjes, met als gevolg
3 maanden op de grond slapen! Dat was het Nederlandse Leger. Als wapen hadden we nog de Lee Enfield. Later kregen we de…eh…. Gatverdakkie..hoe heetten ze nou ook alweer…… Amerikaanse handmitrailleurs,…de  Tommy guns!  En stenguns van de Engelsen. Als je die neerzette gingen ze al af, maar als je moest schieten deden ze het niet. man oh man.  Brens hadden we ook. En dan op patrouilles he, 20- 30 kilometer door de sawahs en door de kalies en weet ik al wat dan niet voor ongein.  
In 1948 ging 2-6 R.I. terug naar Nederland en werd ik ingedeeld in Oengaran bij het X-bataljon. Er was nog geen naam voor. Alle vrijwilligers van de eilanden, wat dan Indonesië was,  werden teruggeroepen en moesten naar Oengaran.  
Later werden dat de Blijvertjes. Dat hebben we ook wel geweten hoor. Dat bij de Blijvertjes het bataljon van de gestraften zou zijn is niet waar. Nee hoor, geen gestraften. Onzin. Dat is niet juist. We moesten gewoon onze tijd volmaken. Wij kwamen later, dus mochten ook pas later vertrekken. Nee, allemaal kameraden die 2 politionele acties meemaakten. We konden en moesten op elkaar vertrouwen.
 
In 1949 ging ik met de Zuiderkruis weer terug naar Nederland. ‘De Blijvertjes’ zijn gaan  varen ja. Degene die achterbleven waren de dienstplichtigen. Die namen onze taken over.
 
In Oengaran waren ze allemaal weg. Ook de Chinezen. Die hadden alles achtergelaten. Toen kwamen we in een villa, Karel en ik. Gadverdakke, moet je es kijken wat een mooi bed daar staat, zei ik. Zulke dikke planken. Maar weet je wat we doen? Dat die kerel is weggelopen, dat moet hij zelf weten.  We gaan daar de kampong in en vragen naar een timmerman die er twee bedden voor ons van kan maken. Van de grote planken,  precies uitgemeten zo hoog, zo breed.  En dat bed van die Chinees werd in stukken gezaagd.
Wij gingen naar Djockja met het vliegtuig. (De 2e politionele actie) . We kwamen terug in  een groot kamp even buiten Batavia. Overste Scheers,onze bataljonscommandant zei toen: “Ja, ik heb hier een klacht van een Chinees dat ze zijn bed in stukken gezaagd hebben”. Hier moesten we met zijn allen hartelijk om lachen, maar het verhaal gaat nog verder. Sobat Schurink vertelt:”We hebben al die tijd in Djockja en Solo gezeten, zeg ik tegen overste Scheers, potverdikke nog aan toe”.
 
“Ja,”  zegt die, “wat moeten we ermee”. Ik zeg:”Laat die kerel maar komen hoor!  En daar kwam die Chinees aan.” 
Mevrouw Schurink neemt weer deel aan het gesprek, ze zegt:” Hedde jij een kist van laten maken he?”.   “Ja”, lacht Sobat Schurink, “die staat hier nog in de schuur. Die hebben wij nog!”
Wat een verhaal. Van het bed van de Chinees is dus ook een repatriëringkist gemaakt en staat nu nog steeds in de schuur bij Sobat Schurink!
De Chinees wilde hebben dat het voor de krijgsraad kwam. Want dat had hij al aangekaart.  “Nou,” zeiden kolonel van Langen, de brigadecommandant, en overste Scheers, die was advocaat, meester in de rechten: “Der gebeurt niks van”. Schurink zei toen: “Dat kan ook niet, want we moeten naar huis.”.  Zegt overste Scheers  tegen die Chinees: “U kunt doen en laten wat u wilt, maar u blijft met uw vingers van mijn jongens af!.”
Hier worden de emoties even te machtig voor Sobat Schurink. Na een korte pauze hervat hij zijn verhaal weer.
 
“Nou en toen hij zei ‘je blijf van mijn jongens af anders moet je maar afwachten wat er met je gebeurd.’ Want die Chinees sprak perfect Nederlands …die Chinees..  eh… en daar stond ik bij. Ik ga…….”Weer een emotioneel breekpunt. We geven Sobat Schurink de tijd om bij te komen
 
Joop spreekt over de kameraadschap en voor elkaar door het vuur gaan. Hij kan de emoties van Schurink heel goed begrijpen. Dit wijst nu de verbondenheid aan van die je hebt in de groep. In het leger. Dat mensen elkaar zo steunen. Dat ze zo goed zijn voor elkaar. –klopt- Dat je zegt: “ wij zijn mannen voor elkaar” – juist zo. “Wij staan pal voor elkaar”  Schurink: ”ja één voor allen en allen voor één! juist-   -,ja zo is het juist-
 
Joop: “ dan zit je zo bij elkaar . En dan zeg je potverdorie. Want juist door zo’n situatie van deze jongens die in Indiё zijn geweest blijven die zo lang aan elkaar hangen.- Ja ja- . zo is het.
Want ze hebben alles met elkaar meegemaakt daar mevrouw, ze hebben echt vreselijke dingen meegemaakt. En als je dat zo hoort he, ja. Dat was mijn maatje door dun en door dik. 
Mevrouw Schurink: “ Ja, ja  dat had hij ook.”
Joop: “Die jongens hebben elkaar gesteund dat begrijpen ze tegenwoordig niet meer..
Die jongens gingen allemaal voor 2, 3, sommigen voor 4 jaar weg. En die waren alleen maar op elkaar aangewezen. Tegenwoordig is het zo, dan kruipen ze ’s avonds achter de computer en dan tikken ze naar huis: slapen de kinderen al en al wat meer. Maar jongens in Nederlands- Indiё moesten zes weken te wachten op een kaartje. Zes weken, dan  kwam er eens een kaartje binnen.
 
En als er dat iets aan de hand was, dan steunden de mensen elkaar en dan zeiden ze:”Dat zijn mijn mensen, dat zijn mijn jongens. Daar moet je niet aankomen. En als je dat wil doen, dan doe je dat maar, maar ik zal ze redden”.
Schurink (inmiddels hersteld) :”ja zo was dat zeker en zo was overste Scheers ook.”
Joop: “En dat gevoel dat hebben die jongens nog steeds zo”.
Schurink: “Jajajajaj. Jaaja. Zo is het. Kom niet aan mijn jongens want als die het horen dan ben je nog niet jarig. Kan het zijn dat je de avond niet meer haalt. ‘t Was wel zo hoor.”
Joop: “ Wij zijn bij elkaar geweest en wij zijn de jongens. Het klinkt misschien een beetje potsierlijk, maar zo is het. Wij zijn de jongens van stavast. Wij zijn er voor elkaar.”   Schurink. “Dat was wel zo hoor”
 
“En nog steeds mevrouw, we maken het steeds weer mee bij iedereen waar we komen.
 
Dat blijkt ook, na dik 6o jaar geleden, nog komen de jongens bij elkaar en nog is  die ontroering er als ze elkaar weer ontmoeten. 
‘Potverdorie hoe is het nou met jou’. Hoe is het nou met  jou.
Ja dat is het. Ik vind dat mooi, ik vind dat prachtig. En dat is ook in Roermond.
Schurink: “Je was op elkaar aangewezen. Je moest op elkaar kunnen vertrouwen. Een oogje in het zeil houden. Ik heb nog steeds het idee als ik ergens binnenkom, dan kijk ik nog steeds waar is de uitgang en het liefst zit ik ergens tegen een muur. Er kan dan niemand achter je komen staan. Ik overzie graag alles. Het is nog steeds een soort van indekken. Het is vreemd hoelang dat in een man blijft zitten.”  Joop beaamt dat. “Alleen overzie ik nog steeds niet de winnende cijfers in de lotto!” Een beetje humor verzacht de emoties.
 
We gaan weer terug in het verleden met sobat Schurink.
De man blijft herinneringen ophalen. Fantastisch. Zou het aan de mensen uit het oosten van het land liggen? Ook sobat Poorte uit Rijssen kan zo veel verhalen!
 
Salatiga, Ambarawa, de Koffiepot, daar moesten we slapen onder dekens, want daar was het ’s nachts heel koud. Salatiga kwamen we net te laat voor de Chinezen. Er waren er velen vermoord. Woningen, winkels, hele wijken werden afgebrand. Die hebben heel wat moeten doorstaan. Ja,” vertelt Schurink, “daar kwamen wij net iets te laat”.
 
Het verhaal over de Chinezen brengt ons weer terug naar de repatkist die nog in de schuur staat bij Sobat Schurink.
Schurink: “Die kist was allang in huis en ik moest nog thuiskomen. Die kist hè. Ik weet nog, je kreeg zeg maar zes handdoeken, zes onderbroeken,  vier sokken, vijf van dit en zes van dat. En dan bleek dat je nog maar drie handdoeken had. Van de zes onderbroeken had je er nog maar twee.
Dan was het wel zo, dat de ouwelui daarvan de rekening kregen. Schandalig toch, Dat noemt zich dan het leger. Wij mochten niets houden. Toen wij het leger in gingen was er niets. Wat een ellende. We hadden niets in het begin. Jeeps moesten we stelen van de Engelsen.
 
Schurink maakte de luchtlandingen mee bij Djokja tijdens de 2e politionele actie. Een historisch moment van een historische operatie. Hij zat in het eerste vliegtuig dat bij Djokja aankwam. Hij hoefde niet te springen hoor. Hij zat niet bij de parachutisten.
 
“Maar we hebben Soekarno uit zijn bedje gehaald hoor.
Er was al een tijdje wat rumoer dat er wat te gebeuren stond in Djokjakarta.
Maar dan zouden we 120 kilometer moeten lopen. Wat een end lopen.
Een dag van te voren waren we allemaal bij elkaar. We mochten de stad niet meer in. Maar er werd verder niets verteld.
 
’s Morgens om zes uur op appel. Ik zeg tegen mijn maatje:’Kijk nou, daar staan vliegtuigen’. We konden zo op het vliegveld kijken. Wat moeten we met al die dingen? Wie weet gaan we wel met het vliegtuig. Hoeven we niet te lopen. Ik had nog niet eerder gevlogen. Nou allemaal in drietonners. Hupla. Volle bepakking, slings der over en alles. Dat kon der ook nog wel bij. Bij het vliegveld allemaal uitstappen, die gaat daar heen en die gaat daarheen. Zo’n kleine dertig man met volle bepakking.
 
 
Ik dacht: “Als dat ding van de grond afkomt dan hebben wij geluk gehad hoor. Der zaten allemaal KLM-piloten op. Op Dakota’s. Opstijgen. Hupla, daar gingen we. Inclusief luchtzakken.  Landen, der uit, formeren, compagnie klaar en afmarcheren naar Djokja. Dat ging hard, heel hard. Soms in looppas.  Ze waren overal de boel aan het opblazen. Toen kwamen we in Djokja en daar zagen we zo’n naald, zo’n lange naald. Wat dat nou precies moest voorstellen weet ik niet. (red. Gedenknaald voor Sultan Hamengkoe Boewone VII)  Daar staan kolonel van Langen en overste Scheers. Kolonel van Langen zei:”Die verdomde OVW -ers. Ik kan ze niet bijhouden”.
 
Ik was bij de arrestatie van Soekarno. Ik stond voor zijn paleis. Ik zag hem afgevoerd worden. We mochten geen foto’s maken. Niets. Ik zei nog tegen mijn maten: die heeft een prettig leven gehad. Dat zie je zo. Als je mij vraagt wat op mij de grootste indruk tijdens Indiё heeft gemaakt, moet ik zeggen dat die  luchtlandingen een wel erg grote indruk maakten op mij.
 
We kwamen aan bij het station in Djokja. Ik zei tegen mijn maat: moet je kijken, een grote trein vol met allemaal bankbiljetten. Dat geld was toen geen stuiver meer waard, maar toch pakten we nog een stapel ervan en gingen een kampong in. Tegen zo’n man met kippen zeiden we dat we kip wilden kopen. En teloor. Die kosten hoop geld zei de man. En wij pakten een stapel van dat geld en gaven dat aan die vent. Oh, das een hoop geld. En dat terwijl wij maar een kip kochten. Dat beest werd geplukt en gekookt en de hele compagnie at soep.
 
We spreken over de techniek die zo snel verandert. Telefoons, internet, computers.
“ ’t Is niet meer bij te houden. En allemaal maar met die telefoon bezig. Zelfs in de tweede kamer zitten ze tijdens vergaderen nog met die dingen,” zegt sobat Schurink.
Onderwijl is de jongste kleinzoon, Djan Kőzi (16),  ook thuis gekomen en komt bij ons in de kamer zitten. Met interesse luistert hij mee en neemt ook deel aan het gesprek.  
 
 
                                
 
Na afloop van hun tijd in Nederlands -Indiё vroeg plaatsgenoot, en maatje  voor het leven Karel Wilmink: “Wat dacht je ervan, doen we nog Korea?” Maatje Wilmink vertrok naar Canada. Sobat Schurink ging naar Nederland.
 
“Ik vertrok met de Zuiderkruis naar Nederland en kwam aan in Rotterdam. We kwamen zo uit Indiё van boord  en gingen de bussen in naar huis. We werden overal in het land gedropt.  
Ik was een van de laatste. Toen ik aankwam in de straat dacht ik: Jee, wat moet dat volk hier allemaal. Maar dat volk was uitgelopen om Sobat Schurink een welkom thuis te wensen. Niet alleen het ouderlijk huis was versierd, de hele straat was in versierselen getooid.
Wat een thuiskomst!”
 
Schurink ging na thuiskomst werken bij de filmdrukkerij!
De filmdrukkerij heeft niets te maken met speelfilms, maar met sjablonen en verf in meerdere kleuren  om o.a. stoffen voor gordijnen en japonnen te bedrukken. Hij was voorwerker. Vijfendertig jaar in trouwe dienst en nu een goed pensioen. (Gelukkig wel. Ze melken ons leeg! Zegt sobat Schurink)
Daarna werkte Sobat Schurink nog alleen in zijn eigen huis. Toch ging hij later, via zijn vrouw, nog 18 jaar werken in de horeca. In Goor. In de keuken van een restaurant, casino en dancing. Hij in de keuken en zij vijf jaar in de garderobe, bij de dancing, eigenlijk van alles. Een heel fijne tijd. Wel druk, maar erg leuk. “Ik ben thuis de man die kookt. Ik doe alles. Overhemden strijken, eten koken, noem maar op.  
Ik hoef niet meer terug naar Indonesiё.  Ik heb alles gezien en meegemaakt en zie geen reden om nog een keer terug te gaan. Ik zou der niet meer kunnen leven. Ik kan niet meer tegen de hitte. Ik moet er niet aan denken.”
 
Sobat Schurink kan zeer onderhoudend vertellen over al zijn belevenissen. Roep maar Suezkanaal, Reading, eten, vertier, Djokja, Neptunus, amusement of welke term dan ook met betrekking op het verblijf in Nederlands Indië, Sobat Schurink haakt er meteen op in. Prachtige belevenissen, verhalen en voorvallen.
Zouden wij alle verhalen hierin dit boekje zetten, kunnen we een vervolgverhaal van enkele feuilletons maken. We laten het voorlopig bij dit uitgebreide verslag van dit bezoek.
Wij hebben het een zeer boeiend en soms emotioneel bezoek gevonden met de meest uitlopende herinneringen en verhalen. Sobat Schurink ook. Hij gaf aan een donatie aan de kas voor
2-6 R.I. te willen overmaken. Iets wat wij natuurlijk van harte toejuichen. Het nummer staat in dit boekje.
Wat ons ook trof was dat de kleinzoons bij het gesprek bleven en zo geïnteresseerd waren in de verhalen van opa. Jongens, heel hartelijk bedankt daarvoor.
Mevrouw en meneer Schurink, bedankt voor uw gastvrijheid!

 

 

   
Overleden 29 februari 2012: Chris Kessels (87jaar) 
 
 

 
Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe een beetje
en alle beetjes die je stierf,
’t is vreemd, maar die vergeet je.
Het is je dikwijls zelfs ontgaan,
Je zegt ik ben wat moe,
Maar op ’n keer dan ben je aan
Je laatste beetje toe. 
 
 
Soldaat in alles, dapper, strijdbaar en verantwoordelijk.
Opgegroeid in armoede, vanuit Limburg begonnen aan een Brabants leven.
 
Zijn liefde ontmoet die kon wachten, terwijl hij zijn gedwongen verblijf in Duitsland verwerkte door naar Indië te gaan. Indrukken om nooit te  vergeten, verhalen om te vertellen naast beelden die je liever vergeet. 28 jaar hard werken bij Philips. Daarna werkzaam bij de politie waar hij veel heeft meegemaakt.  Om zijn persoon en houding genoot hij respect. Als vader en echtgenoot zorgzaam en verantwoordelijk, met liefde die sporen nalaat in  kinderen, die nu met veel liefde verder gaan. Kleinkinderen vol herinneringen mocht hij zien opgroeien, waar hij zijn zoon Hans te vroeg moest missen.
De laatste jaren met verdriet de weg naast zijn Willy gegaan, vol vertrouwen haar nu achterna,op zijn eigen dappere manier.
 
Op dinsdag 6 maart 2012 te Heeze namen wij als commissie reünie en nazorg 2-6R.I. T-brigade afscheid van Sobat Chrisje.
 
Tijdens de mooie dienst klonk bij binnenkomst ouverture no.1Music for the Royal fireworks                         
Gevolgd door een welkomstwoord door de begeleidster van de afscheidsceremonie.  Dochter Mieke droeg een mooi gedicht voor waarna het ”Wie sjoeen os Limburg is” door de volle gedenkruimte klonk.
 
Vervolgens  kreeg de penningmeester van de reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I. –T-brigade, Joop Pragt, het woord. In zijn toespraak memoreerde Joop onze bezoeken bij Chrisje thuis. Het overhandigen door Chrisje van het mooie bordje voor de herdenkingen in Roermond, het samen zingen van Limburgs volkslied en het Feyenoord lied. Ook haalde Joop de militaire ervaringen van Chrisje in Nederlands Indië aan. Vanzelfsprekend werd ook de binding die Chrisje later bleef houden met de sobats van 2-6R.I. aangehaald. Ook de tot aan zijn dood toe gehouden koffieochtenden met sobat Antoon Mathijssen en sobat Ceel Smulders werden vermeld. Joop eindigde de toespraak met een toepasselijk veteranengedicht.
 
Harry, zoon van Chrisje, vertelde aan de aanwezigen de vertaling van het muziekstuk “Terang Bulan” waarna het muziekstuk werd gedraaid. Meneer Molenaar, tafelgenoot van Chrisje, hield een vriendschappelijke toespraak gevolgd door toespraken van de kleinkinderen Willemien en Rian. Hierna klonk in de druk bezette aula het lied “Old Soldiers never die.”
 
Harry en Chris Kessels junior spraken met warmte en dankbaarheid over hun vader. Tot slot bedankte Harry Kessels allen voor hun aanwezigheid.
 
Tijdens de Overture no.1 Music for the Royal Fireworks namen wij, bedroefd, met een waardige laatste groet afscheid van onze Sobat Chrisje Kessels.  
 
 
 
Tevens bracht Marianne een groet namens Ad van Hooijdonk. Door persoonlijke omstandigheden kon hij tot zijn grote spijt niet aanwezig zijn bij dit laatste afscheid. 
 
Na de plechtigheid raakten wij in de koffiekamer in gesprek met enige bezoekers die allen een eigen herinnering of verhaal over Chrisje konden vertellen. Oud collega’s van de politie, maar ook Sobat Mathijssen en Sobat v.d. Heuvel.
En, wat wij heel fijn vonden, ontmoetten wij Mevrouw Toos van Bussel-Wouters, de weduwe van Sobat Tiny van Bussel.  Zij bezocht deze afscheidsdienst samen met haar zoon.
Sobat Jan van Erp was ook aanwezig en met hem hadden wij eveneens een kort gesprek.
Wij luisterden geduldig en aandachtig  naar ieders  verhalen en konden niets anders dan het nogmaals bevestigen:
Een goed mens is heengegaan!
 
Na een gesprek met Harry Kessels, waarin wij uit hebben gelegd dat in dit boekje een verslag komt over zijn vader en dat wij Chrisje op onze reünie in September tesamen met alle andere overleden sobats van het afgelopen jaar zullen herdenken, was het tijd om te gaan. Marianne had voor die avond een eerder gemaakte afspraak voor de musicalvoorstelling Soldaat  van Oranje.
Wetende dat Chrisje ook in de oorlog naar Engeland is gegaan leek het haast wel een laatste eerbetoon aan:
ons aller Chrisje”.

 

 

 

Bij Sobat Piet Leijs in Zevenbergen aan de tafel.
 
Vanuit Lepelstraat naar Zevenbergen is niets. Op tijd arriveerden wij bij Sobat Piet Leijs. Het tehuis waar hij woont ligt in een nieuwbouwcomplex waaraan nog volop wordt gewerkt. Het belooft een prachtige woongemeenschap te worden. Of is het zelfs al. Na ons te hebben gemeld bij de receptie konden wij naar boven. Wat een ruimte daar en wat een licht.
 
De deur bij Sobat Leijs stond al op een kier. Toch maar even aangebeld. De deur zwaait verder open en we worden gastvrij onthaald. Een zeer ruime hal met brede deuren geeft aan dat deze appartementen ook berekend zijn op rolstoelgebruikers. Sobat Leijs is daar nog lang niet aan toe. We gaan naar de ruime kamer annex keuken en nemen plaats aan de grote tafel. We drinken daar samen een kopje koffie.
 
De reden waarom Sobat Leijs in dit appartement zit, is dat hij enige jaren geleden een TIA heeft gehad. De arts heeft hem aangeraden om hier te gaan wonen. Voor alsnog heeft Sobat Leijs geen nadelige gevolgen ondervonden van de TIA. Het gaat best nog goed met hem. Lopen iets minder, maar verder geen klagen. Hij trouwde in 1952 en meneer en mevrouw Leijs  kregen 3 kinderen, 1 jongen en 2 meisjes. Zij zorgden voor zes kleinkinderen waarvan 1 verloren aan een treurig ongeluk in de wieg.  Als laatste bijgekomen zijn de twee achterkleinkinderen. Foto’s van de achterkleinkinderen staan op de vensterbank.
 
   
 
Sobat Leijs is in Steenbergen geboren. Woonde in Klundert. Werkte als jongeman in een houtzagerij (heeft gelukkig al zijn vingers nog).  Ging vanuit de BS ( Ordedienst) als OVW-er naar Willemstad. Daar ontmoette hij het meisje wat zijn toekomstige vrouw zou worden. Vanuit Willemstad vertrok sobat Leijs naar Sittard en vervolgens met 2-6R.I. naar Calais.
 
Hij werd sergeant bij de 4e compagnie, 2e peloton. Hij was een van de negen jongens van 2-6 R.I. vanuit Zevenbergen. Alleen Sobat Piet Leijs is daarvan nog in leven. Hij heeft gesmokkeld met zijn leeftijd. Hij was eigenlijk te jong, maar een jaartje erbij, och, wat gaf het. Dat hebben meerdere jongens in die tijd gedacht, want we betrappen nog menige Sobat op dit jaartje smokkelen.
 
Sobat Leijs vertelt ons veel. Over de thee die ze mee hadden op de patrouilles. Die was niet te drinken na een tijdje. Klappermelk bracht uitkomst. “We stuurde gewoon een inlander de boom in om klappers te plukken. De klapperbomen stikten soms van de rode mieren. Niet van die kleintjes die we hier hebben, nee, enorm grote beesten!,” vertelt Sobat Leijs.
 
Over ruzie in die club met de Franse naam. “Nee, die naam weet ik niet meer. Maar het was op de Bodjong” zegt Sobat Leijs.  “We kregen daar ruzie met een stel oud kolonialen. Zij verweten ons:’Jullie betalen de inlander veel te hoge lonen en betalen te hoge prijzen. Jullie gaan straks weg en wij blijven met de ellende zitten”.
Joop haalt aan dat voor het grasmaaien bij hen op de Tangsi in N.N.G. ook inlanders werden ingehuurd. Na een dag werken werden zij uitbetaald. Vervolgens zag je hen voor weken niet. Dan was het geld op, het gras weer gegroeid en meldden zij zich weer voor het werk. Het dagloon van ons was voor hen een riant inkomen. “Ja, inderdaad,” zegt Sobat Leijs, “zo ging dat bij ons ook. Vandaar dus de ruzie met de kolonialen. En terecht natuurlijk”.
 
Sobat Leijs verteld ook over Kalibanteng, het vliegveld en de B25. Hij was die dag op het vliegveld toen het ongeluk met de B25 gebeurde. “Een vreselijk ongeluk, de gehele bemanning dood. Wij waren allemaal erg onder de indruk van dit gebeuren.’’
Op mijn vraag of Sobat Leijs net als mijn vader eens mee geweest is op verkenningsvlucht met de B25 moet hij ontkennend antwoorden.
 
De Bodjong werd al genoemd. Natuurlijk ook Toko Oen. Daar was het eten duur. Dat kon Jan Soldaat niet betalen. “Ik weet op een buitenpost kwam een oude Atjeeër. Die verkocht Chinese maaltijden om een centje bij te verdienen. Dat waren heerlijke maaltijden. Ook deed hij de was voor een paar centen.”
Mijn vader, Huib Lankhuizen, vertelde hetzelfde verhaal. Hij had het over een half-Chinese man. Sobat Leijs wist niet meer welke buitenpost het was. Ook in mijn vaders verhaal is de naam van de buitenpost niet vermeld. Wel dat het lekker eten was!  Sobat Leijs vertelt dat hij Indië een prachtig land vond met goede mensen.
 
Bij thuiskomst in Nederland kreeg hij net als iedereen
6 weken verlof. Daarna ging hij aan de slag bij de spoorwegen. Kort daarna ging hij daar weer weg en kwam voor een paar jaar bij een bedrijf dat aan spoorbouw deed.
Vervolgens een jaar bij de suikerfabriek in Dinteloord om daarna bij Bottemade zuivelfabriek terecht te komen. Sobat Leijs bleef daar 23 jaar.
Het bedrijf ging samen met Nutrica, waar hij nog 12 jaar in de voedingsfabriek werkte waar o.a. babyvoeding van Nutricia werd gemaakt.  We krijgen interne informatie over wat er met over de datum zijnde voorraad potjes gebeurde, maar daar vertellen wij u niet verder over.
 
Sobat Leijs ging op 61 jarige leeftijd met pensioen.
Heeft, tot zij stierf, toen de verzorging  van zijn vrouw op zich genomen. Nu leest hij veel, puzzelt graag en maakt zijn loopje in de buurt. Praat nog weleens met een medeveteraan. Telefoneert regelmatig met Ad van Hooijdonk.
 
We vragen of Sobat Leijs zijn veteranenspeld draagt. “Die heb ik niet”, is zijn antwoord. “Nooit gehad, net als alle onderscheidingen, ook nooit gehad”. Ik heb de speld met de B van Bernhard. Meer niet. Ik heb geen veteranenpas. Ook de Checkpoint ontvang ik niet.  Die krijgt ik via een bevriende veteraan.”
 
Wij bieden Sobat Leijs aan om te regelen dat hij zijn veteranenspeld krijgt, de veteranenpas en de Checkpoint. Dat wil Sobat Leijs wel. We beloven de volgende dag meteen het veteraneninstituut te bellen voor hem. En dat is ook meteen gedaan. Eveneens als de boekjes, die Marianne heeft over Klundert in de oorlog, zijn opgestuurd naar Sobat Leijs.  
 
Met de uitgebreide ledenlijst erbij kijken we naar maatjes van Sobat Leijs die nog in leven zijn.  Zoals hij al eerder aangaf, hij is de enige van 8 uit Zevenbergen die nog in leven is. “Maar Arie v.d. Bos, leeft die nog? Ik ken hem nog van na die Indië tijd. Hij had een kwekerij. Hij kwam nog wel eens hier in Zevenbergen” “Arie v.d. Bos? Uit Den Briel? Ja die leeft nog, We hebben onlangs nog contact met hem gehad.” Meteen worden de adresgegevens uitgewisseld. Kijk dat is weer een fijn stukje nazorg. Contacten herstellen tussen de sobats.
 
Dan een klop op de deur en een dame met een dienblad komt binnen. De geur van vers gebakken patat met kroket komt onze neuzen blij maken. “Dit is mijn zus,” zegt Sobat Leijs. “Zij woont hier in een aanleunwoning.”
We maken snel even kennis en gaan er dan als een haas ervan door. Sobat Leijs achterlatend met zijn kroket en patat. Eet smakelijk. Ook wij gaan op weg naar de maaltijd.
 
Sobat Leijs, bedankt voor uw gastvrijheid en verhalen. Wij hebben het een leuk bezoek gevonden
                                                                                       Door Marianne

 

 

 

 
Op bezoek bij Sobat Schetters  29 februari 2012
 
Op 29 februari hadden wij een afspraak op de kazerne in Vught i.v.m. komende reünie.  Volgens onze coördinatrice Marijke was dat meteen een mooie gelegenheid om op de terugweg een Sobat te bezoeken. Het kostte wat moeite om telefonisch een afspraak te maken met een sobat. Bij  Sobat v.d.Corput kwam die dag de werkster, weduwe Mientje Wijers kreeg wat dames op bezoek, Sobat van Heugten gaf geen gehoor, Sobat v.d. Linden slaapt veel en dan, eindelijk, is daar Sobat Schetters. Na overleg met zijn vrouw of “dat vrouwke”(Marianne) op de koffie kon komen, spraken wij af dat wij in het begin van de middag in Lepelstraat (Noord Brabant) zouden zijn. Dat gaf ons mooi de gelegenheid om nòg een Sobat op de terugweg te bezoeken. Dat werd Sobat Leijs. Hij woonde ook op de route en was die middag thuis. Een afspraak om later in de middag bij hem langste gaan was snel gemaakt.
 
Wonderwel hebben wij steeds goed weer als wij op pad gaan voor de sobats.  De voor die dag voorspelde mist was gelukkig uitgebleven.  Op de minuut precies waren wij in Lepelstraat. Wij werden bij de deur al opgewacht door sobat Schetters. Hij verwelkomde ons in zijn woning. Mevrouw Schetters werd begroet en kreeg het bekende snoepertje overhandigd. Zij begon aan de voorbereidingen van de koffie. Sobat Schetters bracht de koffie binnen. “Nee, Marianne je hoeft niet te helpen hoor. Het gaat zo goed.
  Geen koekjes he?”  “Nee,alleen koffie hoor, meneer Schetters.”  
Heerlijk genietend van een lekker vers gezet bakje koffie kwam het gesprek op gang.
 
 
 “Met de gezondheid hebben we geen klagen”, zegt mevrouw Schetters. “Nou ja, de gebruikelijke ongemakken die gaan spelen als je wat ouder wordt”. Sobat Schetters heeft een operatie aan zijn meniscus achter de rug en is weer prima hersteld. Hij fietst iedere dag een half uurtje. Houdt van voetbal (kijken) en snooker. Mevrouw Schetters puzzelt en patience graag.
 
“Nou moet je eerst eens vertellen Marianne, jouw vader, die was toch ook van de 4e compagnie?” vraagt sobat Schetters. “ Jazeker, mijn vader was van de 4e compagnie,”zegt Marianne. “ Die rooie?”  “Ja inderdaad dat was mijn vader.” Opgewekt zegt sobat Schetters: “Hij was een goeie vent. Hij heeft mij en mijn maatje gered van ‘14 dagen streng’ op Malakka. Het was met wachtlopen. Wij hadden geleerd:  het maakt niet uit of je hangt, ligt of staat als je maar op wacht bent. Daar dacht kapt. v.d.Broek wel anders over. Gelukkig heeft Sgt. Lankhuizen zich ermee bemoeid en van het hele voorval is nimmer meer wat gehoord”.
O, hier wordt het duidelijk dat het niet over mijn vader gaat, maar over Sgt. Lonkhuizen, ook een rooie en ook uit Klundert. Om het makkelijk te maken.  
 
Sobat Schetters werd geboren in Steenbergen op 20 april 1925. Het gezin Schetters bestond uit 14 kinderen. Schetters werd knecht bij een landbouwer. Hij ontmoette op zijn 17e jaar mevrouw Schetters (toen nog geen Schetters!), zij was 14 jaar. De familie zei dat ze nog maar even moesten wachten met de verkering. “ Maar in September dit jaar zijn we 63 jaar voor de wet getrouwd”, vertelt mevrouw Schetters lachend. “Voor de kerk trouwden we een maand later.”
 
Sobat Schetters en zijn vrouw kregen 9 kinderen: 4 jongens en 5 meisjes, die zorgden weer voor schoonzonen en schoondochters en zij waren goed voor 17 kleinkinderen en 6 achterkleinkinderen. Een familiefoto hangt aan de muur. Een geluk dat het een grote foto is.
 
 
 
Via de Orde Dienst heeft sobat Schetters zich in 1945 aangemeld als O.V.W.-er. Hij begon bij 1-6 R.I. onder luitenant Peters en werd ingedeeld bij het stafpeloton, de
 2 inch mortieren. 
 
Onderweg naar  Nederlands- Indië zat op de Nieuw Amsterdam ook de MARVA. De dames zaten een dek hoger dan de manschappen. Je moet de kat niet op het spek binden. De jongens wisten toch wel welk vlees ze in de kuip hadden. “Een spiegeltje gaf een pracht uitzicht onder de rokken”, lacht sobat Schetters schalks. “Wij waren ook niet van gisteren hoor.
In het vorige boekje stond het verhaal van Kroon toch? Ik was daar ook met dat ongeluk met de bermbom.  Ik zat net aan de andere kant van hem. Hij heeft de klap opgevangen. Tragisch.
 
Van Weert was onze eerste dode. Op Malakka was dat. Hij had zich ingelaten met een inlands vrouwke. Dat kostte hem zijn leven. Adat. Later verloren we o.a. De Lepper,  Veldman en Fick.
 
Bij terugkeer in Nederland kreeg ik eerst 6 weken verlof en vrij reizen met de trein. Ik ging overal heen,” vertelt sobat Schetters. “Daarna was het aan de arbeid. In de suikerfabriek in Steenbergen, maar dat verdiende maar f 28,80 in de week. Ik bleef er een jaar. Werd toen boerenknecht vlak bij huis en verdiende f 37,- in de week. Wel een verschil.”
 
De familie is verschillende keren verhuisd. Tijdens de watersnoodramp raakten zij alles kwijt. Met  hard werken en aanpakken zorgde sobat Schetters voor zijn gezin. Iedereen moest goed leren. Hij kocht 6 hectare eigen grond voor groenteteelt en ook wat vee. Werkte vervolgens in de vatenfabriek aan de lopende band. Op zijn 62e jaar was het genoeg. Pensioen! Uit met dat werken.
 
Een heel opmerkelijk iets wat sobat Schetters vertelde is, dat er een 2-6R.I, boodschappentas is geweest. Helaas is de tas niet meer meegegaan met de vele verhuizingen.
Wie kan ons meer vertellen over deze tas met klep. De  tijger en de kapotte schoen waren erop afgebeeld. Wie oh wie?
 
Hoewel sobat Schetters nog wel uren had kunnen doorgaan met het ophalen van herinneringen, moesten wij toch afscheid nemen. Sobat Leijs zat op ons te wachten.
Wij willen graag op tijd aankomen op onze afspraken.
 
“Ah sobat Leijs,” zegt sobat Schetters, ” die ken ik wel goed. ……..doe hem maar de groeten straks.” Met die belofte was het echt tijd om op te stappen. We bedankten mevrouw Schetters hartelijk voor de gastvrijheid. Sobat Schetters liep naar de kast, haalde zijn portemonnee tevoorschijn en gaf ons een donatie voor de kas. “Jullie doen zoveel voor ons. Dan kan je weer een beetje vooruit.! En nu vooruit, der uit, naar sobat Leijs.”
                                                                                      
                                                                                       Door Marianne

 

Op bezoek bij de jonge Tijgers in Schaarsbergen. 15-2-2012

 

 
Naar aanleiding van ons bezoek van 7 december 2011 voor de 7 dec. divisieherdenking op de Oranje kazerne in Schaarsbergen, hebben wij afgesproken met compagnies sergeant-majoor  Eric Henderson.  Het betrof de uitnodiging langs te komen bij 11 Infanterie–Bataljon Luchtmobiel. Dit ter kennismaking en om de onderlinge band met de oude en jonge tijgers te versterken.
 
De afspraak was dat wij per trein zouden reizen. Bij het station werden wij opgewacht door een militairbusje met twee jonge Tijgers.  Onderweg naar de kazerne spraken wij over u, de oude Tijgerveteraan. Over uw inzet en uw ervaringen. Over uw reünie. Dat het bij de jonge Tijgers nu nog niet speelt, zo’n reünie, maar over een aantal jaren zal er ook bij hen de hang zijn om te weten hoe het met hun makkers is vergaan in het leven na de uitzendingen. Hun belangstelling voor u, de oude Tijgerveteraan, was uitermate groot.
 
Dat bleek duidelijk bij aankomst op de kazerne in het gastvrije gesprek met de compagnies sergeant-majoor Eric Henderson. Met een kopje koffie erbij werd er over en weer informatie uitgewisseld over de oude en jonge Tijgers en wat wij voor elkaar zouden kunnen betekenen in de toekomst.
Marianne opperde meteen dat het leuk zou zijn om de nadere kennismaking in ons boekje te vermelden.
Dat het Tijgerembleem  nog voortleeft bij de jonge Tijgers. 
 
De compagniescommandant kapitein Marc Veuger, had zich ondertussen bij ons gevoegd. Ook hij liet zijn betrokkenheid merken door deel te nemen aan het zeer geanimeerde gesprek.
 
Tijdens ons vorige bezoek (7dec. divisie herdenking) hadden wij al de eer om de mascotte Karelkie te mogen zien. Wat toen opviel was de wel erg kleine Tijgerbadge die Karelkie op zijn sjabrak droeg. Marianne dacht meteen aan de prachtige Tijgerbadge, een kopie van de originele badge op ware grootte, die goudsmid Sanne van Boekel voor de reünie- commissie had gemaakt. Die badge zou bij Karelkie niet misstaan.
 
Bij dit bezoek had Marianne dus die badge meegebracht en kreeg zij de eer om samen met Joop de badge bij Karelkie op te spelden.  
 
 
Na het opspelden van de Tijgerbadge werden wij uitgenodigd om deel te nemen aan de maaltijd. Zo, in de Tijgerkantine, tussen de manschappen. Boterhammetje met hamburger. Ook tijdens deze leuke lunch kwamen voortdurend de ervaringen van u, Tijgerveteraan, en uw jonge navolgers ter sprake. Het effect van de uitzendingen, missies en uw ervaringen van uw tijd in Nederlands Indië. Er werd geen onderwerp geschuwd.
 
 
Onderwijl vroeg Marianne geregeld of zij niet te veel beslag legde op de tijd van beiden heren. Dat was absoluut niet het geval. Er was ruimschoots tijd uitgetrokken voor dit bezoek.
 
                          
                                                 Kapt.M.Veugel, Marianne en Sergt.Maj. E.Henderson
 
Weer terug op de kamer van sergeant majoor Henderson kwamen er heel spontaan links en rechts verschillende Tijgerpresentjes voor de Tijgerloterij op 29 september 2012 te voorschijn.
 
Uiteindelijk is het een fiks pakket met verschillende artikelen geworden, allemaal met het logo van de aan u welbekende Tijger! 
Het werd zoveel dat besloten werd het per post naar het secretariaat te zenden omdat we anders met dat grote pakket in de trein zouden zitten. Kijk, dat is meedenken.
Omdat toch enkele militaire werkzaamheden voor het weekend moesten worden afgehandeld werd daarna besloten dat wij verder contact zouden onderhouden. De kennismaking was goed verlopen.
Met een tevreden gevoel konden wij beiden heren bedanken voor hun gastvrijheid en hun  belangstelling in u, de oude(re) Tijgerveteraan!. Wij werden weer keurig netjes met het busje naar het station gebracht en stapten zo de trein in naar Rotterdam. Een productieve dag kon worden afgesloten. Op naar huis.  
                                                                                     
Naschrift:
De C/Tijger compagnie is de tweede Jager-compagnie in het Bataljon. Dit gegeven en de karakteristieken die de Jagers van oudsher hebben meegekregen, hebben er toe geleid dat er in 1993 bij de nieuwe taakstelling van het 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel voor de compagnie een nieuwe mascotte werd gekozen; de JAVA tijger.
 
 
Omdat de toenmalige Jagerbataljons gevochten hebben in Nederlands Indië, was het geen toeval dat de tijger als mascotte werd gekozen. Vele huidige tradities zijn rond deze TIJGER opgezet. De indrinkplechtigheid van nieuwe leden van de compagnie is hiervan een voorbeeld. Ook het feit dat ieder lid van de Charlie-compagnie niet alleen Jager is, maar intern ook als "Tijger" aangesproken kan worden, geeft aan dat de Tijgertraditie bij de Charlie-compagnie levend gehouden wordt.
Binnen de tradities van het Regiment draagt de C/Tijger compagnie ook zorg voorde uitvoering van de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei op de Grebbeberg.

 

 
Op 31 december 2011 overleed sobat Jo Princen(86) 4e cie.  
 
 
 
 
Rust nu maar uit,
Je hebt je strijd gestreden,
Je hebt het dapper gedaan,
Wie kan begrijpen hoe je hebt geleden
Wie kan voelen wat je hebt doorstaan
Rust nu maar uit.
 
Net voordat wij de kaart betreffende het overlijden zijn opa ontvingen, mailde kleinzoon Maurice aan Marianne.
 
Hij schreef: ‘Helaas heb ik niet zo'n goed nieuws op de 1e dag van het nieuwe jaar.. Mijn opa Jo Princen is helaas gisterochtend (31 december 2011) overleden.
Ik weet hoe graag hij altijd bij jullie reüniedagen was, dus vandaar dat ik je even mail voordat je de kaart in de bus krijgt. Hij is echt heel snel achteruit gegaan, want in september zijn we op de reünie in Vught geweest. Enkele weken terug heeft hij een lichte herseninfarct gehad, waardoor Jo geen vast voedsel meer kon eten. Hij was een trotse man, dus dat was echt niks voor hem. Toen heeft hij de hoop opgegeven:  hij vond het mooi geweest.’
 
Op woensdag 4 januari waren wij aanwezig bij de crematieplechtigheid in Crematorium Jonkerbos in Nijmegen.
 
Buiten wachtten wij Maurice, de kleinzoon van Jo Princen op, om hem de Tijgerbadge, het 2-6 R.I. bord en de 2-6 R.I. stropdas van mijn vader aan te geven. In overleg met de familie en Maurice brachten wij deze attributen mee om bij de kist van Jo te leggen.
 
Na aankomst in de wachtruimte bij de aula werd het snel een drukke bedoeling. Familieleden die elkaar begroetten, condoleerden, maar ook met elkaar nieuwjaarswensen uitwisselden Het leek even meer op een gezellige drukke nieuwjaarsreceptie dan een crematie.
Toen de hostess van het crematorium ons binnen noodde werd er echter een plechtige stilte aangenomen door alle aanwezigen.
 
Jo Princen was 63 jaar getrouwd met An. Jo groeide op als 6e kind in het gezin dat uit dertien kinderen bestond. Na de lagere school ging Jo naar de schildersopleiding, kreeg een baan als schilder en later kwam hij bij Phillips te werken.
 
De oorlog brak uit en Jo is enkele jaren in Limburg ondergedoken geweest. Hij was actief in het verzet. In 1945 vertrok hij als O.V.W. er voor drie jaar naar Indonesië. Terug in Nederland leerden Jo en An elkaar kennen. Ze trouwden en werden de trotse ouders van twee dochters, Wil en Ans.
 
Jo was een man van weinig woorden, rustig. Hij kon prachtige tekeningen en schilderijen maken. Voor veel mensen heeft Jo iets moois gemaakt. Jo bleef graag op de hoogte van nieuwe dingen. Computers hadden dan ook zijn interesse.
 
Jo leefde voor zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen.
Toen achterkleinkind Eline werd geboren was opi erg trots.
Als zijn gezin het maar goed had, dat was voor hem voldoende.
Na  de plechtigheid brachten wij namens de sobats 2-6 R.I. een waardige groet bij de kist. Tijdens de dienst was geen ruimte voor een toespraak. De reeds door ons op papier gezette toespraak namens 2-6R.I. werd later aan de familie overhandigd.
 
Achterkleinkind Eline bracht na de plechtigheid trots de onderscheidingen van Jo Princen op een kussen de koffiekamer in.  “Ja, ik weet dat mijn Opi een soldaat is geweest. Een veteraan. Mijn opa is ook een veteraan.”
 
Jo Princen, soldaat 4e compagnie bezocht trouw de reünies. Afgelopen september 2011 voor het eerste samen met kleinzoon Maurice. Een trotse opa hebben wij gezien.
Jo was uitgekozen om het present te roepen tijdens het dodenappel, wat hij als een hele eer beschouwde. Eerder viel Jo in Weert de eerste beurt om tijdens de herdenking de vlag te hijsen. Jo Princen: wij hebben van hem genoten op onze reünies. Wij zullen hem tijdens ons eerstvolgende reünie waardig gedenken.
 
Jo Princen was o.a. drager van het ereteken voor orde en vrede met jaargespen en het draaginsigne Veteranen
                                                                                     
Reactie:
05-01-12 21:47:28
Hallo,Ik wil bij deze u bedanken voor het aanwezig zijn bij de crematie van mijn opa Jo Princen. Ik weet zeker dat trots hij zou zijn op de speciale tekens die u op zijn kist geplaatst heeft, mijn dank hiervoor. Ik heb uw site al diverse malen door gelezen en vooral het verhaal van mijn opa diverse malen bekeken. Nooit zullen we weten wat hij allemaal heeft mee gemaakt, wellicht ook maar beter zo. We zullen hem echt missen .....Super bedankt !!
Patric Schipperheijn, trotse kleinzoon van Jo Princen

 

 

 

 
Op ziekenbezoek bij sobat Zwitselaar
 
Kort na de jaarwisseling belde Sobat Zwitselaar ons op. Sobat Henk liet ons weten dat hij was gevallen, zijn arm had gebroken en weer last met de longen had. Hij was opgenomen in het UCCZ Dekkerwald in Groesbeek. Tijdens het telefoongesprek gingen mijn gedachten snel naar een mogelijkheid tot bezoek aan Sobat Henk op 4 januari.
 
Ik beloofde Sobat Henk Zwitselaar eens te kijken wat ik in korte tijd voor hem kon doen.
Omdat ik wist dat de crematieplechtigheid van Jo Princen plaats vond in Nijmegen, nam ik contact op met Marijke, onze coördinator nazorg, en vroeg haar of wij op dezelfde dag even bij Sobat Zwitselaar langs mochten gaan. De afstand tussen beiden adressen was 5,1 kilometer en in 9 minuten te bereiken. Marijke gaf meteen haar toestemming. Zij merkte op dat de oproep in het boekje om ons in kennis te stellen wanneer een Sobat in het ziekenhuis lag, goed opgenomen was door Sobat Zwitselaar.
Na een stormachtige dag en nacht was op 4 januari het weer iets rustiger geworden en konden wij met een gerust gevoel op pad. We (Joop en Marianne) reden dit keer zonder enige oponthoud of filevorming Linéa recta naar Groesbeek. We verkneukelden ons op de verrassing. Sobat Zwitselaar kon niet vermoeden dat na het telefoontje van hem al zo snel een bezoek zou volgen.
 
Hoewel wij buiten het bezoekuur arriveerden bij het zorgcentrum voor chronische longziekten meldden wij ons bij de receptie. Na uitleg dat wij van buiten de stad kwamen en weer door moesten naar een overleden kameraad van patiënt Zwitselaar mochten wij zonder problemen doorlopen.
 
Het was een aangename verrassing voor Sobat Henk toen wij in deuropening van de kamer verschenen. Een waarschuwingsbord op de deur gaf aan dat er geen lijfelijk contact mocht zijn met de patiënt. Dit in verband met een bacteriële infectie. Dus geen handen schudden, geen klapzoen maar wel een lekker snoepertje op het nachtkastje neerleggen.
 
Sobat Zwitselaar werd thuis getackeld door een uitstekend beddenpootje. Jaren staat dat pootje al onder het bed, nu stak het wat uit. Hoepla, Sobat Henk onderuit. Arm ontveld en een alarmerend pijngevoel deed Sobat Henk vermoeden dat zijn arm ook nog eens gebroken was.
 
 
 
Dat en de aanhoudende kortademigheid was de doorslag om hem op te nemen in UCCZ Dekkerwald. Sobat Henk vertelde ons dat bij toeval daar een bacterie in zijn bloed werd gevonden door een oplettend doktertje van 25 jaar!
Meteen is overgegaan tot het toebrengen van krachtige medicijnen die de bacterie te lijf moeten gaan. We hopen dat dit een start mag zijn naar een volledig herstel.
Thuis wonen is er niet meer bij. Sobat Zwitselaar is daar kordaat in. Het kan niet meer zo. 
Er wordt uitgekeken of er plaats is op een passende locatie in Nijmegen. Misschien in de Oranjerie. Maar eerst voldoende opknappen is nu het motto.
 
We hebben ruim de tijd genomen om met Sobat Henk te praten. Weer kwamen er, evenals na ons vorige thuisbezoek, veel verhalen over Indië ter sprake.
We hopen dat Sobat Henk voldoende opknapt om in september op de tijgerreünie aanwezig te kunnen zijn, dan kan hij al zijn verhalen delen met de aanwezige sobats.
 
Hoe gezellig het bezoek ook is, Sobat Zwitselaar is een patiënt. Wij moesten hem voldoende rust gunnen. En natuurlijk moesten we naar de crematieplechtigheid van Jo  Princen. Wij namen afscheid van Sobat Henk Zwitselaar zonder handen te schudden en zoenen van Marianne maar toch heel vriendschappelijk. Graag tot ziens!   

 

 

 
Op 17 december 2011 is overleden hospik Guus Schouten.
 
 
Een verhuizing was voor hen in de planning. Helaas heeft het niet meer zo mogen zijn dat Mia samen met Guus naar het bejaardenhuis in Roermond zou verhuizen. Wij ontvingen via nichtje Patricia het droeve bericht dat op 17 december 2011 Guus Schouten is overleden.
 
In het telefoongesprek dat hierop volgde kwam ik terug op ons bezoekbij Guus en Mia. Wat een consternatie het was toen Guus ineens viel en een fiks gat in zijn hoofd daarbij opliep. Daarvan was Guus gelukkig weer snel hersteld. Echter enige  weken later liet het hart het afweten.
Guus mocht 85 jaar worden.
 
In overleg met familie werd afgesproken dat wij aanwezig zouden zijn tijdens de crematieplechtigheid. Patricia zou na overleg met de begrafenisonderneming aan ons laten weten of  er ruimte was om een toespraak te houden over Guus en zijn
2-6 R.I.  Die ruimte was er.
 
De crematieplechtigheid vond plaats op  22 december 2011 in de aula van crematorium “Tussen de Bergen” te Roermond. 
 
Het leven van Guus was gekenmerkt door eenvoud. Hij was hartelijk en bezorgd. Hij werd 6 juni 1926 geboren als  het 5de kind in een gezin van 14 kinderen. Zijn dierbare Maria was hem alles. Guus had vele hobby’s. Zo was hij lid van Jong Nederland. Tevens was hij jaren lang voorzitter van de Roermondse automobielclub. Ook van zijn graveerbedrijfje genoot hij met volle teugen. Hieraan heeft hij in de avonduren en weekenden heel veel tijd besteed.
 
Het huwelijk bleef, ofschoon hij zielsveel van kinderen hield, tot hun grote  verdrietkinderloos. Ze wisten dit gemis echt op perfecte wijze te ondervangen door mede te zorgen voor een van de nichtjes, Patricia.  Het computeren was voor hem niet vreemd. Al vele jaren overspoelde hij met vaste regelmaat mening postvak met de meest uiteenlopende berichten.  
 
 
Samen met broers en zussen, verdere naaste familieleden, vrienden,buren en kennissen werd tijdens een hechte familiedienst afscheid genomen van Guus. Door de jongste broer van Guus werden heel wat herinneringen opgehaald. Tijdens die toespraak waren foto’s te zien op een tv-scherm. Tweezelfgeschreven gedichten van nichtjes Tessa en Nina werden voor opa voorgedragen. Een derde nichtje droeg het gedicht voor over “de doosjes waarin wij onze herinneringen opbergen”.
 
Tussen de toespraken was er ruimte voor mooie muzikale stukken. Als laatste hield Joop Pragt namens 2-6 R.I. een verhalende toespraak waarin het leven van hospik Guus als Indië-ganger werd toegelicht. Aansluitend droeg Joop een passend veteranengedicht voor.
 
Juist de vele jaren die Guus voor 2-6 R.I. de kranslegging voor zijn rekening nam en ook het regelmatig schoonhouden van de plaquette gaven zijn zeer hechte band met 2-6 R.I. aan.
Ons bestuur heeft Guus daarvoor bij ons laatste thuisbezoek nog nadrukkelijk bedankt.
Hoe sterk Guus met het monument betrokken was blijkt uit zijn wens om i.p.v. bloemen graag een donatie te doen voor het Indië -monument.
 
Wij hebben aan dat verzoek voldaan en namens 2-6 R.I. een donatie gedaan. 
 
Guus, namens je makkers van 2-6 R.I., bedankt voor al je goede zorgen.

 

 

De ‘tijger’ leeft voort ( 7 december 2011)
 
De wereld hangt van toevalligheden aan elkaar. Op 7dec. 2011 waren Marianne en Joop door adjudant Boes van het 11 LMB Aaslt“7 Dec” uitgenodigd om de op die dag te houden 52e herdenking van de omgekomen militairen van de voormalige
7 December Divisie”, de “7 December Bataljons”, het Operationeel Commando “7 December” en de 11Luchtmobiele Brigade (Air Assault) “7December” bij te wonen. Een enorm grote witte tent was opgezet op het terrein van de Oranje kazerne in Schaarsbergen waarin de 1000 genodigden werden ondergebracht. Het was een gemêleerd publiek. Zowel Indië- als Korea-gangers waren aanwezig. Ook vele hoogwaardigheidsbekleders gaven acte de presens evenals een flink aantal vertegenwoordigers van veteranen organisaties. En zoals gemeld: ook Marianne en Joop namens de reünie-en nazorgcommissie 2-6R.I. –T-brigade.
 
Het stormde. Zowel buiten als binnen de tent was te merken dat er een windkracht 10 over het land trok. Natuurlijk gaven de mannen die de verschrikkingen in Korea hadden meegemaakt geen krimp tijdens het schudden en af en toe aardig klapperen van de tent. Maar anderen, zowel dames als heren, zaten soms bezorgd te kijken of de stormverankering wel goed vast zat. En dat klonk als een klok. De lampen aan het plafond wiebelden alle kanten op maar gevaar was er niet te duchten.  o.a. adjudant Paul Boes had hiervoor gezorgd. Deze adjudant, die ook voor 2-6 R.I. T- brigade van zeer grote waarde is en al vele goede tips aan voorzitter Marianne heeft gegeven i.v.m. het organiseren van een reünie, liet ons zijn draaiboek zien voor deze grote bijeenkomst. Bestond het draaiboek voor de reünie van de reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I. T-brigade uit drie A4tjes, het draaiboekvoor de 7 December Divisie herdenking was bijna zo dik als een telefoonboek van een middelgrote stad! En inderdaad was alles tot in de puntjes geregeld. De aanvang van de herdenking was om 11.30uur en begon met de begroeting door de ceremoniemeester en een samenzang  van : Marslied “7 December”,gevolgd met  een openingsgedachte  door ds. J.D. de Bruin. Daarna zong het koor “Tibie Pajom”.Vervolgens sprak Brigade-generaal O.P. van Wiggen de aanwezigen toe. Hierna zong het koor “Adoramus te Christe”. Mevrouw A.G.Steenstra droeg het mooie gedicht“Afstand” voor. Met  een samenzang van “Blijf bij mij Heer” werd de herdenking afgesloten.
 
Na de plechtigheden was er nu gelegenheid om de (uitstekende) lunch te gebruiken en met andere aanwezigen in gesprek te gaan. En reünie- en nazorgcommissie2-6R.I. T.-brigade voorzitter Marianne greep die gelegenheid aan om met vele hoogwaardigheidsbekleders van gedachten te wisselen betreffende de aangelegenheden voor de Indië veteranen.
 
De voorzitter van het Veteranen Platform, generaal b.d. Leen Noordzij, sprak uitgebreid met Marianne. Hij vindt het initiatief van het bijeenbrengen van de Tijgerbrigade goed getuigen van een vooruitziende blik. Gezien de leeftijden van de Indiëgangers is het eigenlijk vanzelfsprekend dat de onderdelen worden samengevoegd om te komen tot een gezamenlijke Tijger- reünie. “Het is voor de oudere veteranen natuurlijk een flinke aanslag op hun energie om zo’n reünie te organiseren,” zei de voorzitter van het Veteranen Platform.“Daarom is het mooi dat een jong bestuur, zoals jullie commissie heeft, zich met zoveel enthousiasme inzet voor de ‘Tijgers’. Het zal de meeste oudere bestuurders meer rust geven. Ook het bij elkaar komen van zo’n grote groep tijdens een Tijger-Brigadereünie  is een welkome aanvulling, want het is gezien de leeftijden een kwetsbare groep . Mooi initiatief van jullie!”
 
Maar wat betreft het eerder genoemde toeval: tijdens de uitreiking van de lunchpakketten zag een van de soldaten dat Marianne een Tijgerbadge op haar revers droeg. “Hoe komt u daar aan mevrouw en wat is er de bedoeling van?” vroeg die oplettende militair. Na uitleg van Marianne vertelde hij dat zijn compagnie precies dezelfde tijger als symbool had. En van het een kwam het ander.
Marianne en Joop werden aangesproken door de compagnies sergeant-majoor en ook de commandant van de Tijgercompagnie toonde belangstelling voor de veteranen van de Tijgerbrigade. 
Marianne en Joop kregen een rondleiding door de verblijven van de Tijgercompagnie en de manschappen lieten met veel trots hun, in enkele vitrines in die verblijven, uitgestalde tijgerobjecten zien.  
 
 
Na afloop werden wij weer terug gebracht naar de verzameltent. De commandant van de Tijgercompagnie beloofde dat er verder contact zou worden opgenomen met de Tijgerbrigade commissie om te bekijken of we iets voor elkaar kunnen betekenen.
 
Nauwelijks waren we de verzameltent weer binnen of we ontmoeten een andere ‘Tijger’. Menno van de Wetering
 (2-6R.I.) en zijn echtgenote Elly waren ook op uitnodiging naar de bijeenkomst gekomen. Na het uitwisselen van enige wetenswaardigheden en het drinken van een kopje koffie namen we afscheid van meneer en mevrouw van den Wetering. 
 
Ook van KTZA Frank Marcus, directeur Veteraneninstituut en generaal b.d. Leen Noordzij, voorzitter Veteranen Platform namen we afscheid, het was tijd om terug te keren naar
Hoogvliet. Tijdens de treinreis naar huis konden we veel van onze indrukken al op papier zetten zodat ook u er iets over kan lezen. U ziet maar, het bestuur zit niet haar tijd nutteloos door te brengen. We houden u op de hoogte!

 

Op bezoek bij sobat Poorte

 

Op de vroege ochtend van 28 september 2011 werd Marianne mobiel gebeld. We waren per auto op weg naar de kazerne in Vught. Het was meneer Poorte uit Rijssen. “Marianne, het spijt mij erg, maar ik kan niet naar de reünie komen want mijn vrouw is ziek. Het is nu eenmaal zo dat de gezondheid van mijn vrouw belangrijker is dan de reünie, hoe graag ik ook aanwezig had willen zijn.”Marianne schrok en informeerde gelijk naar de status van mevrouw Poorte. “U hebt gelijk hoor meneer Poorte, vanzelfsprekend is uw vrouw belangrijker dan de reünie. Wees u alstublieft heel voorzichtig met haar en verzorg haar goed. We zullen op de reünie vertellen dat u gebeld heeft en alle sobats de groeten doet. Indien we weer eens in de buurt bij u zijn komen we wel op thuisbezoek. Dan drinken we samen met u en uw vrouw een kopje koffie en praten we een beetje bij. Wel bedankt voor uw telefoontje en sterkte gewenst, ook door Joop, die zit nu geconcentreerd achter het stuur! Daag, en tot ziens.”  
In november was het nodig om een geschikte gelegenheid te zoeken voor de reünie van 2012. Omdat de voorgaande reünies er goed verzorgd waren, gingen wij ons licht opsteken bij de kazerne in Vught voor een grotere, maar ook nog gezellige ruimte. Wij denken in 2012 meer dan 150 aanmeldingen te ontvangen. Die grotere ruimte is daar alleen op de zaterdag voorhanden. Het bestuur heeft een optie genomen voor zaterdag 29 september 2012.
 
Na telefonisch contact, eerder in de week, bleek dat we bij de familie Poorte van harte welkom zouden zijn. Bij familie Schurink was helaas de gezondheid van sobat Schurink niet goed. Mevrouw Schurink zei dat meneer Schurink zich niet zo lekker voelde. Hij had problemen met de bloedverdunners en lag op bed. In goed overleg met haar besloot Marianne het bezoek aan Enschede dan uit te stellen naar een geschiktere datum. Mevrouw Schurink vond dat prima.
 
Het bezoek en het overleg in de kazerne kostte nogal veel tijd.. Marianne had familie Poorte snel even opgebeld dat het wat later werd. Zij hadden er geen probleem mee en bij aankomst kwam de koffie gelijk op tafel. Mevr.Poorte heeft eerder dit jaar een zeer ingrijpende operatie moeten ondergaan. Het is nu, ondanks dat, gelukkig alweer een stuk beter met haar. De buurvrouw, die even op visite was, bracht de koffie nog even snel op tafel. En dan werd het vertellen. Sobat Poorte. Wat kan die man vertellen. Het lijkt wel een wandelende encyclopedie over Indië. 
De meest interessante details werden aangesneden. Joop had zijn handen vol aan het opschrijven van de belevenissen van sobat Poorte.
Als eerste hadden we het over het bezoek aan sobat Schouten in Roermond. Ook familie Poorte schrok van de gebeurtenissen daar. “Hij heeft vorig jaar nog de voordracht gedaan op de reünie,”zegt meneer Poorte. “Ik kon hem toen moeilijk verstaan, hij is Brabander en die versta je toch al moeilijk,” lacht Twentse sobat Poorte. Dan komt sobat Poorte met een onthutsend nieuwtje. Joop dacht dat hij ook al een beetje af wist van de Indië-gangers maar het verhaal dat er twéé Toko’s Oen waren geweest verraste zowel Joop als Marianne.
 
Vol overtuiging vertelt sobat Poorte dat er het Toko Oen café was maar ook een Toko Oen goudsmid. De eerste verrassing! Er komen er meer.
De middag is nog lang niet voorbij. Sobat Poorte was O.V.W. er. En was al beroeps toen hij werd uitgekozen voor Indië. Hij zat bij de grensbewaking. Via Assen ging hij naar Southampton. Vervolgens met de Kota Agon naar Indië.
 
Soms kijken meneer en mevrouw Poorte samen op Google, ja, per computer, naar de plaatsen waar sobat Poorte is geweest. “Ik kan aardig overweg met de computer,” zegt meneer Poorte. Dan begint hij over kapitein Vaessen. “Jammer dat die niet doodgeschoten is,”zegt hij hartgrondig. “Dat was een vreselijke vent. Op patrouille had ik eens een dikke knie en moest toch mee. Toen zei hij: ‘als wij terugkomen, zal er een van ons niet bij zijn.’ Dan schiet ik jou alvast dood, zei ik toen. Alles van 1-6R.I. deugde en van anderen niets, vond die vent Vaessen.” Sobat Poorte neemt geen blad voor de mond. Als hem iets dwars zit zegt hij het ook. 
 
Herinneringen vliegen voorbij. Hoe ging het eigenlijk met u in de oorlog in Nederland?,”vraagt Marianne. “Voor Indië zat ik dus bij de grenswacht. Zeg maar douane.” 
Het ene verhaal na het andere. Voor het vertrek naar Indië kende hij zijn vrouw nog niet. Dat gebeurde pas na thuiskomst. In 1952 zijn zij op 10 juli getrouwd. Wat later begon de ellende, sobat Poorte kreeg kinderverlamming. Dat duurde een half jaar. Ondanks dat kreeg het echtpaar Poorte  3 kinderen, 2 meisjes en een jongen. Die zorgden voor 4 kleinkinderen.
We hebben zelfs nog een achterkleinkind vertelt mevrouw Poorte glunderend. Beide overgrootouders zijn het er over eens dat het een bijdehand schatje is. Sobat Poorte vertelt van alles te hebben gedaan als werk. Bij de post (zeg maar armoe, volgens mevrouw Poorte). Veel werk en hard werken, totdat een ongeval sobat Poorte uit het arbeidsproces haalde. Afgekeurd. Maar het Indië verhaal gaat verder. Over aan den Boom, die raakt gewond en werd op een draagbaar vervoerd. Ze kregen vuur van boven en moesten terug trekken en iedere keer de draagbaar op de grond zetten tot aan de versperring toe. Aan den Boom, was gewond en ging toen naar het havencommando. Was haven commandant. Na de overdracht ging hij nog naar N.N.G. als haven commandant in Manokwari. Zo zag sobat Poorte op het internet ook nog sobat Hovens op de foto’s van de reünie  . “ O ja, die Hovens. Fijne vent was dat.  Zo te zien heeft hij nog steeds dat zelfde lachje,” glimlacht Poorte. Ik heb al met hem gebeld. Dan komt het verhaal over sobat Bout. Hij werd neergeschoten terwijl Poorte er bij zat. “De man werd eerst naar het Elizabeth hospitaal gebracht,” zegt Poorte. “Toen later naar Nederland, per boot. Hij is onderweg overleden en overboord gezet. Een z.g. zeemansgraf.” Meneer de Poorte is nog lang niet uitverteld maar de klok voor de bezoekers tikt voor vertrek. Het is gezellig en interessant maar wetende dat we toch ook nog contact via de email houden, moeten Marianne en Joop toch helaas afscheid nemen. We hebben nog een lange reis voor de boeg. Morgen ook weer vroeg op. Marianne moet morgen naar haar werk. ’s Avonds laat arriveren Marianne en Joop thuis. Vermoeid maar wel voldaan. Want 500 kilometers rijden op een dag gaat niet in je koude kleren zitten, de verwarming stond in de auto aan! Maar we hadden genoten. Fantastische verhalen. Lekkere koffie. Meneer en mevrouw Poorte hartelijk dank voor de gastvrije ontvangst en natuurlijk ook voor de mooie verhalen!

 

 
Op de koffie bij Guus Schouten in Roermond 7 november 2011
 
Vorig jaar sprak Guus Schouten de herdenkingstoespraak op de reünie in Vught, dit jaar was hij er niet bij. De gezondheid van sobat Guus liet niet toe dat hij naar de reünie kwam. De avond voor 28 september belde een emotionele mevrouw Schouten met de mededeling dat het voor de familie Schouten een onmogelijke taak was om naar de reünie te komen. Guus had last van evenwichtsstoornis. Ze hadden gewacht tot het laatst, misschien zou nog verbetering optreden, maar..helaas. Het was niet verantwoord. Zelfs buurvrouw had het Guus afgeraden!
Na dit bericht werd door coördinatrice Marijke de mogelijkheid geopperd om een thuisbezoek bij Guus te doen. Die mogelijkheid deed zich eerder voor dan verwacht........Marijke opperde een thuisbezoek te koppelen aan het terugbrengen van het herdenkingsbordje van Chrisje Kessels.
 
Nadat we het bordje bij Chrisje Kessels hadden terug gebracht hebben we hem begeleid naar de eetzaal in het verzorgingshuis waar hij woont. Daarna namen we hartelijk afscheid van een opgeluchte sobat. Chrisje kon nu weer rustig eten zei hij. “Hartelijk dank voor het zo snel terugbrengen, Marianne,” zei hij blij.
Door naar Roermond. We hadden een beetje problemen met parkeren. Dat werd door sobat Schouten mooi opgelost. Wij mochten zijn privé parkeerplek gebruiken. Hij stond ons al op te wachten bij de deur. Zijn vrouw Mia stond bij een andere ingang van de parkeerruimte. Via de lift gingen we naar de etage waar familie Schouten woont. Na binnenkomst in de gezellige flat kregen we al gelijk te horen dat het waarschijnlijk de laatste keer was dat we daar waren want meneer en mevrouw Schouten waren ’s morgens naar een bejaardenflat geweest, hadden daar rondgekeken en zelfs al een maaltijd meegegeten. “Het was echt heerlijk,” vertelde mevrouw Schouten. “Guus hoeft niet meer te koken. Bovendien geen gesjouw en het opruimen van de boodschappen meer. “We gaan daar zeker naar toe verhuizen.

 
Nog voordat de koffie op tafel stond begon sobat Guus, zichtbaar heel emotioneel, al te praten over hoe verdrietig hij het had gevonden dat hij niet naar de reünie in Vught kon. Hij mistte het en stond zelfs nog in tweestrijd toen zijn vrouw ons belde. Maar zelfs de buurvrouw had gezegd dat het onverantwoord zou zijn als hij toch ging. “Volgend jaar wil ik er toch weer bij zijn, Marianne,”zegt hij. Wel was hij blij dat het zo druk was geweest.
Tijdens de koffie vertelde mevrouw Mia Schouten dat het haar bijzonder veel overredingskracht had gekost om Guus niet naar de reünie te laten gaan. “Ik gun het hem van harte Marianne, maar het gaat echt niet. Het is gewoon gevaarlijk,” vertelt ze verdrietig. “We hebben de auto weggedaan. Guus is al 86 en ik ben 83 jaar. Mijn ogen zijn erg slecht door ziekte en Guus gaat het lopen en spreken slechter af. Daarom gaan we nu ook naar het bejaardenhuis”. 
Sobat Guus vraagt aan Marianne over sobat Ad van Hooijdonk. Marianne vertelt de nodige informatie en vraagt hoe het sobat Guus eigenlijk is vergaan tijdens de oorlog. “Ik heb ondergedoken gezeten in het plaatsje Neer,”vertelt Guus. “Daar moest ik kei hard werken. In de oorlog was ik al verpleger.
Toen ik mij aanmeldde als O.V.W. er moest mijn vader voor mij tekenen. We hadden 14 kinderen thuis. Mijn vrouw kende ik al voordat ik naar Indië ging. Zij komt uit een gezin met 6 kinderen. Hoewel we helaas zelf geen kinderen hebben zijn er wel altijd kinderen om ons heen geweest.  We hebben nog steeds veel visite en een heleboel omgang met nichtjes en neefjes.
 
De telefoon gaat. Het is nichtje Patricia. Zij belt zomaar even. “We hebben visite,” zegt mevrouw Schouten. “Dan bel ik straks wel weer even terug ,”zegt Patricia. 
“Toen Guus terug kwam uit Indië stond ik al op hem te wachten,”vertelt mevrouw Schouten lachend. Guus ging weer aan de slag als verpleger. Later begon hij aan een 30jarige loopbaan als postbezorger. Familie Schouten  woonde eerst in Thorn, bij de moeder van mevrouw Schouten. Later verhuisden zij naar Roermond. Het gesprek kabbelt gezellig voort. Marianne stelt voor de foto’s die tijdens de reünie zijn gemaakt te laten zien via haar laptop. Terwijl mevrouw Schouten de kopjes afruimt en Guus plaats maakt op de grote tafel, doet hij een stap en valt ineens achterover. Knalt met zijn hoofd tegen een kasthoek en ligt dan gestrekt op de grond. Joop is er gelijk bij. 
Guus hoofd bloedt, en Joop vraagt gelijk om een schone theedoek. Mevrouw Schouten is even helemaal in paniek maar Marianne helpt gelijk met een theedoek pakken. Joop stelt sobat Guus gerust.  Marianne pakt direct de telefoon en vraagt om de naam of het nummer van de huisarts. In de schrik en verwarring weet mevrouw Schouten dat niet meer. Gelukkig ziet Marianne in een laatje een notitieboekje met adressen. Kan na wat zoeken toch de naam en het nummer van de arts vinden. De assistente vraagt: “Is patiënt aanspreekbaar? Is er veel bloedverlies? Weet hij nog welke dag het is?” “Vrijdag,”zegt Guus. Verontrustend, want het is maandag. Andere vraag: “bij welk onderdeel was u ingedeeld in  Indië?  2-6R.I.,” zegt Guus. Gelukkig, dat is beter. De assistente belooft dat de huisarts direct even langs zal komen. 
Wachtend op de dokter blijft Joop bij Guus op de grond zitten, en Marianne gaat ter afleiding met mevrouw Schouten de afwas doen. De telefoon gaat. Marianne neemt op, meneer Schouten ligt op de grond en mevrouw Schouten is te zenuwachtig. “Met het huis van meneer en mevrouw Schouten,” zegt Marianne.”U spreekt met Marianne.” “Wat is er aan de hand, wie bent u eigenlijk,” klinkt er verbaasd aan de lijn. Het is nichtje Patricia. Marianne legt uit wat er is gebeurd en Patricia zegt gelijk naar de familie Schouten toe te komen.  
Wat later laat Marianne de dokter binnen. Hij bekijkt Guus en zijn verwonding. Helpt hem dan samen met Joop overeind en zet hem op een stoel. Guus is een harde maar het is wel een flinke wond. De arts besluit toch Guus naar het ziekenhuis te laten gaan om te kijken of er misschien inwendige kwetsuren zijn.  De dokter maakt een afspraak bij EHBO in het ziekenhuis en vertrekt weer. Joop zit bij sobat Schouten terwijl Marianne met mevr. Schouten wat praktische dingen regelt, zoals het ziekenfondspasje en de medicijnkaart. 
Wat later komt het nichtje Patricia binnen. Zij wordt bijgepraat. De echtgenoot van Patricia staat beneden al te wachten met de auto. Patricia was zelf op de fiets gekomen. Sobat Guus wordt in de auto geplaatst en Joop wikkelt de handdoek om zijn hoofd. Het is om te voorkomen dat het bloed aan de bekleding komt. “Je lijkt wel een Taliban ,” zegt Joop tegen Guus. Die moet er ondanks alles om lachen. Patricia klimt achter het stuur, mevrouw Schouten zit achterin en de echtgenoot van Patricia klimt op de fiets. Wij wensen sobat Guus veel sterkte en groeten mevrouw Schouten en hopen dat alles goed komt met haar man. We zwaaien als de auto wegrijdt naar het hospitaal. Dag Guus.  
 
Een onverwacht abrupt einde van een in eerste instantie zeer gezellige visite. Later blijkt, als Marianne met mevrouw Schouten belt, dat het gelukkig wel meevalt. Er zijn geen inwendige kwetsuren en de wond is met twee hechtingen dicht gemaakt.  Guus heeft alweer praatjes, mevrouw Schouten is gelukkig over de ergste schrik heen. Zij kijken nu uit naar hun verhuizing naar de bejaardenflat. Wij blijven contact houden met hen. 

 

7 november 2011

Een wel heel verdrietige en schokkende gebeurtenis.
 
Op 31 oktober wordt Marianne ’s avonds gebeld. Een verdrietige meneer Chrisje Kessels aan de lijn.
“Hallo meneer Kessels, hoe is het met u?” vraagt Marianne toch  wat ongerust. “Marianne, het gaat wel goed maar toch niet helemaal. Ik heb u toch het bordje (door Chrisje Kessels zelf gemaakt met een speciaal door zijn vrouw gemaakte hoes .red.) gegeven van de herdenking in Roermond? Nu zijn de maten boos op mij en hebben mij laten vallen
Zij zeggen dat ik dat niet had mogen doen. Nu zit ik alleen en zij keren zich van mij af. Ik ben daar heel verdrietig over. Ik weet het niet. Ik moet nu mijn eigen bordje terugvragen van hen! Ik ben mijn vrouw net verloren en nu verlies ik ook nog eens mijn “vrienden”.
Marianne schrikt daar vreselijk van. Het is natuurlijk niet de bedoeling om 2-6R.I. sobats verdrietig te horen worden en vooral niet als het zulk aardige mensen zijn zoals Chrisje Kessels. Marianne heeft onmiddellijk meneer Kessels gerust gesteld en beloofd het bordje zo snel als mogelijk bij hem terug te brengen.
 
Natuurlijk is het bordje bij sobat Chrisje Kessels terug gebracht.  Vanzelfsprekend zelfs. (zie foto). Toch zal er bij de eerst komende herdenking in Roermond (zaterdag 1 september 2012) een prachtig nieuw bord staan met het 2-6R.I. logo en de Tijgerkop van de T-brigade. Daar zorgt ons bestuur dan weer voor. Alle Tijgers zijn daar welkom.
 
Dit is geen prettig stukje. Wij weten dat en begrijpen maar al te goed dat de meeste sobats hier niet vrolijk van worden. Maar als commissie hebben we toch besloten u van deze daad tegen mede sobats op de hoogte te stellen. Het laat u zien dat er “sobats” zijn die zich niet bekommeren om het welzijn van de sobats maar die alleen zichzelf belangrijk vinden. Helaas .
 
Toen we het bordje bij sobat Kessels terug brachten hebben we nog een lang gesprek met hem gevoerd. Tot twee maal toe vroeg Chrisje angstig of ik het bordje niet had nagemaakt. Hij vertelde ons heel dankbaar te zijn dat het bordje terug was. Het was een onrustige periode voor hem geweest toen hij gedwongen werd om het bordje terug te vragen. 
Op onze vraag wie hem er toe had gedwongen om nota bene zijn eigen bordje terug te vragen kregen wij als antwoord: 
 
Verdonschot!
Hij heeft ook al meerdere keren gebeld om horen of het bordje al terug was gebracht. Hij vond dat hij het bordje moest hebben. Terwijl het mijn eigen zelfgemaakte bordje is !” 

 

De reünie- en nazorgcommissie  2-6R.I.-T-brigade had al lang geleden besloten niet meer over de andere groep te praten of te schrijven. Maar na deze gemene daad van een zichzelf voorzitter noemende Verdonschot (31e HUPVA) ten opzichte van de onschuldige 2-6R.I. sobat Chrisje Kessels moeten we helaas dat besluit herzien. Je zet je sobats niet onder dwang tegen elkaar op!

 

Het volledige bestuur van reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I.- T-brigade, waar Marianne voorzitter van is, heeft tot doel het onderling contact tussen de sobats tot stand te brengen, te houden en te verstevigen en te zorgen dat de herinneringen aan 2-6R.I. en de T-brigade nooit vergeten zullen worden.
Wij willen de sobats, die dit stukje lezen, vragen sobat Chrisje Kessels te steunen in deze voor hem dubbel zo moeilijke tijd. Stuur hem alstublieft een kaartje of briefje. Misschien wilt u met hem telefoneren. Wij denken dat het hem goed zal doen. Laat hem niet aan zijn lot over. Laat ons trots zijn op de jongens met ware mentaliteit van onze Kapotte Schoen!
Dank u wel.
Het adres en telefoonnummer van Chris Kessels is:
Generaal Cronjestraat 3, flat 7-101. 5642 MH Eindhoven.
Telefoonnummer:040-2813024                  
door J☺☺p en Marianne 

 

Getekend door het bestuur reünie nazorgcommissie-2-6 R.I., T-Brigade.
(n.b. Chrisje Kessels heeft de redactie toestemming gegeven om over dit schokkende voorval te schrijven in deze Sepatoe Roesak. Met de mededeling dat Sobats Antoon Mathijsen en Ceel Smulders Chrisje wel trouw zijn gebleven).
 

 

 

 
24 oktober overleed sobat Antonius Adrianus van der Heijden.
Toon mocht 88 jaar worden.
 
 
Met je ogen en met gebaren    
Sprak jij met ons de laatste dagen.
Wij begrepen jou toch o zo graag,
Maar of dat lukte bleef steeds de vraag.
Langzaam vervaagden herinneringen,
Gleden gedachten weg
En nam je afscheid van ons.
Nu nemen wij afscheid van jou. 
 
Eerder op deze site las u nog over ons bezoek aan hem. In overleg met de familie hebben wij dat verslag alsnog geplaatst.
Nadat wij het bericht van overlijden van sobat Toon hadden ontvangen namen wij contact op met dochter Riet Tack-v.d. Heijden.  Na onze deelneming te hebben uitgesproken, informeerden wij of de familie het op prijs zou stellen als wij namens reünie- en nazorg commissie 2-6R.I. –T-Brigade een toespraak tijdens de crematieplechtigheid zouden houden. Riet belde later terug, de familie zou het waarderen als wij een woord zouden spreken.
 
Zaterdag 29 oktober was in de aula van crematorium Zegestede te Roosendaal de crematieplechtigheid. Te midden van familie, vrienden en bekenden van Toon van der Heijden werd stilgestaan bij het leven van Toon van der Heijden
Een diapresentatie gedurende de dienst gaf een beeldend overzicht van het leven Toon.
 
Hij was een levensgenieter, goed mens, een Bourgondiër, vader, opa en opaatje. Zijn dochter Riet las een brief voor die zij een week vóór zijn overlijden aan vader schreef. Hier volgt een gedeelte van deze brief:
“ga maar, het is bijna winter. De herinneringen aan jou neem je toch niet mee, die staan in ons geheugen gegrift en in foto’s vastgelegd. Nu ga je weg en we zullen je verschrikkelijk missen, maar het was goed zo. Deze winter mag je overslaan, ga maar lekker naar de zon. We houden van je, altijd en overal”
 
Joop Pragt hield namens de sobats en het bestuur een toespraak waarin voornamelijk het deel Indië werd aangehaald. Ter afsluiting droeg Joop een toepasselijk gedicht voor met als slot een waardige groet bij de kist.
 
Na de plechtigheid werd in de koffiekamer de familie gecondoleerd. Uit gesprekken met de familie bleek dat veel personen wisten van het Indië-verleden van Toon. Maar voor de kinderen en kleinkinderen droeg Joop toch veel nieuwe informatie aan. 
Tijdens de gesprekken overhandigde dochter Riet Tack aan Marianne een enveloppe met een stapeltje foto’s uit Indië van haar vader en wat Tijgerkrantjes.  Om in te scannen en dan graag weer retour. 
Dit is meteen bij thuiskomst gedaan door Marianne en binnenkort zullen deze foto’s opgenomen worden in de fotoalbums van de website. Het is zeer attent van Riet dat zij zo de gedachtenis aan haar vader wil bewaren voor het nageslacht.
 
Na de familie voor de komende tijd nog veel sterkte te hebben toegewenst, verlieten wij het crematorium. 

 

 

Bezoek aan sobat van Genderen in Werkendam.29 oktober 2011 
 
 
Omdat wij vroeg in de middag aanwezig zouden zijn bij de crematieplechtigheid van sobat Toon van der Heijden, overlegden wij met Marijke wie wij die dag ook nog konden bezoeken. Wij kozen voor een bezoek aan Johan Cats. Ost.comp.4e Cie
Op zijn verjaardag hebben wij nog de felicitaties aan hem laten overbrengen. Tot onze grote ontsteltenis vertelde mevrouw Cats ons nu, dat haar man in juni was overleden. Wij wisten het niet. Zij vond het al vreemd toen niets te hebben gehoord van 2-6 R.I.  Wat er verkeerd is gegaan weten we niet. Wij weten wel dat indien wij een bericht hadden gehad van het overlijden van Johan Cats, wij alles op alles hadden gezet om tijdens de afscheidplechtigheid aanwezig te zijn. Als oud-bestuurslid kwam Johan dat zeer zeker toe. 
 
De volgende op de lijst van de coördinator Marijke was sobat van Rooij. Hij was de dag ervoor net terug uit Italië gekomen. Daar verblijft fam.Van Rooij bij hun dochter. Helaas gaat het minder met sobat van Rooij. Het is niet meer verantwoord om nog te reizen. Mevrouw van Rooij is herstellende van een dijbeenbreuk die zij opliep in Italië. Aangezien het momenteel allemaal nog een beetje moeilijk verloopt bij hen hebben we in goed overleg besloten om het bezoek naar een later tijdstip te verplaatsen. 
 
De volgende op de lijst was sobat van Genderen uit Werkendam. Mevrouw van Genderen nam de telefoon aan. Toen ik vertelde wie ik was gaf mevrouw van Genderen meteen de telefoon over aan haar man. “Hier is Marianne. Dat is mannenpraat”. Na een spontane schaterlach vertelde ik sobat van Genderen de reden van mijn telefoontje. Of hij het leuk zou vinden als wij ‘s morgens eerst bij hen een kopje koffie kwamen drinken. “Natuurlijk, leuk! Je bent welkom”. 
 
Precies op de minuut af stonden wij op zaterdag 29 oktober voor de deur bij sobat van Genderen. Nadat we welkom waren geheten door hun dochter, begroetten wij meneer en mevrouw van Genderen. Ik herkende gelijk de gezichten weer. “Natuurlijk, u bent nu al een paar keer niet meer op de reünie geweest. Van u beiden heb ik nog foto’s tijdens de reünies in Breda en Weert”. Het traditionele snoepertje werd overhandigd en dan gezellig praten. Onder het genot van een kopje koffie ging dat best. Al moesten wij meerdere keren worden aangespoord om de koffie warm te drinken. Joop maakte dit keer de notities en geloof mij, hij had heel wat te ‘pennen’.
 
“Over de gezondheid valt niet veel te klagen. Alleen het lopen is niet meer zo best en ik hoor aan één oor niet goed”, vertelt sobat van Genderen. ”Dat ging vroeger wel beter”, lacht hij. ‘Van 1942 tot 1945 zat hij als baggeraar in Duitsland. Na terugkomst ging hij in dienst in Vught . Meldde zich vervolgens aan als O.V.W-er en ging naar Indië. Hij was soldaat bij de 4e compagnie nadat hij eerst bij de 1e compagnie ingedeeld zat. “Onder kapitein Vaessen”, zegt sobat van Genderen. “ Dat was een rotzak”, rolt er hartgrondig uit de mond van de sobat. En dan komen de verhalen uit Indië los. Meneer van Genderen herinnert zich sobat Lobbezoo, Cor Dudok en Cor Lucas nog.(tot zijn dood vriend van mijn vader gebleven!). En natuurlijk Chrisje Kessels! Dat was zijn slapie.
                                                           4e comp. Zware mortieren. Let op de granaten op de rand.     
                                                                                     Foto: sobat van Genderen. 
 
“Weet jij , Marianne, dat Chrisje Kessels wielrenner is geweest? En een heel goede zelfs”.  Nee dat wist Marianne niet. Dat is dan weer een leuke verrassing want Chrisje zelf heeft er niet over gesproken. Tijdens het gesprek komen er steeds meer herinneringen boven water bij sobat van Genderen.
Bertje de Jong? Daar was iets mee. Sobat van Genderen weet niet precies meer wat maar haalt het wel aan. (later heeft sobat Poorte het raadsel opgelost. Zie verderop op deze site .red.) Cor Draaijer van Bergen op Zoom, die ging later naar Canada herinnert sobat van Genderen zich. “Die kreeg kort daarna een ongeluk. Dood,” vertelt meneer van Genderen droevig. Ook de gevolgen van een bermbom worden aangehaald. Er volgt een verhaal over een gewonde makker die op de brancard was gelegd door twee 2-6R.I.-ers. Toen de brancard op de grond werd gezet was dat op een door extremisten verraderlijk geplaatste bermbom. Met enorme tragische gevolgen.
 
Maar het is niet alleen verdriet waar we over praten.
De tegenwoordige tijd, dat is het volgende gespreksonderwerp!Meneer en mevrouw van Genderen hebben twee dochters, vijf  kleinkinderen en al vijf achterkleinkinderen. Trots vertellen zij over de oudste kleinzoon: die kan goed voetballen. Meneer en mevrouw van Genderen leerden elkaar kennen na de Indië tijd. Zij woonde in Sliedrecht en hij niet. Haar vader, veerman, voer het pontje heen en weer en sobat van Genderen voer wel eens over. En zo is het gekomen! In Sliedrecht sloeg de vonk over. En in oktober zijn zij al 63 jaar getrouwd. Na de thuiskomst uit Indië ging sobat van Genderen weer terug in het zware baggervak. Werd daarbij machinist- molenaar. “Het was een beroep waarbij ik natuurlijk veel weg was,”vertelt van Genderen. “Lange periodes van huis, zoals 1 jaar in West-Indië en wel 16 maanden in Australië. Ik ging de hele wereld over. Het baggervak door Nederlanders is een gewaardeerd beroep. Overal zijn Nederlandse baggeraars bekend,” zegt meneer van Genderen een beetje trots. De kinderen vonden het niet zo erg dat vader altijd lang van huis was. “We vulden thuis onze tijd toch wel. De lange periodes dat vader weg moest heeft ons kinderen geen trauma opgeleverd,” zegt zijn dochter. “Het was fijn als hij weer thuis kwam maar niet echt lang verdrietig als hij weer weg moest. We hadden het thuis goed met moeder.” Mevrouw van Genderen had het er wel moeilijk mee. “Maar het kinderaantal bleef er wel laag door,”zegt ze lachend.Tot zijn 40e bleef van Genderen baggeraar.
 
Toen ging hij naar Rijkswaterstaat en werd daar kantonnier (wegwerker op rijks- en provinciale wegen). Tot aan zijn pensionering werkte hij daar. “We zijn tevreden,”zegt meneer van Genderen en zijn vrouw beaamt dat. “Vroeger had ik nog wel eens in Indonesië willen kijken. Maar nu wordt dat te vermoeiend. Die tijd is voorbij,”merkt sobat van Genderen op.
 
Het was een zeer gezellige visite maar ook onze tijd is op. We moeten naar de crematieplechtigheid van sobat van der Heijden. Gelukkig heeft sobat van Genderen zoveel onderwerpen en herinneringen aangehaald dat wij thuis nog veel informatie moeten opzoeken. Maar dat is dan ook weer interessant. 
Meneer en mevrouw van Genderen, hartelijk bedankt voor uw gastvrije en gezellige ontvangst. Wij hebben genoten en er weer veel informatie bij gekregen. Het was fijn om ook van uw dochter te horen dat zij u aanraadde om toch de volgende keer weer naar de reünie te gaan. Wij houden een plekje voor u vrij!
 
 
Op bezoek bij Chrisje Kessels (86) in Eindhoven. 
3 oktober 2011, 
Marianne ontving een berichtje van sobat Ad van Hooijdonk: ‘beste Marianne, Willy, de vrouw van Chrisje Kessels is veertien dagen geleden overleden. Nu zit hij een beetje in de put. Is het misschien mogelijk dat jullie wat extra aandacht aan hem willen schenken?’
Dat is een vraag die bij Marianne niet aan dovemansoren is gesteld. 
 
Natuurlijk zal de reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I. T-brigade, indien mogelijk, gevolg geven aan een dergelijk verzoek.
Het is één van de doelstellingen die Marianne heeft gesteld bij de uitbreiding van de taken van de commissie. Daarom juichen de commissieleden het initiatief van andere sobats toe om te wijzen op sobats die hulp en/of extra aandacht nodig hebben.
Dus de coördinatrice, Marijke de Jong, werd ingelicht en zij bepaalde dat op maandag 3 oktober ruimte was om sobat Kessels te bezoeken.
’s Morgens was een onderhoud gepland met vertegenwoordigers van het V-fonds in ‘s-Hertogenbosch en sobat Kessels woont in Eindhoven. Marijke had de link al snel gemaakt en de adressen doorgegeven aan voorzitter Marianne.
 
Omdat er altijd vooraf een afspraak wordt gemaakt of het gelegen komt dat Marianne en Joop een kopje koffie (of thee) mogen komen drinken, belde Marianne van te voren even met sobat Kessels. Natuurlijk vond hij het fijn. ‘Ik ben dan thuis dus ik zie jullie wel verschijnen,’ meldde hij aan Marianne.
 
Het gesprek bij het Vfonds verliep prettig. Marianne en Joop kregen, naast enkele goede tips ook de mededeling mee dat de geldkraan fors dichtgedraaid gaat worden. Want zoals u weet, er wordt overal pittig bezuinigd, zo ook dus bij het Vfonds. We zullen meer op de donaties van sobats moeten gaan leunen.
 
U vraagt u misschien af: wat is het Vfonds? Wel, dat is het fonds dat we altijd vermelden in onze correspondentie naar de sobats toe! Het fonds is ontstaan uit het voormalig SFMO. (Stichting Fondsenwerving Militaire Oorlog- en Dienstslachtoffers en aanverwante doelen).
 
U voelt al op uw klompen aan waarom Marianne en Joop daar op bezoek waren. Het Vfonds heeft in het verleden ook al financiële bijdrages geleverd aan 2-6R.I. Sinds 2010 komen die subsidies (gelukkig) bij de juiste commissie: reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I., T-brigade.
De financiële injecties van het Vfonds hebben naast uw donaties o.a. bijgedragen aan de reünies in Vught van 2010 en 2011 en het boekje Sepatoe Roesak.
 
Maar we zullen vertellen over het bezoek bij Chrisje Kessels!
We arriveerden ’s middags rond theetijd bij de verzorgingsflat waar Chrisje tegenwoordig verblijft. Nadat Marianne had aangebeld bij de woning van Chrisje moesten we toch even wachten. Gelukkig ging de deur, nadat we voor de tweede maal hadden aangebeld, gastvrij open. ‘Rustig aan,’zei sobat Chrisje, ‘ik heb even tijd nodig om naar de deur te komen!’
Marianne nam het hem natuurlijk niet kwalijk en gaf hem een paar stevige welkomstzoenen en het welbekende snoepertje.
 
Sobat Kessels en Marianne namen plaats op de gemakkelijke bank en er ontspon zich een gezellig gesprek. Sobat Kessels heeft veel moeite met lopen, dat was de oorzaak dat we iets langer moesten wachten voor de deur. Het is ook de reden dat hij niet meer de herdenking in Roermond kan bezoeken. Dit jaar was het de eerste keer in al die jaren dat hij niet was geweest. Sobat Chrisje voorzag al dat het voor hem in de toekomst niet meer mogelijk zou zijn naar Roermond te gaan en toen volgde een ontroerend moment: sobat Kessels haalde uit een kast een pakje. Hij gaf het aan Marianne en vroeg haar er voor te zorgen.
Het pakketje bevatte het door Chrisje zelfgemaakte 2-6R.I. herkenningsbord met Tijger en Kapotte Schoen dat traditiegetrouw al vele jaren door Chrisje werd opgesteld in de kring waar de 2-6R.I. mensen zich verzamelden tijdens de herdenking in Roermond! 
Het werd even een emotioneel moment voor Marianne. Zij bedankte sobat Kessels hartelijk voor het vertrouwen dat hij in haar heeft en beloofde goed te zorgen voor het prachtige bordje. Marianne vertelde dat zij over het bord zou waken alsof het haar eigen kind was.
 
Hoewel het lopen slecht gaat zit sobat Crisje niet altijd binnen. Elke week gaat hij dinsdagochtend nog met sobats Antoon
Mathijsen en Ceel Smulders op visite, de ene week bij de een en de andere week bij de ander. Dat gaat gelukkig nog best.
 
Marianne neemt de taak over en schenkt even wat te drinken in. Vervolgens haalt zij haar laptop tevoorschijn en laat sobat Chrisje de foto’s zien van de reünie op 28 september in Vught.
Chrisje moet hartelijk lachen als hij ziet dat de deelnemers eerst het geheime wachtwoord Sepatoe Roesak moeten zeggen voordat zij hun badge krijgen opgespeld en dan naar binnen mogen. De soldaten die bij de toegang stonden, roepen bij hem weer herinneringen op.
Hij heeft geen problemen met het verleden en kan er goed over praten. Tijdens de oorlog zat hij in Duitsland, werkte bij Philips. Is in 1943 weggelopen naar Frankrijk en zo door naar Spanje. Van daaruit met de boot naar Engeland. Toen later weer terug naar Nederland en zich aangemeld als O.V.W.er. Vervolgens ging die wereldreiziger weer terug naar Engeland en met 2-6R.I. naar Nederlands Indië. Sobat Kessels weet nog dat daar Krijn van Eindhoven zijn slapie was. Hij werd tevens oppasser van sobat Ad van Hooijdonk. Na anderhalf jaar werd sobat Chrisje bij het vliegveld Kalibanteng geraakt in zijn hoofd door een kogel. Het kostte hem een oog. Lag daardoor drie maanden in het ziekenhuis. Hij miste vooral in het begin het zicht. Heeft nog steeds een pensioen van defensie voor deze verwonding.
 
Terug in Nederland werd hij portier bij Philips. Voor zijn vertrek naar Indië had hij zijn vrouw leren kennen bij Philips. Tot aan haar overlijden zijn zij 63jaar getrouwd geweest. Samen kregen zij 3 zonen waarvan er helaas al een is overleden. Tot zijn 46e jaar bleef sobat Kessels bij Philips en stapte toen over naar de politie. Daar bleef hij nog 20 jaar werken en bracht het tot hoofdagent. Het is een prachtige prestatie dat je als gehandicapt mens met slechts één oog zo een mooie carrière kan opbouwen. Klasse, sobat Kessels!
Sobat Kessels zit op de ‘praatbank’. Hij blijft verhalen ophalen met Marianne. Zelfs het Limburgs volkslied wordt in prachtige samenzang met Joop gedaan. En als klap op de vuurpijl zingen sobat Chrisje en Joop samen het Feyenoord lied uit volle borst. Het is voor een ieder nu wel duidelijk dat Chrisje bij Joop niet meer stuk kan! Chrisje kijkt heel graag naar het voetballen. Hij zegt trots:”Zelfs als er laat een wedstrijd wordt gespeeld, blijf ik er zeker voor op”. 
Maar zoals bekend: het klokje van gehoorzaamheid blijft voort tikken. Ook voor Marianne en Joop. We nemen met spijt afscheid en bedanken sobat Chrisje Kessels nogmaals hartelijk voor het vertrouwen en de overdracht van het herdenkings-herkenningsbord. Natuurlijk krijgt Chrisje bij het vertrek nog enkele kussen van Marianne voor de fijne gastvrije ontvangst. Van Joop krijgt hij geen kusjes maar wel een stevige ‘veteranen’ handdruk. Graag tot ziens!
                                                                                  
 
In Breda bij sobat Polak op bezoek. 7-9-2011
Na het fijne kennismakingsgesprek met de overste Marc Jacops hadden wij die dag nog een thuisbezoek op de agenda staan. In Breda, om precies te zijn.
Wij hadden met sobat Polak een afspraak staan om bij hem op de terugweg een kopje koffie te komen drinken. Ik verheugde mij op dit bezoek, temeer omdat sobat Polak mijn vader goed heeft gekend.
 

 

Tijdens het maken van verschillende telefoontjes met hem kreeg ik al een heimwee gevoel bij het horen van het heerlijke Brabants- Klunderts dialect wat sobat Polak sprak.
We worden bij de deur vriendelijk verwelkomd door meneer Polak. Meneer en mevrouw Polak wonen nu al twee en een half jaar tevreden in het bejaardenhuis.
 
Ik ga samen met sobat Polak het keukentje in om koffie te zetten. Sobat Polak (86) is druk doende met de mokjes en lepeltjes uit te zoeken. “Nee, die lepeltjes niet, die zijn van ons.
Kijk deze zijn voor de visite. En die kommetjes.Er zijn in dit bejaardenhuis niet genoeg vrijwilligers meer om koffie uit te schenken, daarom hebben alle bewoners een senseo koffiezetapparaat op de kamer gekregen”, vertelt sobat Polak vrolijk. Maar met dat nieuwerwetse gedoe komen de kopjes niet vol genoeg naar de zin van sobat Polak. Heerlijk gevoel dat kneuteren in de keuken en meteen al lekker kletsen. Net zo als vroeger thuis in de keuken met mijn vader!
 
Joop praat in de huiskamer met mevrouw Polak (83). Het gebruikelijke snoepertje is bij binnenkomst al overhandigd. Mevrouw Polak vertelt dat zij en haar man in Mei 2012 zestig jaar getrouwd hopen te zijn. Ze hebben twee kinderen. Jongens, en al vijf kleinkinderen, waarvan drie jongens.
Sobat Polak is landbouwer geweest, daarna 23 jaar wegenbouwer. Op 60jarige leeftijd ging hij met pensioen. Hij is daarna nog koster geweest en zelfs ook nog grafwerker.
Hij puzzelt nu graag en drinkt daarbij dan een kopje koffie. Biljarten en kijken naar voetbal is een liefhebberij! Doet elke dag nog zijn wandelrondje buiten, terwijl zijn vrouw dan rust.
Sobat Polak is dan nog wel redelijk goed ter been, maar mevrouw Polak is dat helaas niet meer. Zij is praktisch rolstoelgebonden.
 
De herinneringen aan de diensttijd komen los. Aan boord van de Nieuw Amsterdam raakt soldaat Polak zijn baret kwijt. Het gevolg was dat hij dan maar op appèl moest met een helm op! In opdracht van kapitein Koppenol.
Soldaat Polak was ingedeeld bij de  ondersteuningscompagnie zware mortieren. O.a. samen met Cor Dudok.
"Ik droeg de grondplaat! En dat was een zwaar onhandig kreng om te sjouwen”, zucht sobat Polak. "Pa vertelde dat ook en dat je beter de loop kon dragen, zo voor je op de buik. Dan kon je er nog lekker je armen op laten rusten", zegt Marianne. “Precies zo ja”, glimlacht sobat Polak.
 
Jan Wijers kent hij ook. “Ik las in de krant hier dat er pas een Jan Wijers is overleden. Was hij dat toch? Ja, dat dacht ik al.
Kapitein Veldman, die herinner ik mij ook nog goed. Dat was ’n goeie! Het was allemaal heel erg wat er met Veldman en Fick is gebeurd. Ook een goeie was Generaal Spoor. Ik las in het boekje Sepatoe Roesak het leuke interessante interview met zijn vrouw. Dat was mooi.
 
Ik ben wel eens verdwaald tijdens een patrouille met kapitein Koppenol. Zo'n klein ventje. Hij liep een paar uur rondjes en kwam op dezelfde plek weer terug”!
Wanneer ik vraag wie sobat Polak nog kent van de mortieren, somt hij op: "Janus van de Made, Cees v. d. Veeke, Bas Beversluis, Cor Lucas, Cor Dudok dan en natuurlijk die rooie, jouw vader". Hij herinnert: "We hadden ook nog een rare erbij zitten. Hè, hoe heette die nou? Hij deed geen vlieg kwaad. Was een beetje een sulletje". Als eerste schiet mij dan meteen de naam Hansse te binnen. Lies Hansse. Hij was van Deense afkomst. "Mijn vader vertelde ook over hem”, lach ik.
“Ze hebben Lies eens een keer zo goed gecamoufleerd dat de anderen hem haast niet meer terug konden vinden".
"Mijn vader vertelde ook dat ze Lies niet kwaad konden krijgen", haal ik nog op. Sobat Polak knikt luid lachend. Ik vertel sobat Polak dat ik nog foto's heb met mijn vader en Lies Hansse op de motor van Therez van Turnhout, de motorordonnans.
Sobat Polak knikt alweer lachend.” Ja, ja, die ken ik ook. Therez sleepte zijn motor overal mee naar toe. Die bleef nergens achter". Sobat Polak zit zichtbaar te genieten van alle verhalen.
Sjoerd Jorritsma weet ik nog te herinneren”, somt Polak op. "Oh ja, die was zwarte Piet!" roep ik weer, " heb ik ook nog foto's van'. "En Woutje Spoor, die zat ook bij ons. Die kon boksen!" "Ook daar heb ik nog foto's van", zeg ik weer. "Die heb ik van Jan Wijers gekregen". 
Sobat Polak verteld dat hij jammer genoeg  nog maar een paar fotootjes heeft. "De watersnoodramp hè", zucht hij. "Alles zat onder een dikke laag modder.  Wel anderhalve meter hoog. Ik ben ook mijn kleine speldje kwijt. Die met het helmpje."
 "De demobilisatiespeld" weet ik. “Mijn veteranenspeld is ook weg”, vertelt sobat Polak verdrietig.
Het lijkt wel of het zo moest wezen. Ik heb nog een demobilisatiespeldje over. Mijn vader had er twee. “Ik stuur er een op naar u hoor. En foto's. Ik zoek ze op voor u. De Veteranenspeld komt er ook”, zeg ik een blije sobat Polak toe.
Zichtbaar genietend van het hele gesprek zit mevrouw Polak hoofdschuddend te luisteren. En sobat Polak? Die geniet volop.
Met glimmende pretoogjes worden nog veel meer mooie herinneringen opgehaald. Om het bezoek niet te lang te maken en mevrouw Polak niet te veel vermoeien moeten we toch een eind maken aan het bezoek. Een heel fijn bezoek.
 
Thuisgekomen ben ik gaan zoeken tussen de foto's. Heb een flink aantal foto's gevonden met sobats erop welk sobat Polak zich herinnerde. Joop heeft er afdrukken van gemaakt met zelfs een grote foto van Polak persoonlijk! Het mobilisatiespeldje en veteranenspeld erbij en het pakketje per post gestuurd. Twee dagen later belde sobat Polak om mij te bedanken voor de vele mooie foto’s en de spelden. Hij vond het geweldig om deze foto’s en spelden weer te hebben. Heerlijk.
Meneer en mevrouw Polak, wij vonden het een heel fijn bezoek bij u. Bedankt voor de fijne middag.
 
 
Kennismaken met luitenant-kolonel ( Marc) Jacops 7-9-2011
 
Eindelijk is het er toch van gekomen. Een kennismakingsgesprek met de nieuwe Regiments- en Bataljonscommandantcommandant van de  Limburgse Jagers: luitenant-kolonel Marc Jacops.
Vanwege de barre winterse weersomstandigheden op 9 december 2010, de dag van de regimentsoverdracht, was het voor ons, hoewel uitgenodigd, niet verantwoord om de reis vanuit Hoogvliet naar Oirschot te maken.Maar zowel de overste als uw voorzitter/secretaris Marianne vonden het toch uitermate belangrijk om persoonlijk kennis te maken. 
 
 
Op een latere invitatie van de overste aan ons om een galaconcert van het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht ”Bereden Wapens” bij te wonen en daar nader kennis te maken konden wij vanwege agendatechnische problemen helaas ook niet in gaan. Via het boekje Sepatoe Roesak van april/mei maakte de overste al wel kennis met u.
 
In verband met de op handzijnde bezuinigingen bij defensie en de uitzending van de overste naar Bonaire was voor ons de eerste mogelijkheid om af te spreken maandag 7 september.Op de R. van Stevenickkazerne  in Oirschot ontmoetten wij de overste Jacops.
 
Na ons te hebben gemeld bij de wacht werden wij beladen met een plattegrond op het enorme kazerneterrein toegelaten.
Bij het juiste gebouw aangekomen, volgden wij de door de overste aan ons toegestuurde instructies op en botsten in de gang bijna tegen hem op. Zoals wij bij ieder bezoek doen, kreeg ook de overste een lekker snoepertje overhandigd.
De overste ging er zelf op uit om ons van koffie te voorzien.  Een grote plunjebaal nam een deel van de werkkamer in beslag. “Net terug uit Bonaire. Nog geen tijd gehad om uit te pakken,” verklaarde overste Marc Jacops. 
 
Hij nam ruimschoots de gelegenheid om nader kennis met ons te maken. Ook wij namen de tijd om over de sobats van 2-6 R.I. te vertellen en onze doelstellingen uit te leggen. Met de uitgebreide ledenlijst van Marianne erbij, kreeg de overste een duidelijk beeld. Natuurlijk was het onvermijdelijk dat de splitsing van het bestuur ter sprake kwam. De overste was zeer geïnteresseerd naar de toedracht. Ook had hij zelf met de voor hem beschikbare informatie al een beeld kunnen vormen.
 
Wij op onze beurt informeerden bij de overste naar zijn gedrevenheid tot de oprichting van de Veteranen Vereniging Regiment Limburgse Jagers (VVRLJ), speciaal voor de jonge veteranen vanaf Libanon.
Want zoals de overste vertelde: “ al staat bij hen het hoofd er nu nog niet naar en beschouwen de manschappen als jongeling zich nog niet als veteraan (grijze broek, blauwe blazer), toch hebben ook zij een gemeenschappelijk verleden, wat op een bepaald moment zeker leidt tot een behoefte om de maten nog eens een keer te zien. Met dat doel voor ogen hebben wij dan ook op 5 november 2011 de oprichting- en reünie bijeenkomst”. Wij hopen dat die bijeenkomst in Oirschot een groot aantal deelnemers heeft gehad. Een goed initiatief dient goed gevolg te hebben.
 
Wij hadden de overste al eerder in het jaar gevraagd om aanwezig te zijn op onze reünie in september. Natuurlijk zouden wij het heel fijn vinden als hij een woord tot de aanwezige sobats zou willen richten. Dat heeft de overste al toegezegd. Het is wel zo dat de overste precies in die week op oefening is in de Marnerwaard. Een oefening die moet inspelen op het optreden in verstedelijkt gebied. Nu, tijdens deze persoonlijke kennismaking, belooft de overste “even” op en neer naar de reünie in Vught te komen. Hij wil heel graag de manschappen van 2-6 R.I, en Tijgerbrigade toespreken. Tijdens het gesprek kwam ons bezoek aan het veteraneninstituut en de heer Frank Marcus ter sprake.
Het “Sinterklaasgebeuren”daar met de cd’s, agenda’s en boekenvoor de loterij werd aangehaald. Overste Marc Jacops wilde niet achterblijven, echter op zijn werkkamer had hij geen weggevertjes.  Hoewel, ineens sprong hij op, opende een kast  en daar kwam een doos met CD’ s te voorschijn. “Tot nu toe is er pas één CD weggegeven. Het is niet zo de soort muziek voor de jonge rekruten. Nemen jullie de hele doos maar mee”.  Bespeurden wij een soort van opluchting bij de overste?Natuurlijk werd er ook nog een foto gemaakt. Joop moest de foto maar nemen, de overste ging liever samen met Marianne op de foto. Aldus geschiedde. 
 
 
Voor het vaandel van de Limburgse Jagers.Overste Marc Jacops, heel hartelijk bedankt voor de fijne kennismaking, de CD’ s en de koffie en natuurlijk graag tot ziens op 28 september bij de reünie in Vught.
 
24 augustus overleed onze sobat Jan Wijers.(89)  
Ik werd op 2 juli opgebeld door Mientje Wijers. ‘Het gaat niet goed met Jan. Hij heeft gisteravond een herseninfarct gehad en ligt nu in het ziekenhuis.’ We bleven regelmatig telefonisch contact houden over de gezondheidstoestand van Jan Wijers. Helaas moesten we onder ogen zien dat Jan niet meer de oude zou worden.
Op 24 augustus overleed Johannes Hendrikus Wijers.  
 
Niemand heeft het eeuwige leven,
maar met negentig is hij een heel eind gekomen.
Hij voelde zich bevoorrecht.
”Ik mankeer van alles, maar verder gaat het uitstekend.”.
Hij genoot van het leven tot 1 juli  jl. , toen alles anders werd.
Hoewel we hem ongelooflijk zullen missen, hebben we vrede met het afscheid.
 
Een boom van een man. Geboren op de Biesselt, tussen Mook en Groesbeek, een landstreek die hem tot zijn laatste dagen dierbaar is gebleven.
 
Maandag 29 augustus was in de St.Franciscus van Assiesie Kerk te Breda de plechtige uitvaartdienst.
Het was druk. Heel druk. Zelden hebben wij zoveel mensen tijdens een uitvaartplechtigheid gezien. Vele werknemers en oud-werknemers van het kantoor dat Jan had opgericht: het accountantskantoor Wijers en Teurlings. Zij kwamen voor het laatste afscheid ook naar deze dienst. Jan Wijers was een graag gezien persoon.
 
Het was een dienst voor en door de familie geregisseerd. Toespraken van zoon Fonds, dochters Hanneke, Jannie en Gerda en de 6 kleinkinderen. Allemaal stuk voor stuk met dezelfde gave als die Jan zelf had: het uitstekend kunnen verwoorden van emoties, gebeurtenissen en herinneringen.
 
Dochter Hanneke begon haar toespraak met het zingen van het couplet van het lied “Samenzijn” van Willeke Alberti. Dit lied werd toen ter tijd op het huwelijksjubileum van Jan en Mientje door de gehele familie gezongen. Nu dus alleen door Hanneke. Wij hadden daar grote bewondering voor.
Door twee kleinkinderen werd, tussen de gebeden en voordrachten, op de piano muziekstukken gespeeld. Vertederend was het dat, meteen nadat de laatste klank van het pianospel had geklonken, Mientje Wijers spontaan begon te applaudisseren. Want Jan genoot altijd intens van het muzikale succes van de kleindochters Majelle en Meike.
 
Na de dienst heeft de familie in besloten kring Jan Wijers begeleid naar het crematorium. Daarna voegden zij zich bij de genodigden en belangstellenden in restaurant Boswachter Liesbosch in Breda voor de condoleance en een samenzijn.
Wederom een zeer drukbezochte locatie.
Uit onze gesprekken met aanwezigen kwam unaniem naar voren de kracht, doorzettingsvermogen en het onbaatzuchtige karakter van Jan. Een man van wijsheid met het hart stevig op de goede plaats.
In overleg met de familie is er door het bestuur van de reünie- en nazorgcommissie geen toespraak gehouden. Dit vanwege de vele toespraken en voordrachten van de familie. Een geschreven woord van afscheid waarin het Indië- verleden van 2-6R.I -er Jan Wijers werd belicht, aangevuld met een stemmig veteranengedicht, is bij de condoleance aan Mientje Wijers overhandigd.
 
Wij zullen de inbreng van Jan Wijers voor ons boekje Sepatoe Roesak node missen. In overleg met de familie mogen wij de nog resterende, door Jan toegestuurde, stukken plaatsen in onze boekjes.
 
Jan Wijers, bedankt voor de vele verhalen, het vertrouwen en de fijne vriendschap.
 
Op verzoek van familie Wijers is er i.p.v. bloemen een gift voor de hersenstichting gedaan.                     

 

 
Bezoek aan sobat A.A. van der Heijden. 15 juli 2011.  
Op zijn 88e verjaardag, 28 februari 2011, belde ik met sobat Toon v.d. Heijden.  “ Marianne, alles is sukkelen,” vertelde hij. Hij was pas zomaar gevallen, maar kon nog autorijden. Alleen vonden de kinderen dat onverantwoord. Voor iemand die een rijschool heeft gehad en hield van autorijden was het een grote beperking. “Ik ben mijn vrijheid kwijt”, zuchtte hij.  
 
De reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I.-T-Brigade kreeg wat later via dochter Riet Tack een brief met adreswijziging. Toon v.d. Heijden was opgenomen in een verpleegtehuis. Zijn gezondheid ging zo sterk achteruit dat het niet meer verantwoord was om zelfstandig te blijven wonen. Zijn zoon, waarmee hij samenwoonde, was op 20 juni overleden.
Na telefonisch overleg met Riet Tack en de coördinator nazorg Marijke maakten wij een afspraak voor een bezoek. Het bezoek werd weer een combinatie.
 
Lees meer over dit bezoek in het boekje Sepatoe Roesak van december 2011
 
 
Op de koffie bij  sobat A.A. van der Heijden. 15 juli 2011.
Op zijn 88e verjaardag, 28 februari 2011, belde ik met sobat Toon v.d. Heijden.  “ Marianne, alles is sukkelen,” vertelde hij. Hij was pas zomaar gevallen, maar kon nog autorijden. Alleen vonden de kinderen dat onverantwoord. Voor iemand die een rijschool heeft gehad en hield van autorijden was het een grote beperking. “Ik ben mijn vrijheid kwijt”, zuchtte hij.
 
De reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I.-T-Brigade kreeg wat later via dochter Riet Tack een brief met adreswijziging. Toon v.d. Heijden was opgenomen in een verpleegtehuis. Zijn gezondheid ging zo sterk achteruit dat het niet meer verantwoord was om zelfstandig te blijven wonen. Zijn zoon, waar hij mee samenwoonde, was op 20 juni overleden.
Na telefonisch overleg met Riet Tack en de coördinator nazorg Marijke maakten wij een afspraak voor een bezoek.
Na de plechtigheden van het laatste afscheid van sobat Buckens gingen wij op weg naar sobat A. van der Heijden in Roosendaal.
Nog steeds verwonderd over het feit dat zowel sobat Buckens en sobat v.d. Heijden tegelijkertijd in het zelfde verzorgingshuis en ook nog op dezelfde afdeling hadden verbleven kwamen wij aan op de afdeling Zonnebloem A van verzorgingshuis de Wiekendael. Een prachtige gerenoveerde kerk met moderne aanbouw. Een medewerkster liep met ons mee naar de kamer van sobat Toon v.d. Heijden. Hij lag op bed te sluimeren. De medewerkster ging weer weg. En wij? Wij keken elkaar aan. Oei, dit hadden wij niet verwacht. Het leek erop of wij de laatste momenten van sobat Toon v.d. Heijden mee zouden maken. Het praten en bewegen ging zeer moeizaam. De verpleegster van de afdeling kwam binnen en vroeg ons even plaats te nemen in de “woonkamer”.
En na een poosje wachten stond ons een verrassing te wachten. De rolstoel werd binnengereden met daarin sobat v.d. Heijden, keurig gekleed en gekapt. Hoewel het praten nog wel moeizaam ging, had hij al wat praatjes.
“Zuster, geef deze mensen wat te drinken en geef mij maar een Jägermeister!” Nadat wij sobat v.d. Heijden het snoepertje hadden overhandigd en hij genietend zat te nippen aan zijn Jägermeister kwam het gesprek op gang.

 

.
Wij vertelden sobat Toon dat wij net bij de crematieplechtigheid van Toon Buckens waren geweest.  “Toon Buckens? Is die overleden? Ja die heb ik goed gekend. Toontje. Ja die kende ik goed.”
Sobat Toon v.d. Heijden vertelde ons dat hij nog heel vaak terug denkt aan Indië. Wij zagen op zijn kamer ook al enige Indië souvenirs, foto’s en een prachtige stenen Sepatoe Roesak.
 
Toon v.d. Heijden zat tijdens de oorlog twee jaar ondergedoken bij een boer in Nijmegen. Hij moest daar heel hard werken. Het risico was groot voor de boer. Wellicht dat deze Toon daarom zo hard liet werken. Een keer was hij op de fiets onderweg en kwam een Duitse patrouille tegen. “Kijk uit! Daar lopen een paar Duitsers werd er geroepen.”  Wat moet je dan? Waarop sobat Toon v.d. Heijden kalm antwoordde:”Rustig blijven. Ik ben er ook!” Onverschrokken ging sobat v.d. Heijden dezelfde weg later ook weer terug naar zijn onderduikadres. Na de bevrijding meldde hij zich aan als Oorlogsvrijwilliger. Hij werd ingedeeld bij 2-6R.I. bij de 4e compagnie als motorordonnans.Een grote foto met sobat v.d. Heijden op de motor staat bij hem op de kamer.
 

            

 De KNIL paardjes die de mortieruitrustingen moesten dragen herinnert sobat Toon zich nog heel goed. Wat een krengetjes waren dat. Gewoonweg rotbeesten. Ze wilden niet lopen, maar wel bijten en trappen.
En dan die vuurvliegjes! “In het begin toen we net in Indië waren, moesten wij heel erg wennen aan die vuurvliegjes. Het was net of de vijand met kleine lampjes je tegemoet kwam. Er is zo links en rechts nog wel eens op de beestjes geschoten in de veronderstelling dat we werden overlopen. We stopten ze ook wel in een potje, die vuurvliegjes. Dan had je licht op de kamer”.
 
Wat hem altijd is bijgebleven is het sneuvelen van Kapt. Veldman en Luitenant Fick. Vreselijk. “Eens kijken, wie hadden we nog meer? Gerrit van Gils, wat een grote vent was dat. Cor Dudok en jouw vader, Huib Lankhuizen, die “rooie” uit de Klundert. Ja, die kende ik ook goed. Fijne vent”. Marianne glimt bij zo’n compliment over haar vader. Sobat Toon neemt even weer een genietend nipje van de Jägermeister en verdwijnt met de gedachten terug in Indië.
Terug gekomen uit Indië trouwde sobat Toon v.d. Heijden met verpleegstertje Lenie Lips. Zij kregen 5 kinderen, waar twee al van overleden zijn. Ook kregen zij 7 kleinkinderen, waar van een overleden is. Sobat Toon moest helaas veel te vroeg afscheid nemen van zijn vrouw Lenie. Er zijn momenteel 6 achterkleinkinderen. Nummer 7 is “onderweg”.
Wij merkten dat sobat v.d. Heijden volop genoot van het gesprek. Hij werd steeds levendiger. Maar hoe leuk het bezoek ook is, we mogen de sobat niet te veel vermoeien. Tijd om gedag te zeggen.
Een medewerkster kondigde de boterham aan. Wij reden sobat Toon v.d. Heijden naar de eetzaal. Zichtbaar genietend van alle aandacht die hij had gekregen zei hij ons gedag.  
“Doe iedereen, dus alle sobats, maar de groeten van mij,” zei hij met een glimlach.
Natuurlijk brengen wij hier graag aan iedereen de groeten over van sobat Toon v.d. Heijden. Bij deze dus.  

 

 

Overleden: A.M. Buckens 

Ons bereikte het bericht dat op 9 juli jl. overleden was sobat A.M. Buckens uit Oud Gastel.
Na een kort overleg met onze coördinator Marijke werd overeengekomen dat wij de crematie zouden bijwonen. In goed overleg met de werkgever van Marianne kon er een aanpassing in het werkrooster worden gemaakt. 
De plechtige uitvaartdienst voor 2-6R.I.-er Toon Buckens werd gehouden op 15 juli 2011 in de parochiekerk H. Laurentius in Oud Gastel met  daaropvolgende de crematieplechtigheid in crematorium Zegestede in Roosendaal. 
 
Toon Buckens werd op 2 november 1925 geboren. Als kind groeide hij op in een groot gezin aan de Karnemelkstraat te  Oud Gastel. Het was geen gemakkelijke tijd, maar er heerste wel een gezellige huiselijke sfeer binnen het gezin. Op 12-jarige leeftijd , direct na de lagere school, moest hij gaan werken. Op nog jonge leeftijd ging hij als oorlogsvrijwilliger naar Nederlands Indie. Hij sprak er later niet veel over, maar het was duidelijk dat het een emotionele ervaring moet zijn geweest. 
 
Terug in Nederland trouwde hij in 1955 met zijn Betsy. Samen hebben ze gedurende 35 jaar een supermarkt gehad, eerst aan de Stoofstraat en Koelemanstraat, later aan de Dorpsstraat. Tijdens het huwelijk werden twee kinderen geboren: Wilbert ( 1961) en George(1963). In 1986 werd de winkel verkocht, kon sobat Toon met pensioen en was het tijd om te gaan genieten van zijn sigaretje, zijn borreltje en een potje biljarten. En vooral trots zijn op zijn 4 kleinkinderen Yvette, Roij, Lisanne en Toine. 
Half mei begon Toon last te krijgen van zijn rug. Hij zal wel kou hebben gevat, dacht de familie, want hij mankeerde nooit iets, behalve  soms een "griepje"na een feestje. Het bleek echter goed mis te zijn. Daarna ging het heel snel. Gelukkig is hem een lang ziekbed bespaard gebleven. 
Tijdens de crematieplechtigheid  in de moderne, zeer sfeervolle en stemmige ruimte van het crematorium in Roosendaal waren er vele aanwezigen. Naast toespraken van familie en geestelijke kon er namens 2-6RI door Joop Pragt een toespraak worden gehouden waarin het leven van sobat Toon Buckens tijdens zijn Indie-periode werd aangehaald. Aansluitend daarop droeg Joop een toepasselijk veteranengedicht voor.   
Na het spelen van enkele stemmige muziekstukken volgde het definitieve afscheid. Een waardige groet bij de kist.
Na afloop van de plechtigheid kwamen wij in gesprek met de familie. Zij waarderden het zeer dat wij aanwezig waren. In de loop van het gesprek kwam naar voren dat Sobat Buckens zijn laatste tijd door heeft gebracht in het zelfde  verzorgingstehuis waar onze te bezoeken sobat A. v.d.Heijden verblijft. Sterker nog. Toon Buckens lag op dezelfde afdeling bij sobat v.d. Heijden. Helaas hebben zij beiden niet geweten dat zij zo dicht bij elkaar waren. Er zouden ongetwijfeld nog mooie gesprekken kunnen zijn gevoerd. 
Na een hartelijk woord en veel sterkte gewenst te hebben aan de familie voor de komende tijd namen wij afscheid. 

 

 

Op 13 juni 2011 overleed sobat Jos Persoons.
 
 
Kort voor zijn overlijden waren wij nog bij hem op bezoek. Wij schreven een verslag in het boekje Sepatoe Roesak van april/mei 2011. Nu schrijven wij een verslag rond zijn overlijden.
 
Herinner mij niet in sombere dagen,
Herinner mij in de stralende zon,
Herinner mij hoe ik was, toen ik nog alles kon. 
 
De plechtige afscheidsdienst voor sobat Jos Persoons was 18 juni in de aula van het crematorium Heeze te Heeze. De familie heeft verzocht enige aandacht te schenken aan het overlijden van sobat Jos.
Hij volgende samen met de andere 2-6R.I.-O.V.W.-ers de opleiding in Engeland. Door omstandigheden thuis vertrok hij niet met de sobats naar Nederlands Indie, maar leefde hij wel mee met de gebeurtenissen van de 2-6 R.I. sobats. Later bleef Jos trouw een financiële ondersteuning voor "zijn"onderdeel bijdragen. Hij voelde zich altijd een echte 2-6 R.I.-er.De familie is door het bestuur veel sterkte toegewenst met de verwerking van het moeten loslaten. Maar ook met het vasthouden van de mooie herinneringen. 
Op verzoek van de familie is er i.p.v. bloemen namens 2-6 R.I. een donatie overgemaakt aan de KWF kankerbestrijding. 

 

 

 
In Groesbeek op bezoek bij sobat Wim van Raaij. 30 mei 2011.
 
Na een fijne bespreking met Frank Marcus en een kofferbak met prijzen tuffen wij door naar Groesbeek. Sobat Wim van Raaij verblijft daar de helft van het jaar op de camping. Keurig netjes op tijd arriveren wij bij de poort van het campingterrein. Melden, auto parkeren en dan op naar sobat van Raaij. Met de juiste instructies is de plek zo gevonden. 
 
We worden warm verwelkomd door mevr. Giny van Raaij. Samen met sobat van Raaij maakt zij snel een zitje in de schaduw in orde. Alles ziet er perfect verzorgd uit. Ook bij dit bezoek is er een snoepertje voor de sobat. Vanwege de warmte moet het wel snel in de koeling. Met een glaasje sap komt een onderhoudend gesprek snel op gang.
Meteen krijg ik al 50 euro overhandigd. Voor de kas! Het is voor Wim en zijn Giny beiden hun tweede huwelijk. Wij hadden iets gemeen. Met de gezondheid van Wim van Raaij (84) gaat het goed (een lekkende hartklep en een geplaatste pace-maker daargelaten). Giny van Raaij is ook niet vrij gebleven van lichamelijk ongemak. Nu, na een verandering in de behandeling kan zij zonder rolstoel en loopt weer als een kievit. 
 
 
We gaan terug in de tijd. Het gezin van Raaij met kind Wim woonde destijds in Duitsland. Dit vanwege vaders baan bij Unilever.Wim van Raaij maakte in die tijd veel notities van de opkomst van het Duitse rijk
 
Toen de bedrijven, dus ook Unilever, werden genationaliseerd weigerde vader van Raaij lid van een partij te worden. Hij was Nederlander in Duitsland. Wims vader werd twee maal opgepakt en te werk gesteld. Hun huis werd gebombardeerd Wim was 14 jaar. Hij mocht geen vak leren want als Nederlander in Duitsland was dat staatsgevaarlijk. Hij mocht wel fietsen maken. Later blijkt dat hem nog heel goed van pas te komen. 
In 1945 keerde Wim van Raaij terug naar Nederland. De dagboeken die Wim al die tijd had bijgehouden zijn van groot historisch documentatiewaarde en werden geschonken aan het archief in Kleef. 
Hij meldde zich in Tilburg aan als O.V.W.er. In 1945 met 2-6R.I. op naar Indië. 

 

Aan boord van de Nieuw Amsterdam was Wim van Raaij telegrafist/ radiodienst. Boodschappen doorgeven voor de jongens aan boord. Vanwege het verblijf in Duitsland had Wim van Raaij een Duits accent. Als snel werd er geroepen: ”Welke pseudo prins Bernhard zit hier achter de microfoon? 
“Wim vertelt:”Aan boord kregen we seksuele voorlichting van een maagd, Maria Goos. Kan je het voorstellen, seksuele voorlichting van een maagd!? Wat waren we groen”.  

 

We kregen in Singapore, 14 dagen voor we naar Semarang gingen, rijles op stoelen in het instrumentarium! Bij rijinstructeur (kapt.) Veldman haalde ik mijn rijbewijs. En dan moest je ineens in praktijk brengen wat je op papier had geleerd! Op een driekwart tonner en dat met 30 man achter in de wagen. Bij het station Semarang reed ik de rotonde recht op i.p.v. links. In zijn vierde versnelling ben ik toen het weeshuis binnengereden. Kapt. Veldman reed op de motor voorop. Ik was ook nog pelotonschauffeur bij kapitein Verhulst
 
Weet je dat sobat Jo Princen geweldig kan tapdansen? Fantastisch! In de officiersclub van Tijgerclub speelden twee grote dansorkesten van Indische Nederlanders. De IJsselmanband en Ping Sui. Wat kon die man dansen”. 
 
Salomé, een joodse jongen, werd gedoopt in Indië. Jan Bus, ik  heb hem nog regelmatig bezocht. Pluijm van 2-7 R.I., Sjefke Gerits en Pietje Wullems. Oh en dienst bij de Boeloebrug met Sjefke. En eh soldaat Conijn. Die heeft eens een keer nog een schietincident voorkomen. Hoe dat precies zat, dat weet ik niet meer.” Wim van Raaij keerde als soldaat Sadja met de Johan van  Oldenbarneveldt terug uit Indië. Wim had best in Indië willen  blijven. 
 
Kapitein Verhulst had aandeel in het zoeken van een baan in Nederland.  In Schiedam was een baan bij de politie. Na 2 dagen te hebben rondgelopen, wist Wim: dit is niets voor mij. Bij een kartonfabriek in Schiedam nam hij ook ontslag. Zegde eveneens een baan bij Unilever af. Onderweg in de trein las hij een advertentie in de krant die hem wel erg aansprak. Een baantje bij de Leger film en fotodienst. Terug naar Indië.
 
Hij meldde zich in aan in Den Haag en volgde vervolgens een polygoonopleiding in Nijmegen bij de filmdienst. Niet in de status artiest maar als militair KNIL, keerde van Raaij met de Grote Beer terug in Indië. Aan boord 11 filmjeeps waarvan één, die van Wim van Raaij, geschonken door Zwanenburg uit Oss
In Indië werden zij ontvangen door Generaal Spoor.“Ik heb met de kantinewagen de buitenposten afgereden. Wimpie Welfair was een geziene gast. Na een actie stond ik met grote luidspeakers op de wagen de jongens op te wachten met koffie en thee.
 Ik heb ook veel welfare artiesten naar de posten gereden. Bandleden met een driekwart tonner. Oh en weet je, ik herinner mij nog een voorval met een driekwart tonner!” Het zou toch niet ..? Bruggenhenkie? Jawel, Henk Zwitselaar! Hoe is het mogelijk!  
 
Bij thuiskomst uit Indië is Wim van Raaij ijzerwerker bij het droogdok Wilton Feyenoord geworden. Hard werken maar ook weer leren. Met 32 jaar is Wim weer naar schoolgegaan en heeft middenstand geleerd. Naast al het werken en leren was hij ook op het sociale vlak heel actief. Toch had hij liever een eigen zaak Hij begon in een pakhuisje dat in 4 jaar uitgroeit tot een groot bedrijf. Zondags  boekhouding.  In 1959  opende hij zijn Tweewieler- en ijzerwarenzaak “Djempol”in Overschie. Tot aan zijn pensioen heeft hij daar, later samen met zijn Giny, met veel plezier gewerkt. 
 
Nu geniet hij van zijn rust. Leest ontzettend veel en graag over de tweede wereldoorlog. Maar geniet bovenal van het leven met zijn vrouw. Samen met Giny heeft Wim vijf dochters en vijf schoonzonen, zes kleinkinderen en zes achterkleinkinderen. Voor die laatste kleintjes is hij opa Tik-Tak.(Uhr-opa , overgrootvader in het Duits) 
 
Sobat Wim en zijn vrouw Giny komen dit jaar dolgraag weer eens naar de reünie. De opzet van een Tijgerbrigade-reünie spreekt hen heel erg aan. Geen hokjesgeest en praten met iedereen. Ze zijn van harte welkom. En dit gezegd hebbende is het toch wel heel hoog tijd om terug te gaan naar Hoogvliet. Het is een lang, boeiend en interessant bezoek geweest. Wat wil je, als je zo onderhoudend kan vertellen als Wim van Raaij. 
Wim en Giny van Raaij, heel hartelijk bedankt voor de gastvrijheid.                                                        
 

 

 
30 mei 2011. Vergaderen in Doorn 
 
U weet wij gaan nooit op stap om zomaar een visite af te leggen. Ook vandaag was dit weer niet het geval. Op de agenda stond een bezoek aan de directeur van het veteraneninstituut, de heer KTZA Frank Marcus, voor een bespreking betreffende het initiatief over Tijgerbrigade-reunie. Wij hebben al meerdere malen contact gehad met meneer Frank Marcus. Nu een persoonlijke ontmoeting in Doorn...............
De autorit bracht ons naar een mooi stukje Nederland. Doorn, gelegen in een bosrijke omgeving. Wij waren ruimschoots op tijd en werden voorzien van koffie door de vriendelijke hulpvaardige dames, dezelfden die u zo vriendelijk te woord staan wanneer u het veteraneninstituut belt. Na een leuk gesprek te hebben gehad met hen, kwam de secretaresse van Frank Marcus, mvr. St. Nicolaas, ons uitnodigen om naar de kamer van Frank Marcus te gaan. Later blijkt dat deze secretaresse echt een een St. Nicolaas was.   Frank Marcus begroette ons met een stevige handdruk. Na eerst even losjes bijgepraat te hebben, ging het gesprek over tot zaken betreffende 2-6 R.I. en de Tijgerbrigade. 
 
 
Goed gedocumenteerd konden wij onze argumenten over het houden van een grote Tijgerbrigade- reünie en het voortbestaan van de reünie- en nazorgcommissie duidelijk aan Frank Marcus uitleggen. Het was een prettige bespreking. Frank Marcus had eerder al laten blijken dat hij volledig achter initiatief van een Tijgerbrigade-reünie onder gastheerschap van 2-6 R.I. staat. Juist het samengaan met andere onderdelen, waardoor alle tijgerveteranen actief hun reünie kunnen bezoeken juicht hij toe.  De nieuwe doelstellingen van de reünie- en nazorgcommissie die in 2010 aangepast hebben de buitengewone belangstelling en warme goedkeuring van Frank Marcus.  Juist die nieuwe doelstellingen zijn momenteel binnen defensie heel actueel zoals u ook regelmatig in de Checkpoint kunt lezen. 
Bij Marianne speelt al een flink aantal jaren hetzelfde idee, alleen was er toen voor samenwerking geen animo en ruimte in het voormalige 2-6 R.I. bestuur. 
Samen met Frank Marcus werd ook de 2-6 R.I .Ledenlijst bekeken. Marianne houdt een zeer nauwkeurige en uitgebreide ledenlijst bij. Menigeen heeft bij het zien hiervan zijn waardering er over uitgesproken. Deze enorme betrokkenheid met de veteranen van 2-6 R.I. komt hierin tot uiting. Ook uit het houden van een thuisloterij tijdens de reünie blijkt weer de betrokkenheid met echt alle 2-6 R.I.ers. Dus niet alleen de reüniebezoekers, maar ook de thuisblijvers. 
KTZA Frank Marcus waardeert deze doelstelling. Niet alleen in woord maar ook in daad. Vanuit kasten kwamen boekje, CD's en pennen voor de loterij. De secretaresse, mevrouw St. Nicolaas, werd erbij geroepen en zij werd op pad gestuurd voor agenda's. Een heus Sinterklaasfeest werd het. 
Overladen met prijzen, goede raad en nuttige tips verlieten wij het veteraneninstituut. Echter niet voordat Marianne met drie dikke kussen Frank Marus heel hartelijk bedankte voor de prachtige prijzen en bovenal de toezegging aan Marianne dat zij mag doorgaan met de Tijgerbrigade-reunies te organiseren.
 
Dank aan de directie van het veteraneninstituut, namens de veteranen! 

 

 
Op bezoek bij familie Sjra Hovens in Echt
 
Donderdag 28 april 2011
 
Na ons bezoek aan Wietze en Mientje Westerhof en het werkoverleg met Theo Eversen zijn wij op de terugweg op thuisbezoek geweest bij sobat Sjra en Mien Hovens.
Mevrouw Mien Hovens belde ons eind verleden jaar om een adreswijziging door te geven. Na een fijn gesprekje belde zij ’s avonds weer op met wat vragen van haar man Sjra.
Wederom ontspon zich een fijn gesprek dat eindigde met de belofte dat zoon Luc enige kopij voor ons boekje zou toezenden. Helaas hadden wij ons decemberboekje al vol, maar wij beloofden dat wij zeer zeker in kerstnummer van 2011 de verhalen zullen plaatsen.
Eerst dus een bezoek. sobat Hovens heeft al vele jaren de reünie niet meer bezocht.
Reden om ook bij hem eens een kopje koffie te gaan drinken......................
 
 
 
We werden hartelijk ontvangen en kregen meteen een rondleiding door het prachtige huis en strak aangelegde tuin. Familie Hovens woont bij hun zoon Luc in een koopwoning.
“Jullie hebben zoveel jaren voor mij gezorgd, nu zorg ik voor jullie”, is de redenatie van zoon Luc.
 
Een leuk detail: toen wij een rondleiding kregen door de tuin, waren net de jonge koolmeesjes uit het ei.
Joop kreeg meteen een nuttige tip voor het planten van aardbeien: een zak tuingrond, plat neerleggen, een paar kruisen snijden in de verpakking en daar de plantjes inzetten. Lekker broeierig en geen rommel.
 
Binnen gingen we aan de koffie. Sobat Sjra vertelde ons dat hij zijn vrouw leerde kennen tijdens dansen.
Wat ons enorm goed deed was dat ook zoon Luc tijdens ons bezoek deelnam aan het gesprek. Luc is een van de drie kinderen en 2 kleinkinderen die sobat Hovens en zijn vrouw rijk zijn.
Sobat Sjra meldde zich in 1945 in Roermond aan als oorlogsvrijwilliger.  Hij kwam bij 1-2-6 R.I. terecht. Hij was nog te jong voor het kader.
 
Sjra wist nog een leuk voorval uit Indië. Samen met de hospik Guus Schouten zat Sjra in een tentje van het Rode Kruis. Op een dag kwam een inlands ventje van 3 a 4 jaar geheel alleen naar de post. Bedekt met zweren. Guus hielp het ventje. Smeerde zalf op de zweren en legde verbanden aan bij ’t kereltje.  Enkele dagen later kwam het ventje terug. Zonder de verbanden om de benen. Maar hij had wel een prachtig broekje aan. Gemaakt van………..de verbanden!
Sjra vroeg zich af of hospik Guus nog van dit voorval zou weten.
Natuurlijk is er meteen bij thuiskomst een email naar Guus schreven. Helaas kon Guus Schouten zich niets van het verhaal herinneren. Sjra zou op de reünie zeer zeker nog eens met Guus Schouten over deze gebeurtenis willen praten.
 
Wat Sjra ook nog wist is dat de koelies bij Kalibanteng het gras moesten maaien. Om alles een beetje in tempo te houden werd een trom gebruikt om de koelies het ritme aan te geven in welke snelheid het gras gemaaid moest worden. Helaas, wanneer er geen trom klonk, werd er niet gemaaid!
 
Zeep in de pap! Bij het doortrekken van de ene post naar de andere post was maar 2 uur tijd om te rusten en eten. Ramp! Zeep in de pap. Wat moet je dan? Doen alsof je neus bloed. Honger maakt rauwe bonen zoet en zeeppap een feestmaal.
Na zijn terugkeer in Nederland werkte Sjra Hovens op de Rijkswerkplaats als machinebankwerker in Helmond.
In Tegelen 3 jaar en bij de staatsmijn Maurits Geleen 7 jaar.
In 1960 werkte hij ook bij Phillips als bankwerker. Toen was het genoeg met bazen. Op 50 jarige leeftijd werd Sjra Hovens een zelfstandig ondernemer. Eigen baas, dat was het!
Dat bleef hij voor 27 jaar en in het jaar 2000 was het genoeg geweest. Sjra Hovens stopte met werken. Genoeg is genoeg!
Samen met zijn vrouw Mien verzorgt hij de tuin en huis van zoon Luc. Zij genieten van het buiten zijn en het tuinieren. Meer over Sjra Hovens heeft u al in dit boekje Sepatoe Roesak kunnen lezen.
Sobat Sjra en Mien Hovens, het was een heel fijn bezoek.
Luc, geweldig dat jij je zo interesseerde in alle verhalen die je vader deze middag heeft verteld. Dank jullie wel.                                                                                                                           

 

 

Op bezoek bij Wietze en Mientje Westerhof in Sittard
 
Wietze en Mientje hebben de laatste maanden veel ernstige gezondheidsproblemen gehad en zijn tussentijds ook nog van een eigen vrije woning naar een ouderencentrum verhuisd..
In overleg met onze coördinator nazorg, Marijke de Jong, werd overeengekomen dat een thuisbezoek op 28 april, gelijktijdig met een bespreking met de drukker van het boekje Theo Eversen kon worden gedaan. In aansluiting op het bezoek kon op terugweg meteen ook nog een andere sobat bezocht worden. Marijke had hiervoor sobat Hovens geselecteerd..................
 
Vroeg uit de veren! Na instructies van de TOMTOM aangekomen in Sittard parkeren wij onze auto bij het nieuwe zorgcentrum.
 
Bij de receptie melden. Familie Westerhof? “Ah! Mientje en Wietse!” kirt de receptioniste. “Zulke lieve mensen die twee.” Aangekomen op de verdieping waar Wietse en Mientje wonen, werden wij weer door enthousiast personeel de weg gewezen.
Klop op de deur en daar zijn we dan!!!  We worden hartelijk  onthaald. Een snoepertje en plantje als welkom in de nieuwe woning vinden hun plaats. Natuurlijk eerst het nieuwe huis bewonderen. Het is lekker ruim, licht, warm en een prachtig uitzicht. Twee straten verderop woont de kleindochter en de achterkleindochter kan zelfs helemaal alleen naar opa en oma! Dan ben je als overgrootouders toch beretrots.
Een klop op de deur en daar kwamen dochter Alie, schoonzoon Ben en achterkleindochter ook op de koffiegeur af. En of dat allemaal nog niet genoeg was klopte Theo Eversen, onze verzorger drukwerk, ook nog eens aan de deur. Dit tot grote verrassing van Mientje en Wietse. Maar niet voor Marianne. Een knipoogje van verstandhouding werd snel gewisseld tussen Theo, Joop en Marianne. Wij wisten er van. Het was meteen een drukke maar heel gezellige boel. Marianne schonk koffie. Mientje en Wietse genoten zichtbaar van al deze belangstelling. 
Natuurlijk wilden wij graag ook het levensverhaal van Wietse horen. Nog nagenietend van het tweede kopje koffie vertelt Wietse: ”Met mijn zestiende ging ik op 13 maart 1937 op de mijn werken en op mijn 18e ging ik ondergronds in de Staatsmijn Emma. Toen in de nacht van 9 mei 1940 de Duitsers Nederland binnen vielen zat ik op een diepte van 546 meter onder de grond. Ik had nachtdienst. Via de telefoon hoorden wij dat het oorlog was. Wij naar huis. 
Mijn bloed kriebelde al! Wat te doen? Ik heb eerst nog wat gesmokkeld met dynamiet. Heel link allemaal. Meteen na de bevrijding van Limburg heb ik mij aangemeld als oorlogsvrijwilliger. We trokken mee met het eerste Amerikaans leger naar Duitsland. Als bewaking. Het was bitterkoud. Wij werden teruggeroepen. Niet vanwege de kou, maar door Prins Bernhard en 2-6 R.I. werd opgericht. Kleding kregen wij bij café Bas in Amsterade. Gestoomd (de kleding!). Met de kogelgaten er nog in! Dan dezelfde route als de meeste 2-6R.I.ers. Naar Engeland. Hier kreeg ik mijn eerste bren. 
 
Ik werd brenschutter en later brencommandant. Na de 1e politionele actie kreeg ik een streep. Sobat soldaat 1e klas Henny van Oosterhout heeft veel over onze ervaringen in Indië geschreven in zijn dagboeken. Niet alleen tijdens de acties zetten de manschappen van 2-6 RI zich in, maar ook tijdens het verlof. Toen de marine de Tijgerclub dreigde over te nemen, leerden Carel Eversen en Wietse Westerhof hen een lesje. Koppelriemen af en knokken maar. U kent allen de afloop. Vele latere tijgers wisten de Tijgerclub in Semarang te vinden.
“Aan een aantal Baroetjes van de aanvulling van 1-7 R.I. werd snel duidelijk gemaakt dat meeliften heel gewoon was,” vertelt Wietse grinnikend, “ het was niet de bedoeling om kameraden langs de kant van de weg te laten staan. Een schot op de banden van de legerjeep was voldoende om hen dat eens en voor altijd in te prenten. (Geen namen noemen want anders komt defensie alsnog met een naheffing!) .”
Dan vertelt Wietse over een leuke gebeurtenis die zij in Indië hebben meegemaakt. Het ging over een bruggetje en een driekwart tonner. Ah ha! Zou het?? Inderdaad! Het verhaal Henk Zwitselaar als BruggenHenkie! Hoe is het mogelijk.
Marianne greep meteen de gelegenheid aan om Wietse aan te sporen BruggenHenkie of te wel Henk Zwitselaar eens te bellen. Met de ledenlijst erbij is een telefoonnummer snel gevonden. (Er is al geregeld telefonisch contact geweest tussen de twee sobats Joepie!)
 
 

 

Tussen het gezellige gesprek door is er door Marianne en Theo overleg geweest over het maken en verzenden van het boekje. Tips over en weer uitgewisseld en het eerste gedrukte exemplaar april/mei werd aan Wietse en Mientje overhandigd. De primeur!
 
Theo werd opgeroepen door zijn baas. De mannen met blauwe petjes (politie) hadden zijn expertise weer hard nodig. Na zijn hartelijk afscheid was het voor Wietse en Mientje tijd geworden voor de middagmaaltijd beneden in de gezellige eetzaal. Daar ontmoetten we ook nog zoon Klaas en zijn echtgenote Corry die net terug van vakantie kwamen en pa en ma een bezoekje brachten. We hebben bij toeval het hele gezin Westerhof persoonlijk ontmoet. De start van dat gezin Westerhof begon eind 1943.
Op een bruiloft van een nichtje, leerde Wietse zijn Mientje kennen tijdens een polonaise in een appelwei. Die polonaise wierp vruchten af want op 3 september 1948 trad het paar in het huwelijk met als resultaat twee kinderen, 3 kleinkinderen en 3 achter- kleinkinderen! Mientje heeft altijd in de huishouding gewerkt, maar toen de ooievaar zich meldde, richtte Mientje zich volledig op haar eigen huishouden. 
Wietse en Mientje heel hartelijk bedankt voor de fijne ontvangst en wij wensen jullie veel gezondheid en een heel fijne tijd toe in jullie nieuwe appartement.                                      

 

Op de koffie bij sobat Henk Zwitselaar in Nijmegen.

 

Omdat wij zuinig blijven met uw donaties hebben wij op maandag 11 april 2011 weer een gecombineerde reis gemaakt.
Wij hadden een bespreking voor de reünie van 28 september 2011 op de kazerne in Vught. Een reünie kan alleen goed lopen als er van te voren goede afspraken zijn gemaakt met het personeel van de kazerne en catering. Wij willen het u tijdens de reünie zo fijn mogelijk maken. Na een goed onderhoud met zowel adjudant Rijsdijk als cateringmanager Arie Le Clerq hebben wij ons afgemeld bij de wacht. De reünie is tot zover geregeld.
 
Eerder in die week hadden wij ook afgesproken met sobat Henk Zwitselaar. Sobat Zwitselaar kon helaas de afgelopen keren niet op de reünie aanwezig zijn. Met de gezondheid is het tobben.
Dit vanwege een operatie aan zijn heup, maar ook vanwege een zware longontsteking die hij in het verzorgingshuis op liep.  Kortademigheid is bij hem momenteel het grootste struikelblok. Wij zochten de hekkensluiter van onze ledenlijst dus thuis op.
Ondanks dat wij een heftige regenbui even aan ons lieten voorbijgaan, konden wij precies op tijd aanbellen bij sobat Zwitselaar. Na het kennismaken en overhandigen van een lekker snoepertje, werd door Marianne koffie gezet.
Sobat Henk Zwitselaar.  Geboren in Zaandam. Verhuisde in 1932 naar Nijmegen. Hij woont nog steeds, zij het nu alleen, in dezelfde woning als waar hij 56 jaar geleden zijn intrek nam.

 
Sobat Henk trouwde bij thuiskomst uit Indië en heeft 1 zoon. Tien dagen voor hij 60 jaar getrouwd zou zijn, stierf zijn vrouw.
Na een half jaar opleiding te hebben gehad in Assen, kwam Henk Zwitselaar terecht bij de 2e compagnie 2-6 R.I. in Sittard. Hij meldde zich met nog 3 vrijwilligers aan voor chauffeur. Hoewel hij totaal geen rijervaring had, slaagde hij voor de test. “Met bluf kom je ook een heel eind!” vertelt Henk Zwitselaar. 
Vanuit Sittard ging het met de chauffeurs op de boot door naar Engeland. Daar werd Henk Zwitselaar bij de staf ingedeeld. Henk Zwitselaar mocht in Semarang op de Bodjong bij indeling van de Sergeant-Majoor een wagen uitkiezen en werd aangesteld als chauffeur bij kapitein Knoop. Wie niet sterk is moet slim zijn en al vragend leerde hij steeds beter autorijden.
De Aalmoezenier die hij mee naar het ziekenhuis moest nemen had er alle vertrouwen in, mits, zoals hij Zwitselaar maande: “We er zelf maar niet in komen”.
 
Op vliegveld Kalibanteng had sobat Zwitselaar alle ruimte om te oefenen met rijden. In Pirewapa heeft sobat Henk zijn bijnaam “bruggenhenkie”gekregen.Na een avond stappen in Semarang op weg terug naar het kamp was de brug waar zij op de heenweg nog over passeerden, volkomen vernield. Weg! Henk was niet zo snel voor een gat te vangen. “Jongens, allemaal je even goed vasthouden”. Met een fikse vaart en een dot gas zouden ze zo aan de overkant zijn. Helaas, met een klap belandde de drietonner precies in het gat waar de brug eerst had gelegen. 
Dit verhaal is aanleiding geweest om een tekening te maken die het hele voorval prima weergaf. De foto’s van deze tekening in het album van Henk Zwitselaar hebben wij weer gefotografeerd en zie hier: De actie van Bruggenhenkie in beeld. 
 
 
Sobats die Henk kende: Mergeler en Bruijnseels. ( die kon goed zwemmen) Sobat Henk zou nog eens goed nadenken over namen van andere sobats. 
Zoals eerder vermeld, trouwde Henk bij terugkeer in Nederland en moest er brood op de plank komen. Hij ging werken in de papierfabriek de Gelderlander en het was geen toiletpapier waarmee hij zich bezig hield. Nee: bankpapier! Geld! Ping ping! Knisper Knisper. Omdat er toch meer ingebracht moest worden dan alleen lege bankbriefjes, en omdat de continudiensten wel erg zwaar waren na twee jaar, meldde Henk Zwitselaar zich aan voor een chauffeursopleiding bij de luchtmacht. Hij werd hulprijinstructeur en gaf slipcursussen op de vliegbasis Delen.Dit tot 1980. Hij had als chauffeur een geweldig tijd. Henk Zwitselaar mocht toen met militair pensioen! En dat deed hij.
Nadat we de fotoalbums hadden gekeken en nog even meegedacht te hebben over praktische dingen, zoals een eigen parkeerplaats en de aanvraag daarvoor, was het toch echt weer tijd om op te stappen. Na enkele fikse hagel- en regenbuien, zwaaiden wij met een opgeklaarde blauwe lucht nog enthousiast naar sobat Henk die ons vanachter zijn huiskamer nog vriendelijk uitwuifde. Sobat Henk Zwitselaar, bedankt voor een heel fijne en gastvrije ontvangst.     

 

 


Bezoek aan familie Delissen 11 maart 2011

Zoals wij u al meldden, gaan wij zuinig met het u gedoneerde kasgeld om. Daarom hebben wij onze aanwezigheid tijdens de uitvaartplechtigheid van sobat Wim Klaassens gecombineerd met een bezoek in de omgeving van Blerick. Familie J.Delissen in Venlo was in gelegenheid ons te ontvangen. Of eigenlijk gezegd: maakte tijd voor ons vrij. Eigenlijk zouden zij op verjaarsvisite gaan bij de broer van sobat Delissen, maar, zo vertelden zij, voor Marianne was altijd tijd!

Met de TOMTOM als gids hadden wij al snel de juiste straat bereikt. Alleen een wegversperring maakte het niet mogelijk om het juiste nummer te  bereiken.  Een heer met mooi grijs haar stond op een balkon onze verrichtingen te bekijken. Nadat wij de TOMTOM de TOMTOM lieten en de auto iets verderop parkeerden stond deze meneer nog steeds op het balkon. Dat moest vast meneer Delissen zijn. Na aankomst bij de flat werden wij al vanaf het balkon begroet.

Eenmaal boven aangekomen werden wij door hem hartelijk ontvangen en binnengeleid in de gezellige en praktisch ingerichte woning waar ook mevrouw Delissen ons zat op te wachten. De zon had vrij spel in de ruime kamer. Dat gaf de royale woning een warm en gezellig aandoen. Het uitzicht was prachtig. De televisie stond nog aan. Meneer en mevrouw hadden net naar de kampioenschappen schaatsen voor dames gekeken en trots wisten zij ons te vertellen dat Nederland de eerste drie plaatsen hadden veroverd. Hoera voor Oranje. De TV ging uit en wij aan de koffie.  

Het gesprek begon met de uitvaartplechtigheid van sobat Wim Klaassens. Noem het toeval, maar sobat Delissen kende Wim Klaassens van het bloedprikken in Venlo. Dat Wim Klaassens later naar Blerick verhuisde moest dan ook de reden geweest zijn dat zij elkaar daarna in Venlo niet meer zagen. Natuurlijk kwam het gesprek op de gezondheid. We hadden al snel gezien dat sobat Delissen nog goed uit de voeten kan. Hij doet de boodschappen nog per fiets. Maakt zo ook nog zijn fietsrondje ter ontspanning.  “Onkruid krijgen ze nooit kapot”, zei hij lachend.

Bij mevrouw Delissen gaat het lopen iets minder. Dit na een heupoperatie waarbij de ruggenprik blijvende schade had veroorzaakt. Het was er niet minder gezellig om. Over de 10 kleinkinderen en 5 achterkleinkinderen was genoeg te vertellen. Trots vertelden de groot en overgrootouders dat er nog 2 achterkleinkinderen in de maak zijn. De beschuit met muisjes kan straks weer op tafel! Joop kwam al snel in een fijn gesprek met mevrouw Delissen toen bleek dat zij ook zelfstandig ondernemer was geweest. Net als Joop. Dan wordt er al snel gesproken over beleid en financiën. Het voormalige 2-6R.I. bestuur kwam ter sprake en de kwalijke praktijken die deze personen hebben uitgevoerd. Meneer en mevrouw Delissen vinden het schandalig dat de door Marianne gemaakte onkosten voor 2-6R.I. niet vergoed zijn. Dat klopt niet. Het kasgeld dat in de vele jaren bijeengebracht is door de sobats, is ook van de familie Delissen. Dat er geen rekening wordt gehouden met wat de sobats willen en geen openheid in de financiën werd gegeven is een slechte zaak. Het is correct dat nu door de reünie- en nazorgcommissie wel duidelijk aan wordt gegeven hoe de aan hen overgemaakte donaties besteed worden

 

Ondertussen heeft meneer Delissen het boek tussen Sawahs en Bergen op tafel gelegd. Op de kast ligt een fikse stapel Sepatoe Roesaks.  Verhalen worden verteld.

Over aalmoezenier Baljon die naast zijn dagelijkse werkzaamheden stukjes voor de Tijgerkrant schreef.  Baljon behoedde Delissen en 5 man voor een tragedie. Zij stonden klaar voor een patrouille. De wagen trok op. Baljon riep ineens luid en dringend: “Stop! Stop!”  Een oneffenheid in de grond bij het wiel had zijn aandacht getrokken. Net op tijd! Het was de ontsteking van een door de vijand ingegraven zeemijn! Baljon raakte later gewond en ging terug naar Nederland. Sobat Delissen zocht hem als enige 2-6 R.I.-er bij thuiskomst in Venlo in het ziekenhuis weer op.

Eenmaal terug in Nederland trouwde sobat Delissen het verpleegstertje dat hij voor zijn vertrek naar Indië had leren kennen in Roermond. Dat contact kwam tot stand via het verzet en het mee optrekken met de Engelsen naar Roermond. Het verpleegstertje kwam uit een gezin van 9 kinderen,waarvan er 3 zussen non en 2 broers priester waren.

Sobat Delissen had ook enkele vragen voor Marianne. Met haar adreslijst erbij kon Marianne adresgegevens uitwisselen van enkele aan sobat Delissen bekende sobats die nu nog leven. Jammer genoeg moest Marianne ook bij veel namen zeggen dat die sobats al overleden waren. Maar o.a. sobats Schouten en Pierre Giessen stonden nog op de lijst. Zij kunnen rekenen op een telefoontje of brief van sobat Delissen. Zo blijkt maar weer dat het contact met de sobats toch weer aangehaald kan worden door deze persoonlijke benadering thuis. Weer een mooi stukje nazorg dat wij konden doen.

Meneer Delissen hoopt en probeert, bij leven en welzijn, ook op onze reünie op 28 september 2011 in Vught  aanwezig te kunnen zijn. Wij zullen hem daar net zo hartelijk ontvangen als wij bij de familie Delissen thuis zijn ontvangen. Het was weer een uitermate gezellige en leerzame visite!

 

Overlijden Wim Klaassens

Op 27 februari 2011 had Marianne telefonisch contact met sobat Wim Klaassen. Tijdens dat gesprek gaf sobat Klaassens aan dat hij ongeneeslijk ziek was. Hij had het (moedige) besluit genomen om geen behandeling te ondergaan.

Op 6 maart ontvingen wij het trieste bericht dat sobat Wim Klaassens is overleden.

Nadat wij dit treurige bericht via de zoon van Wim hadden ontvangen, werd door coördinator Marijke toestemming gegeven aan Joop en Marianne om de crematie bij te wonen. Dit zou dan wel in combinatie gebeuren met een bezoek aan een andere sobat in de omgeving Venlo.

 

De uitvaartdienst voor 2-6 R.I.-er Wim Klaassens werd gehouden op vrijdag 11 maart 2011 in Blerick.

Kleinkinderen begeleidden de kist met hun opa de kerk in. Na een indrukwekkende en drukbezochte dienst werd de kist met Wim de kerk weer uitgeleid door de kleinkinderen.

Vanaf daar ging het in een langgerekte stoet naar het crematorium. Daar werd, nadat een stemmig muziekstuk was gespeeld, door Joop Pragt, als penningmeester reünie- en nazorgcommissie 2-6R.I., T-Brigade, namens de sobats 2-6R.I. een toespraak gehouden. Hij sloot af met de voordracht van een veteranengedicht.  Aansluitend op deze toespraak werd het lied:“Old soldiers never die” gespeeld.

Hierna volgde een emotionele afscheidstoespraak van alle kleinkinderen waarin fijne herinneringen aan hun opa werden opgehaald. Tot slot volgde een toespraak van Wim's schoonzoon.

Wim Klaassens, de echtgenoot van Toos  Poelmans, was vader van 5 kinderen en opa van 8 kleinkinderen. Na de dood van hun dochtertje Marianneke werd de zorg voor andere kinderen overgenomen. Wim Klaassens was tot zijn pensioen werkzaam bij defensie. Hij bleef heel zijn leven vervent voetbalfan van VVV uit Venlo. Samen met zijn vrouw Toos heeft hij nog vele jaren kunnen genieten op camping “de Breijenburg”.

Na de plechtigheid waren wij uitgenodigd voor de uitgebreide koffiemaaltijd in een nabij gelegen restaurant.

Wim Klaassens ,soldaat 1e klas, werd 86 jaar.


Op de koffie bij Jan en Mientje Wijers.( 8 feb 2011)

Naar aanleiding van een briefwisseling tussen de heer Jan Wijers en sobat Tinus Doelen reden wij, na het bezoek dat we aan sobat Lou Saenger in Dordrecht, door naar Breda om meneer en mevrouw Wijers te verblijden met een ………?

Uit het volgende verhaal van Jan Wijers (89) kunt u opmaken, waarmee wij hem hebben verblijd.  

Na wat gezoek (onze TOMTOM had een heel andere locatie gevonden waar familie Wijers zou wonen) kwamen we toch aan bij het juiste adres, het gezellige appartement van de familie. Wij werden al opgewacht bij de deur door mevrouw Wijers. Na de hartelijke ontvangst werden wij binnengeloodst in de gezellige woonkamer van waaruit een prachtig panorama uitzicht over de stad Breda!

 

We kregen koffie en thee, en de door mevrouw Wijers zelfgebakken koekjes, ( Joop loopt daarvoor graag nog wel een extra kilometertje meer hard).Vervolgens overhandigden wij meneer Jan Wijers ons presentje. Uit onze privécollectie een doos met daarin een echte stenen kruik De Kuyper jenever en twee glaasjes! Zichtbaar verrast nam sobat Jan Wijers dit presentje in ontvangst. Wij spraken de hoop uit dat het misschien nog eens mogelijk mocht zijn om weer eens een partijtje schaak met sobat Doelen te doen onder het genot van een lekker glaasje jenever. Wij waren blij dat wij deze middag weer eens gezellig hebben kunnen bij praten. Al pratend kregen wij heel wat informatie over sobat Jan.  

Hij meldde zich in 1945 via de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.)  als oorlogsvrijwilliger (O.V.W.-er) aan. En werd bij vertrek uit Nederland ingedeeld bij de 5e compagnie, later als waarnemend sectie commandant bij de 3 inch mortieren, de ondersteuningscompagnie afdeling zware mortieren 2-6 R.I. Jan Wijers zat niet stil in Indonesië. Hij deed een zelfstudie dubbelboekhouden. Van de strenge compagniescommandant (Vaessens) mocht er geen privéspullen meegenomen worden, zelfs geen studieboeken. Maar omdat Jan Wijers wel eens op de administratie werkte had hij van de administrateur toestemming gekregen om al zijn benodigde boeken met de compagniesadministratie mee te smokkelen (in een munitiekistje!). Een leraar uit Nijmegen stuurde Jan Wijers de uitwerkingen, zodat hij zelf zijn werk kon controleren. Gezeten tussen Javanen en hoofdzakelijk Chinezen heeft Jan met succes het examen gedaan in Semarang. “Ik kreeg o.a. samen met Wim Jans typeles in Semarang en had natuurlijk de opdracht om daarvoor goed te oefenen. Maar hoe moest je dat doen op de buitenposten zonder schrijfmachine?” “Ik had dat opgelost door het “QWERTY-toetsenbord” volledig uit te tekenen op een plankje waarop ik dan “geruisloos” kon oefenen”.

Dit verhaal heeft Jan Wijers mij al tijdens onze eerste kennismaking op de reünie in 2002 verteld, maar ik blijf het een prachtuitvinding van hem vinden en het toont de zelfdiscipline waarmee Jan zich inzette om, ondanks dat hij in Indië zat, toch verder te leren. En zoals steeds als wij bij een sobat op visite zijn, gaat de tijd weer veel te vlug. Sobat Jan Wijers heeft zichtbaar genoten van de gesprekken die gevoerd werden. Het is voor hem eigenlijk onmogelijk om nog deel te nemen aan een reünie vanwege zijn slechte gehoor. Maar zo, in een klein gezelschap kon hij het gesprek goed volgen en hoefde geen beroep te doen op zijn immer toegewijde en liefdevolle tolk, zijn echtgenote Mientje


Bij een honderdjarige 2-6RI-er op de koffie.( 8 feb.2011) 

 

In het jan/febr. nummer van Checkpoint heeft Marianne een foto met bijschrift laten plaatsen over de 100jarige Lou Saenger. Na verschillende malen een hartelijk telefooncontact te hebben gehad met zijn dochterYvonne Saenger is daaropvolgend een afspraak gemaakt voor een visite aan sobat Lou.  Op 8 februari 2011 was het dan zover. Een bezoek aan onze honderdjarige sobat Lou Saenger. Een hele eer natuurlijk. Dochter Yvonne was al bij haar vader aanwezig om ons te ontvangen. Hartelijk werden wij binnengehaald in het zonnige appartement in Dordrecht. Weer waren de weergoden ons gunstig gestemd.
Lou Saenger, 100 jaar, ga er maar aan staan! Wij gingen ervoor zitten.

 

met een kop koffie en voor Joop een heerlijke koek, werd natuurlijk teruggekeken op de fijne verjaardag van Lou. Dochter Yvonne had goed haar best gedaan, want ondanks dat Lou niet van 'poepelegeintjes' houdt, was hij toch in het zonnetje gezet.
Over de gezondheid mag, als honderdjarige, niet geklaagd worden. Het gaat allemaal nog redelijk. Wat kan je anders zeggen als je nog zelfstandig woont, zelf je overhemden nog kan strijken, je potje kookt en je huis schoonhoudt. En hij fietste tot drie jaar geleden nog regelmatig een aardige stukje weg! Lou Saenger heeft een gezellige dochter, lieve kleindochter en een prachtige achterkleindochter. Vroeger was hij als loodgieter 25 jaar werkzaam bij de firma C.Visser&zoon in Den Haag . Een herdenkingstegel daaraan hangt aan de muur in zijn huiskamer.
Lou meldde zich in Den Haag aan voor oorlogsvrijwilliger. Effe naar Indië om daar de boel recht te zetten. Dat effe werd wel drie jaar! Samen met o.a. kpt.Welzenes werd bivak opgeslagen in drie woningen in Schevingen. Daarin was geen stromend water, maar binnen een week lukte het loodgieter Lou om alle woningen van water te voorzien. Tijdens de opleiding in Wokingham werd Lou benoemd tot postbode. Hij bracht de post naar Londen. Vanuit Engeland werd hij in 1945 doorgestuurd naar Batavia om daar als aanvulling van 2-6 R.I ingedeeld te worden. Dit weer onder leiding van …Welzenes! Lou Saenger zat nooit in de “troep”. Als technieker deed hij klusjes zoals wapens herstellen en beheerder van het magazijn. Hij liep heel weinig patrouilles. Toen 2-6 R.I. terugkeerde naar Nederland werd Lou ingedeeld bij 1-15 R.I. “de Blijvertjes”.  Een onderdeel opgebouwd met jongens vanuit alle windstreken in Nederland. Lou verbleef buiten zijn diensturen veel bij de Chinese familie Lee SienTjien. De jongste dochter Erleen uit het gezin Lee Sien Tjien kwam later ook naar Nederland en verdiende de kost als kostuumnaaister in Rotterdam.  
Bij terugkomst in Nederland was de trap thuis versiert maar zodra eenmaal Lou in het zicht kwam, riep de toen al vierjarige dochter Yvonne: “ je bent mijn vader niet “, en ze liep snel weg. Het was flink aanpassen in het dagelijks bestaan. Lou moest wennen dat zijn vrouw geen Baboe was.
Lou vertelde over Semarang. In de haven werd een meisje van 6 a 7 jaar gevonden in een vrachtwagen. Het meisje werd meegenomen naar de post. Het hoofd van compagnie, overste Welzenes, besloot dat het meisje bij de troep mocht blijven. Aangezien Lou Saenger al vader was van een dochter, werd hij oppasser van het jonge meisje. Ze kreeg een kamertje bij de wacht in het N.I.S. gebouw. Het meisje is 2 tot 2,5 jaar lang bij 2-6 R.I. opgevangen. Miepje werd haar naam. Zij kreeg ook een soldatenpakje op maat aangemeten. Lou was zo begaan met Miepje, dat hij haar mee naar Nederland wilde nemen. Dochter Yvonne kreeg al te horen, dat pa een zusje voor haar mee zou brengen. Echter, het liep anders. Miepje werd geplaatst in een kindertehuis. En dochter Yvonne riep bij thuiskomst: “Jij bent mijn vader niet.”Nu, zoveel jaren later, is van die ontkenning niets meer te bespeuren. Yvonne is zijn steun en toeverlaat. Lou en Yvonne, wat hebben, jullie veel verteld en wat hebben wij veel gehoord.Te veel om hier te schrijven. Wat blijft is de fijne herinnering aan het bezoek aan jullie. Heel hartelijk bedankt voor de fijne ontvangst.
Lou Saenger, ik ben blij dat ik enkele boeken, die u kwijt geraakt was tijdens uw verhuizing, voor u via het internet heb kunnen opzoeken, kon kopen en u toesturen. U kunt altijd een beroep op mij doen indien u nog meer titels van boeken herinneren kan. 
Dit aanbod geldt natuurlijk ook voor andere sobats.
 
Twee vliegen in een klap te Reusel.
 
Op donderdag 27 januari 2011 reisden wij (Joop en Marianne) weer eens naar het zuiden van het land. Een bezoek aan 2-6RI sobats  Stef Duijvelaar en Jos Persoons stond op het programma. Voor deze ontmoetingen was het handiger om per auto te gaan.
Na een ijzige start van de dag, brak toch de zon door en maakte het prachtige landschap dat langs ons zoefde, nog mooier. Ondanks dat het winter is, valt er volop te genieten van ons koude kikkerlandje. Een omploegde akker die gereed ligt om te worden bebouwd. Schapen diep weggedoken in hun wollen winterjas. Een schoorsteen op de boerenstee die een witte rookpluim de helderblauwe lucht in slingert. De bosrijke omgeving waarin Reusel ligt, is een rustpunt in het drukke Nederland. Het was genieten voor ons .
Keurig netjes op tijd drukten wij op de bel bij sobat Stef Duijvelaar. Gastvrij zwaaide de voordeur open en werden we binnengehaald door de nog kwieke 85jarige 2-6 R.I. sobat. Jassen en dassen werden aan de kapstok gehangen en we liepen door naar de warme, gezellige huiskamer.
Meteen viel ons oog op de kleurige foto op canvas in het midden aan de muur. Een aantal vrolijk uitziende kinderen kijkt ons blijmoedig aan. De kleinkinderen! Want de vier kinderen van sobat Duijvelaar zorgden voor een zevental prachtige kleinkinderen. Vol trots vertelde sobat Duijvelaar wie wie is en kregen wij per kleinkind een karakteromschrijving, schoolresultaten en toelichting op de sportieve aanleg. 
 
 
 
Opa Duijvelaar glunderde bij het laten zien van de vele tekeningen en foto’s van zijn nazaten. Na de intensieve verzorging en de dood van zijn lieve vrouw Cor in september 2010 spelen de kleinkinderen een heel belangrijke rol in zijn leven.
Wanneer sobat Duijvelaar bij de kleinkinderen oppast, is het echt een oppasopa. Denk maar niet dat hij zal slapen eer de ouders terugkomen. Al wordt het vier uur in de nacht! Klaarwakker en op zijn post! Op wacht is op wacht! Onder het genot van een kopje koffie (en koekjes voor Joop) komen de vragen en verhalen los. Hoe het met de gezondheid is. Daar is niets mis mee. De sobat fietst nog grote afstanden, onderhoudt zelf zijn huis, en schildert af en toe nog huizen. Vele jaren lang is Stef  Duijvelaar huisschilder geweest.                                                                            
Toch was het, tot verleden jaar september dan, jaren geleden dat Stef Duijvelaar naar een reünie is geweest. Enorm verdrietig en verontwaardigd was hij toen in mei 2010 de reeds geplande reunie10 dagen ervoor moest worden afgezegd door toedoen van andere zogenaamde sobats.
Hoe hij bij 2-6 R.I. terecht is gekomen? Via 1GBI.  Thuis het grote gezin, een vader op jonge leeftijd al overleden, een moeder die alleen het hele gezin moest onderhouden, het gaf de doorslag om zich aan te melden. Dan was er thuis gegarandeerd brood op de plank. In mei '45 zat Duijvelaar op zijn 19e al in Midlands Wusther, Engeland. Hij zou een opleiding krijgen in Sidney, Australie. Maar de rekruten werden niet toegelaten in Sidney en gelijk regelrecht doorgestuurd naar Malakka. Als soldaat-brenhelper bij de 3e compagnie maakte Stef Duijvelaar heel wat patrouilles mee. Zijn grootste vriend was het hondje Puk. Tijdens patrouilles was het brave beest altijd vlak aan de voet bij sobat Duijvelaar. Een echte waakhond en een makkertje.
Tijdens de laatste verkenningspatrouille was sobat Duijvelaar zo ziek van malaria dat hij moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Het zwart-witte Foxhondje is 17 kilometer achter de ambulance aangerent. Als er iemand blij was dat sobat Duijvelaar weer terug op de post was, dan was het Puk wel. Met luid geblaf en gejank van Puk werd de sobat begroet. Bij thuiskomst in Nederland had Stef Duijvelaar het vreselijk moeilijk. Met hulp heeft hij de draad weer opgepakt in Nederland. Maar het liefst was hij toch in Indonesië gebleven. Hij voelde zich daar meer thuis dan hier in Nederland. Zelfs nu nog.
Natuurlijk volgden nog veel meer verhalen, ook persoonlijke ervaringen van het leven na de T-Brigade. Gaandeweg tikte de klok aardig door. Gezelligheid kent geen tijd. Het was gewoon jammer om weer verder te moeten. Van sobat Duijvelaar hadden we de hele dag wel mogen blijven. Maar afspraak is afspraak. De volgende sobat wachtte ook al!
Na een hartelijk afscheid en drie dikke kussen vertrokken wij. Sobat Stef Duijvelaar, heel hartelijk bedankt voor een fijne visite. 
 
Hieronder het prachtige, gevoelige gedicht dat mevrouw Duijvelaar kort voor haar overlijden voor haar eigen rouwkaart schreef. Wij waren zo geraakt door de prachtige tekst, dat wij u deze niet willen onthouden.
 
 
Aan ieder die ik ken en liefheb,
 
En als ik ga,  
Terwijl jij hier nog bent  
weet dan dat ik verder leef
Achter een sluier voor jou verborgen
Je zult me niet meer zien
Maar heb vertrouwen.
Ik wacht op de tijd
Dat we weer samen kunnen  zijn
Ons van elkaar bewust.
Tot dan, geniet ten volle van het leven.
En als je me nodig hebt,
Fluister mijn naam dan in je hart,
……………en ik zal er zijn.
Cor.
 

 

De tweede sobat in Reusel.

Een wereldreis hoefden wij er niet voor af te leggen. Zoals u weet gaan wij zeer zuinig om met uw altijd welkome donaties. Binnen tien minuten na ons vertrek bij sobat Duijvelaar lieten wij de deurbel bij sobat Jos Persoons rinkelen.

In een uitnodiging aan het secretariaat n.a.v. de oproep voor bezoeken, in onze Sepatoe Roesak van december 2010, nodigde sobat Jos Persoons ons bij hem thuis uit op de koffie. Bovendien wilde hij ons graag het oorlogsmuseum laten zien waar hij als vrijwilliger werkt. In een zonovergoten huiskamer zaten wij met sobat Jos Persoons aan de koffie (met weer koekjes voor Joop) na eerst de nodige foto’s op de kast en aan de muur te hebben bekeken. Het waren o.a. een foto van de overleden echtgenote, een trouwfoto van zoon en een trouwfoto van kleindochter. Een achterkleinkind is onderweg, vertelde Jos trots.

 

Op de vraag hoe sobat Jos Persoons bij 2-6 R.I. terecht is gekomen, kwam een heel apart en eigenlijk uniek verhaal.

Hilvarenbeek. Daar groeide sobat Jos Persoons op. Tijdens beschietingen in ’44 werd zijn vader zwaar gewond. Het huis stortte deels in. Na vader uit de puinhopen te hebben gehaald en naar de schuilkelder te hebben gebracht, ging Jos Persoons op zoek naar hulp. Hij moest schuilen voor nieuwe beschietingen. Een granaatscherf miste hem op een haar na en belande vlak boven zijn hoofd in de muur (tot op heden zit deze scherf nog in deze muur). Hulp kwam voor vader te laat. Moeder bleef achter met 8 kinderen. Dit was de reden waarom sobat Jos Persoons zich op 23 juli ’45  aanmeldde als oorlogsvrijwilliger. Als kostwinnaar voor het grote gezin kwam hij op in Assen. Was ingedeeld bij Infanterie en werd brencarrierchauffeur. Vanuit Assen naar Sittard, klooster Leijenbroek. Van daaruit over naar Engeland, Wockingham. . Een belangrijke notabele uit Hilvarenbeek hoorde van zijn familiesituatie. Deze persoon schreef een verzoekschrift aan Hare Majesteit de koningin. Door inwilliging van het verzoek werd sobat Jos Persoons na 14 dagen teruggeroepen naar Nederland. Wel 2-6 R.I. dus , maar niet in Indië gediend. Uniek! Terug in Nederland verdiende sobat Jos Persoons als vrachtwagenchauffeur de kost voor het grote gezin. Met grote interesse heeft de nu 85jarigen Jos Persoons altijd het reilen en zeilen van 2-6 R.I. bijgehouden.

Na dit opzienbarend verhaal gevolgd door andere vertellingen was koffietijd voorbij en werd het tijd om naar het museum te gaan. Van Reusel naar Hoge Mierde was snel aangereden. Sobat Persoons drukte het gaspedaal flink in.  Nog steeds werden wij begeleid door een heerlijk winterzonnetje. De kou was echter nog venijnig. Vlug naar binnen. We kregen een uitgebreide rondleiding in het prachtig opgezette oorlogs-en verzetsmuseum

"De bewogen jaren 1939 -1950” .

Het was een collectie die begon op Jos Meulenbroeks zijn kamertje thuis. Maar het groeide snel uit tot een interessante  collectie opgesteld in een heus museum van formaat. Diorama’s met oorlogstaferelen, poppen in originele uniformen, wapens, munitie en gebruiksvoorwerpen. Documentatie, uitgebreide militaire fotopresentaties uit zowel Nederland (1940-1945),  Nederlands-Indie (-1950) en zelfs Nederlands Nieuw Guinea (-1962) worden getoond. Ook een uitgebreid informatiecentrum en bibliotheek is er aanwezig. De in Nederlands Indie gediend hebbende militair kan er menig herkeningsmoment beleven. Wij brachten er enkele uurtjes met Jos Persoons als vlot pratende en deskundige begeleider. Jos Meulenbroeks, de eigenaar van dit museum, is tevens lid van de vrijwillige brandweer maar je ziet hem ook weer in de cafézaal De Bijenkorf even verderop. Daar bracht Jos als eigenaar van de zaal ons een heerlijk bereidde maaltijd, gekozen uit een zorgvuldig samengestelde menukaart! De carnavalsvereniging druppelt er binnen om in een achtergelegen zaal te repeteren. De naam de Bijenkorf doet de cafézaal eer aan. Het is er een komen en gaan van mensen. Hoewel wij Reusel en Hooge Mierden  in ons hart hebben gesloten en zeer zeker ook de twee 2-6 R.I. sobats Duijvelaar en Persoons, was het toch weer tijd geworden om de aftocht te blazen! Het werk wachtte de volgende dag weer, dus voldoende nachtrust.

Sobat Jos Persoons heel hartelijk bedankt voor de gastvrije ontvangst en uw rondleiding door het museum! 

 

 

Uitvaartdienst sobat Theo J. Kemp.  

Op maandag 10 januari 2011 waren wij aanwezig bij de uitvaartdienst van sobat Th.J. Kemp (90).
De ironie van het gebeuren was dat wij via onze coördinator nazorg Marijke de Jong, juist het nieuwe overzicht van de te bezoeken sobats hadden gekregen. Op deze lijst stond sobat Kemp als eerste vermeld. 
De mededeling om hem in het ziekenhuis te bezoeken tijdens een van zijn nierdialyseochtenden had zij goed opgenomen op de lijst. 
Enige tijd geleden sprak ik met de heer Theo Kemp af hem inderdaad in het ziekenhuis te bezoeken tijdens een 
4 uur durende nierdialyse. Helaas liep alles anders, want  bijna op hetzelfde moment dat wij de bezoeklijst kregen, klepperde de brievenbus en het overlijdensbericht van sobat Theo Kemp lag bij ons op de deurmat. 
Niets is voorspelbaar, maar dit was werkelijk onvoorstelbaar. Besloten werd om toch sobat Kemp te bezoeken. 
Al was het dan nu tijdens zijn uitvaartdienst.

 

Familie, vrienden en genodigden werden ontvangen in de Meerkerk in Hoofddorp. Het kerkgebouw, met 700 zitplaatsen, was een prachtig omgebouwde aardappelschuur midden in de polder. Theo Kemp was lid van de Baptistenbeweging. In gesprek met talrijk aanwezige leden van de beweging kregen wij te horen dat Theo een trouw bezoeker van de diensten was. Op zondagen was hij als eerste aanwezig om de bezoekers te zien arriveren en maakte dan graag met iedereen een praatje. Daar genoot hij zichtbaar van. Zijn betrokkenheid was groot, evenals zijn bijdrage in de opbouw van de kerk.  De dienst, bijgewoond door zijn dochter Judith, schoonzoon Henk en de twee Colombiaanse kleinkinderen, familie, vrienden en bekenden, stond in het teken van het sterke geloof van Theo Kemp.

Tijdens de dienst sprak zijn kaartmaatje Joop over de vaste kaartavonden op donderdag met Theo. Het was een van zijn geliefde uitjes. Over zijn tijd bij 2-6RI en Indonesië kon sobat Theo Kemp dan graag en mooi verhalend vertellen. Zijn werk later bij de KLM als catering manager bracht hem over de hele wereld en was hij soms wel een half jaar weg van zijn gezin. Wat niet altijd even gemakkelijk was voor dochter Judith en haar moeder. Het heeft hen echter aan niets ontbroken.
 
Sobat Theo Kemp trouwde het Indonesische meisje op wie hij verliefd werd toen hij diende voor 2-6RI. In de functie als chauffeur op de waterwagen wist hij het gezin waar zijn “meisje” als enige vrije jonge vrouw tussen vele zussen op de vele kinderen paste, te voorzien van wat extra rantsoen water.

 

Na de dienst hebben wij namens de sobats van 2-6 R.I. aan de naaste familie de oprechte deelneming overgebracht. Dit werd door de familie erg gewaardeerd. Ook de belofte om het volgende boekje Sepatoe Roesak met de vermelding van het overlijden van sobat Theo Kemp toe te zenden aan zijn dochter Judith werd erg op prijs gesteld. We hebben de familie verteld dat tijdens de eerst volgende reünie van reünie- en nazorgcommissie 2-6RI T-Brigade, wij sobat Kemp zullen herdenken op dezelfde wijze zoals wij de overledenen afgelopen reünie hebben herdacht. Na het gesprek met de familie hebben wij afscheid genomen met een laatste groet bij de kist van Theo Kemp.

foto genomen in overleg en met toestemming de familie Kemp
 
De tijd. 
De tijd dat is een fenomeen.
Een fenomeen als anders geen.
De tijd heeft geen tijd.
De tijd gaat steeds maar door.
De tijd is nergens tegen.
De tijd is nergens voor.
De tijd gaat nergens heen.
De tijd is eenzaam en alleen.
Maar onze tijd aard gaat wel voorbij.
Dat geldt voor jou.
Dat geldt voor mij.
Maar dan komt voor ons een andere tijd.
Die wordt genoemd de eeuwigheid.

Theo Kemp.

Bezoek aan de familie Job Westerhof.

 
Aangezien wij na onze aanwezigheid bij de uitvaartdienst van sobat Kemp in de buurt waren van Amstelveen, trokken wij de brutale sepatoes aan en namen telefonisch contact op met sobat Westerhof. 
Wij hadden via Marijke,onze coördinator, verschillende adressen van sobats meegekregen die wij op deze middag nog zouden kunnen bezoeken. Sobat Westerhof is het laatst in Weert op een reünie geweest. Reden te meer om hen thuis op te zoeken.
De familie Westerhof was thuis en vond het fijn als wij bij hen langs zouden komen.

 

Een half uur later arriveerden wij bij de flat waar de heer Job Westerhof met zijn vrouw woont. Mevrouw Westerhof stond al te wachten op de galerij. Hartelijk werden wij begroet en de gezellige woonkamer binnengeloodst. We hadden een  lekker snoepertje meegenomen voor mevrouw en meneer Westerhof. Een prachtig uitzicht mag de familie Westerhof zich eigen noemen. 
Mevrouw Westerhof had net de ramen gezeemd, wij konden streeploos van het prachtige panorama van Amstelveen genieten. Later op de middag zagen wij nog de grote wilde roodbandparkieten die zich uitbundig te goed deden aan de pindaslingers op het balkon. Geweldig dat deze vogels hier in Nederland kunnen overleven.

 

De reden dat wij in de buurt van Amstelveen waren, de uitvaart van sobat Kemp, bespraken wij met de heer Job Westerhof. “Och, is hij overleden. Vandaar dat wij hem niet meer zagen hier”. Toeval? Job Westerhof kende Theo Kemp vanuit Indië maar ook van later bij de KLM waar ook Job Westerhof zijn loonzakje wist te vullen om zijn gezin te onderhouden. Regelmatig spraken die twee elkaar. Ook na de verplichte arbeidsperiode kwamen de twee sobats elkaar tegen in hun woonplaats Amstelveen. Jammer dat wij de droevige mededeling van het overlijden moesten overbrengen.

 

Onder het genot van een lekker kopje koffie ontspon zich een fijn gesprek met de heer en mevrouw Westerhof. Allereerst natuurlijk de vraag naar de gezondheid. Wij wisten dat beide echtlieden de laatste tijd enige problemen met de gezondheid hadden ondervonden en nog steeds ondervinden. Mevrouw Westerhof vertelt ons dat zij blij is dat ze nog zelfstandig kunnen wonen. Zo in deze flat is het goed te doen. Ze moet er niet aan denken om hier weg te moeten. Dit zou ook voor haar man Job niets zijn. Job heeft wat problemen met het geheugen na een zware TIA. Maar zo saampjes redden ze het nog best. Met de scootmobielen “scheuren” ze beiden nog naar de winkels in de buurt. Moeten zij verder weg, kunnen ze gebruik maken van de speciale vervoersaanbieder. Zo zijn ze niet huisgebonden. Ook zijn ze zichtbaar apentrots op de kinderen en kleinkinderen.

 

In de gezellige woonkamer is nog veel van de tijd in Indonesië terug te vinden. Als herinnering aan die tijd hangt een prachtige foto van Job in zijn uniform in een heel bijzondere lijst als pronkstuk aan de muur. Dit was bij zijn thuiskomst een cadeau van zijn ouders. Verder houtsnijwerk en schilderijen, heel veel boeken en video’s. En natuurlijk kwamen er de verhalen over zijn makkers en Indonesië. Job dacht na welke van zijn sobats nog in leven zijn.  De namen die hij zo wist op te noemen, konden wij voor hem nakijken op de meegebrachte ledenlijst. Helaas moesten wij toch vaak zeggen dat die sobats zijn overleden.
Sobat Job Westerhof begreep dit wel na het zien van de namen van overleden sobats in ons boekje. Want ook in huize Westerhof lag het boekje Sepatoe Roesak van de reunie- en nazorgcommissie 2-6RI T-Brigade zo voor het grijpen. Het was van voor tot achter uitvoerig bekeken en gelezen. “Boekje? Zeg maar gerust boek!” aldus sobat Job Westerhof. Opvallend is het, dat de meeste sobats eerst kijken wie van de jongens is overleden. Daarna wordt pas de rest van het boekje gelezen. Het Regiment dunt uit. Onomkeerbaar.

 

Sobat Job en zijn vrouw bleken vervent voetbalfans te zijn. Joop was helemaal in de gloria. Ieder had zijn eigen favoriete club, maar ach, dat mag de pret niet deren. “Hup wie er wint!”roep ik dan maar.
Hoe gezellig het ook weer is, er komt een tijd van opstappen. Vanuit de huiskamer kon mevrouw Westerhof ons melden, na een blik op de rijksweg, dat we eigenlijk al te laat waren om op te stappen want er was al een flinke filevorming. Handig zo’n meldkamer in de huiskamer.
Na een hartelijk afscheid met de gebruikelijke klapzoenen, maakten wij ons op voor de thuisreis. 
Door ongelukken eerder op de dag was het een chaos richting Rotterdam en hebben wij langzaam rijdend, na drie uren, eindelijk Hoogvliet bereikt.
De volgende dag belde meneer Westerhof ons op. Of ik een zwarte suède handschoen had verloren. Er lag er een op de galerij. Het verloren voorwerp was niet van mij, maar kijk, dat is toch enorm attent!
Familie Westerhof heel hartelijk bedankt voor de gastvrijheid en de koffie.

 

 

 

Bezoek sobat J.v.d.Corput
Aangezien de sobats die woonachtig zijn in of in de omgeving van Weert deze dag tot hun spijt geen bezoek konden hebben, werd , na het bezoek aan de van Phaffdag van de Limburbugse Jagers in Weert, op 19 november 2010 op de terugreis Breda aangedaan om sobat Jan van de Corput te bezoeken.
Sobat van de Corput was twee jaar niet meer op de reünie geweest vanwege zijn gezondheid. Hij had ons laten weten dat hij een bezoek heel fijn zou vinden.
Aangekomen bij de woning van sobat van de Corput zagen wij al dat wij reikhalzend werden verwacht. Gastvrij werd de voordeur geopend nog voordat wij de auto hadden stilgezet. Meneer van de Corput was naar mijn mening enige centimeters gekrompen nadat ik hem de laatste keer op onze reünie mocht verwelkomen. Hij beaamde dat.
 
Binnen brandde de kachel lekker en na gezamenlijk een kopje koffie te hebben gezet, gingen wij aan de grote tafel zitten. Een doos heerlijke snoepertjes werd aan sobat v.d. Corput overhandigt. “Dat zal best op gaan ”,  aldus vrolijke Sobat Jan.
Natuurlijk informeerden wij  naar de gezondheid van sobat v.d. Corput. Het is niet allemaal van een leien dakje gegaan in de loop van zijn leven qua zijn gezondheid.
Het heeft er tot meerdere malen om gespannen of Jan v.d. Corput wel zo oud zou worden als dat hij nu is. Gelukkig heeft zijn ijzeren wil en tijgermoed hem iedere keer weer behoed voor het “vervroegde afzwaaien”. Ondanks dat hij steeds meer moeite heeft met lopen, blijft sobat v.d. Corput o.a. ook nog steeds de was voor zijn zoon doen. Geweldig toch. En iedere zaterdag maakte sobat nog een stevige pan macaroni voor zijn zoon. Nu is dat helaas voorbij. Lang in de keuken staan is niet meer mogelijk.
Na het gesprek over de gezondheid kwam de hond Astor ter sprake. Sobat v.d. Corput mist zijn makkertje, zijn kameraad, nog iedere dag! Twee jaar geleden kwam zijn hond te
overlijden en sindsdien is een beetje de lol uit zijn leven verdwenen.
De huishoudelijke hulp is een grote steun voor hem geweest. Zij heeft hem na het overlijden van zijn hond er toch weer bovenop geholpen.
Sobat v.d.Corput die nog drie keer in de week zelf zijn boodschapjes doet, moet daarna wel goed rust nemen. Helaas loopt hij niet meer zoveel en zo goed als twee jaar geleden met zijn maatje.                                                                
Uiteraard kwam het gesprek ook op 2-6RI.
Ik heb enige tijd geleden nog een prachtige brief van sobat van de Corput gehad betreffende het tragisch sneuvelen van soldaat Kroon. Ik heb zijn verhaal al een tijdje op de website staan. Zichtbaar geëmotioneerd liet sobat v.d. Corput de tatoeage zien die Kroon op de arm van sobat van de Corput had gezet. Een tastbare herinnering aan een gesneuvelde makker van 2-6R.I.
Naar de andere makkers werd geïnformeerd en wie er nog op de reünie waren geweest en hoeveel leden wij nog hebben. Geduldig hebben wij alle vragen beantwoord. Ook hebben wij heel wat verhalen gehoord van sobat v.d. Corput. Over de kampongs, liefde, patrouilles, makkers en het hospitaal. Want ook daar in Indonesië bleef sobat v.d. Corput niet vrij van ziekte. Wij vervielen van het ene verhaal in het andere. Het een nog smeuïger dan het andere.
Niet alleen over zijn tijd in Indonesië kan meneer v.d. Corput smakelijk vertellen, zijn dagelijkse belevenissen liegen er ook niet om.
Wij hebben genoten deze middag evenals sobat van de Corput zelf, want hij zou ons graag de volgende dag weer op de koffie willen hebben. Helaas, werkzaamheden noodden ons het bezoek te moeten beperken tot deze dag. 
 
     
Tot onze grote verrassing werd ons bij het afscheid nog een donatie van   € 60,-euro gedaan voor de kas. Wij hebben sobat van de Corput verzekerd dat zijn bijdrage weer goed besteed gaat worden. Gezien de kosten van het verzenden voor dit boekje, kunnen we zeggen dat de donaties van harte welkom zijn.
Sobat Jan van de Corput, hartelijk bedankt voor de fijne ontvangst bij u thuis.

 

 

15 juni  2010. 

                     Bezoek aan sobat Looman en partner mevr.Overmans  en 

                                            bezoek aan meneer en mevrouw Dejong te Maastricht. 

 

Al snel nadat de Sepatoe Roesak van april 2010 was verschenen met de uitnodiging voor de reünie van 6 mei, belde mevrouw Overmans naar het secretariaat. Zij liet weten dat zij ernstig te val was gekomen bij een nachtelijke afdaling van de trap. Vanwege kneuzingen, schrammen en builen was het niet mogelijk om naar de reünie te komen.  Heel jammer natuurlijk.

Het geval wilde dat familie Dejong uit Maastricht gehoor aan de oproep in de Sepatoe Roesak van december had gegeven en twee treinkaartjes naar het secretariaat had gezonden.  Dit heeft u kunnen lezen in de Sepatoe Roesak april 2010. Familie Dejong heeft vanwege gezondheidsklachten de afgelopen twee reünies  niet kunnen bezoeken. 

Marianne hoorde dat beide families redelijk bij elkaar in de buurt woonden en trok al snel de conclusie dat een dubbel bezoek op een en dezelfde dag best mogelijk was. Na overleg met betrokken families werd besproken dat bij de een het eerste kopje koffie werd gedronken en bij de ander het tweede kopje koffie genuttigd zou worden. Zo gezegd, zo gedaan.

Vroeg uit de veren en op pad! Met de metro naar Station Rotterdam en dan sporen naar Maastricht. Overstappen in Eindhoven. Nederland, wat ben je toch mooi!  Landschap na landschap zoeft ons voorbij. Sommige plaatsen lijkt het alsof de tijd heeft gestaan, andere plaatsen wordt ijverige aan de nieuwbouw gewerkt. Maar verder en verder rijdt de trein. Maastricht. Mooi op tijd bij de familie Loomans. Meneer Loomans stond bij de deur al ons op te wachten! Wat een warm onthaal. In de zonovergoten woonkamer, genietend van een heerlijk versgezet kopje koffie  met een flink stuk slagroomgebak, kwam het gesprek al snel op de recente gebeurtenissen in het bestuur. Meneer Loomans was heel ontdaan hierdoor. ( Met hem vele andere sobats) en zag het voortbestaan van 2-6RI ten gronde gaan. Marianne en Joop vertelden hem dat het allemaal nog niet zo zwart was als het eruit zag en dat meneer Loomans snel wat meer van hen zouden horen. 

 

Mevrouw Overmans keuvelde er lekker op los. Het prachtige uitzicht dat zelfs tot in België toe reikte,  familiesituatie, de kinderen en kleinkinderen. Ook van de onfortuinlijke val van de trap en de nasleep daarvan werd ons uit de doeken gedaan. Een hele consternatie was het geweest. Buren in nachtgoed die op de schreeuw van mevrouw Overmans waren afgekomen. Huisarts die niet wilde komen kijken, maar diagnose via de telefoon wist te geven.   Joop probeerde ook nog even de voetbaluitslagen door te nemen met de heer Loomans. Ik geloof dat er geen fanatiekere voetballiefhebber dan Joop rond loopt!

Vanzelfsprekend kwamen ook de verhalen over 2-6RI ook los. Herinneringen, verhalen, namen en vragen, we hebben alles gehoord. De interesse naar het wel en wee van de andere sobats was ook hier weer groot. Veel wetenswaardigheden zijn weer uitgewisseld.  Ook hier blijkt weer dat het boekje zo gewaardeerd wordt. Helaas is door gezondheidsredenen het voor de familie Loomans ook moeilijk geworden om naar de reünie te komen.  Dit bezoek zo gezellig thuis werd daarom des te meer gewaardeerd. Meneer Loomans voelt dat hij steeds minder wordt. Ja, de jaren gaan nu hard tellen. Ondanks de lichamelijke beperkingen, zag het paar er goed uit. Dat mag ook wel eens gezegd worden. Het middel wat gebruikt wordt om er zo jong uit te zien werd niet prijs gegeven. Wij houden het op de liefde voor elkaar! Na een heel gezellige morgen, werd het toch tijd om weer verder te gaan. Na nog een stuk of wat foto's gemaakt te hebben, namen we afscheid. Op naar de bus. 

 

 

Het was een zonovergoten dag en daarom ook dubbelop genieten van alles wat we zo onderweg zagen. Alles zag er op zijn zon-dags uit. Halte Emmaplein, onze stop! Na netjes de weg zijn gewezen door een voorbijganger, stapten wij precies op de afgesproken tijd de hal binnen van het wooncomplex aan het Volksplein. Mevrouw Dejong kwam ons in het trappenhuis al tegemoet. Weer zo'n gastvrije ontvangst. Kwiek ging mevrouw ons voor. Meneer Dejong zat heerlijk in zijn comfortabele stoel ons op te wachten. We werden weer voorzien van versgezette koffie en oh oh Joop, weer met gebak. Een heerlijke punt Limburgse vlaai!! Hoe het moet met het trouwpak straks.???  

Nadat we eerst genietend ons kopje koffie dronken en meneer Dejong nog een beangstigende hoestbui kreeg omdat hij zich verslikte in een hapje lucht,  werd als eerste geinformeerd naar de gezondheid van onze gastheer en gastvrouw. Mevrouw Dejong is nog kwiek en bedrijvig. Meneer Dejong is wat minder na een val door,  naar alle waarschijnlijkheid, een kleine TIA. Maar er werd nog reikhalzend uitgekeken naar de verlening van het rijbewijs. 

Ook hier kwam meteen al de recente brief te sprake. De vele vragen die waren gerezen bij het lezen van de brief, kwamen nu ter tafel en werden door ons geduldig en duidelijk beantwoord en daar waar nodig was, uitvoeriger toegelicht.  De verontwaardiging werd naar mate meer en meer duidelijkheid in het geheel kwam, groter en groter. Ook hier waren meneer en mevrouw van mening dat door toedoen van bepaalde leden van het bestuur het nu wel afgelopen was met 2-6RI. Dat het onvoorstelbaar was dat er geen openheid in de financiële toestand van de kas werd gegeven en dat er absoluut geen sprake was van een democratische stemming. 

Toch hebben wij het gesprek naar een ander onderwerp gestuurd. Want het is niet leuk om steeds weer de mensen zo verontrust te moeten zien. Meneer en mevrouw Dejong hebben veel in het buitenland verbleven. Op plantages in Indonesie en Suriname. Veel souvenirs van die verblijven zijn nog in het huis te zien. Meneer Dejong kon kort en bondig vertellen en wist zo een mooi beeld te schetsen over zijn leven voor, tijdens en na 2-6RI. Mevrouw Dejong vulde op haar informatieve wijze  de verhalen aan. Toch bleef het gesprek weer herhaaldelijk terugkomen op 2-6RI. 

Hier werd weer gesproken over het boekje, want geloof ons maar, bij iedere sobat ligt dat boekje zo voor het grijpen. Dat er  iedere keer weer naar het boekje wordt uitgekeken en het met plezier gelezen wordt. De manier om op de hoogte te blijven van 2-6RI.  Wel vertelde Marianne dat zij wel graag nieuwe aanvoer van verhalen zou krijgen, omdat het wel eens moeilijk is om weer een goed gevuld boekje te maken. De voorraad aan ingezonden stukjes is op! 

                                           

Tja, en al is het dan nog zo gezellig, er moet toch een keer gedacht worden aan de terugreis. Zo een reis vanuit het Zuiden weer terug naar het Westen des lands is ook niet even aan te fietsen. Familie Dejong vond het niet leuk om op de foto te gaan, dit vanwege de vader van mevrouw Dejong. Haar vader was fotograaf en zij heeft een afkeer gekregen  om op de foto te moeten. Meneer Dejong wilde niet alleen op de foto, want hij was geen weduwnaar! Prachtig argument.  Meneer en mevrouw Dejong, bedankt voor de gastvrije ontvangst. 

 

 

Bezoek aan sobat G. de Groot in Vught.

Vandaag, 11 juni 2010 zijn we op bezoek geweest bij sobat Gerrit de Groot in Vught. Aangezien maanden geleden door de zgn. voorzitter , Verdonschot, was beloofd om bij deze sobat op ziekenbezoek te gaan, maar dat niet heeft gedaan, hebben Joop en Marianne  dus sobat de Groot opgezocht. 

Sobat de Groot zorgde voor een hartelijke ontvangst met zelfgebakken cake en koffie. Natuurlijk hebben wij over zijn gezondheid gesproken. Het herstel verloopt nog veel te traag naar de zin van sobat de Groot, maar hij is blij dat hij weer thuis is. Met hulp kan hij het nog best redden in zijn eigen flat. 

Met een hapje erbij hebben we de fotoalbums bekeken, wel drie stuks,  en de verhalen gehoord  die erbij horen. Zo is er heel wat geschiedenis van 2-6RI verteld. Ook hebben we de prachtige schilderijen bekeken die sobat de Groot zo enorm kunstig heeft geschilderd.  Menig familielid heeft een "echte de Groot "aan de muur hangen. Ook ik mag mij vanaf vandaag de trotse bezitter noemen van een heuse "de Groot" noemen. 

Natuurlijk werd ook over het voortbestaan van 2-6RI gesproken. Zeker nu het voor veel sobats steeds moeilijker wordt om aan de reünie deel te nemen, is het fijn dat er een bezoek wordt afgelegd. Wat ook verheugend is om te horen,  is dat het boekje Sepatoe Roesak ook zo graag gelezen wordt door de sobats. Joop wilde eerst niet geloven dat de sobats bij wijze van spreken al bij de brievenbus zaten te wachten voor het boekje. Maar nu  hij het zo van de sobats zelf hoort, is hij ook overtuigd dat het van groot belang is dat boekje blijft verschijnen.  

Gegevens zijn weer uitgewisseld over de sobats van 2-6RI. Wetenswaardigheden genoteerd. Lectuur te leen meegegeven. 

 

Weer  hebben we zo een heel fijne middag gehad, maar gezien het fileprobleem moesten wij ook rekening houden dat wij weer bijtijds richting Rotterdam moesten vertrekken.  Meneer de Groot, heel hartelijk bedankt voor de fijne ontvangst en we hopen dat u snel zult herstellen. 

 

 

bezoek aan 60 jarige huwelijksjubilaris Jo Princen 

 

Op 11 mei 2010 was het 60 jaar geleden dat sobat J.Princen uit Nijmegen het ja-woord gaf aan zijn bruidje.  Dit heugelijke feit werd in familiekring gevierd. Eerst thuis en later op de dag werd het bruidspaar bij hun dochter thuis geheel in de watten gelegd. Mevrouw Princen was net uit het ziekenhuis, herstellende van een longontsteking.  Dubbele feestvreugde in huize Princen dus. 

Hoewel het voormalig bestuur op de hoogte was gesteld van dit heugelijk feit is er door hen geen enkele ruchtbaarheid aan dit jubileum gegeven. Sterker nog, er was namens hen geen felicitatie gestuurd. Ook bleek  dat  zelfs de gebruikelijke donatie niet was overgemaakt. 
Het voormalig bestuur had kenbaar gemaakt dat zij op 11 mei wel  voltallig aanwezig zou zijn bij het 60jarig huwelijksfeest van Menno v.d. Wetering en zijn Elly.
Marianne en Joop hebben de nalatigheid van het voormalig bestuur goed gemaakt door het bruidspaar Princen wel te bezoeken en met de felicitaties ook een fleurig bloemenboeket gebracht. Marianne hoopt dat het voormalig bestuur alsnog de gebruikelijke donatie door een der twee penningmeesters aan familie Princen zal  laten overmaken.
 ( tot op heden, september 2011 is dit nog steeds niet gedaan.) 

                   sobat Jo Princen en vrouw met een klein deel van de nazaten.

 

 

Ook 60 JAAR GETROUWD!

Zoals u hebt gelezen in de voorgaande aankondiging, was sobat Princen niet de enige jubilaris. Menno v.d. Wetering en zijn nog steeds jeugdig ogend bruidje Elly mochten zich op 10 mei 2010 als diamanten echtpaar betitelen. 

Dat deze dag met een groot aantal sobats gevierd zou worden, was het bruidspaar zich in het geheel niet bewust. Met de kinderen een weekend naar Cochem Duitsland dat stond op het programma.

Zelf wilde het echtpaar deze dag voorbij laten gaan, maar de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen vonden dat dat niet kon. De viering van deze heugelijke dag vond plaats in het veteranenhuis "De Treffer"in Eindhoven.  

 

Samen met vele veteranen, familie en vrienden werd later op de middag genoten van een heerlijke rijstmaaltijd. Afgesproken was dat er namens het bestuur een cadeaubon werd overhandigd.  

De secretaris had een uitnodiging via het secretariaat en een persoonlijke uitnodiging ontvangen. Aangezien  zij  deze dag toch vrijgemaakt had om sobat Princen te bezoeken,  kon zij later op deze dubbele feestelijke dag ook het  bruidspaar van de Wetering haar persoonlijke en secretariële  felicitaties  overbrengen. 

 

 

 

Bezoek aan sobat  korporaal Arie v.d. Bos, 4-2-6 R.I.  in Den Briel.  

 

 

Op 22 april 2010 zijn Joop en Marianne op bezoek geweest bij de in Den Briel (Z-H) wonende sobat Arie v.d.Bos. Omdat sobat v.d. Bos een aantal treinkaartjes stuurde, maar er van Hoogvliet naar Den Briel geen treinverbinding is, stapten zij maar in de auto.  Aangekomen op de locatie die bereikt was volgens de TOMTOM, stond meneer v.d. Bos net zelf op de parkeerplaats zijn auto af te sluiten. 'Zet jullie auto maar op die plek daar', zei hij. 'Dat mag wel'. Na gewoontegetrouw eerst bij zijn dochter koffie te hebben gedronken ontving hij ons in zijn gezellig woning. 

Hij vertelde ons dat hij dit keer, na jarenlang niet de reünie bezocht te hebben,  het inschrijfformulier voor de reünie van 6mei 2010  ingevuld en al in de envelop klaar had liggen. Helaas, vanwege lichamelijke ongemakken was het voor sobat Arie v.d. Bos toch onmogelijk om nog naar de reünie te komen. Hij kijkt wel iedere keer weer uit naar het boekje omdat hij zo, via het boekje, op de hoogte blijft van de nieuwtjes van 2-6RI. Het is voor hem het enige en laatste contact. Hij is de redactie dankbaar voor de toezendingen.  

Tijdens het koffiedrinken hebben we fijn de foto's in zijn Indië -album bekeken, en wat voor foto's! Totaal andere foto's dan die ik tot nu toe heb gezien. Geweldig. Van de enthousiaste sobat v.d.Bos kregen we een formulier mee wat aan hem was uitgereikt in Indië. Het was zeer geheim! Het betrof een nota over twee sniperpatronen die er verschoten waren. Prachtig. Ik heb sobat v.d. Bos op zijn hart gedrukt, dat hij aan zijn nabestaanden heel duidelijk moet maken dat zo'n album een stuk historie is en het absoluut niet weggegooid mag worden.  

 

 

 

 

Al bladerend in het album en praten kwam ineens een verhaal waar een hospik in voor kwam. De naam was sobat v.d. Bos ontschoten. Tja en Marianne zou Marianne niet zijn als zij niet meteen met onze sobat hospik Guus Schouten  opnoemde. En ja hoor, Guus Schouten was het! Mooi natuurlijk. Marianne heeft na thuiskomst Guus Schouten gemaild en gevraagd of hij contact wilde opnemen met sobat v.d. Bos. Dat contact is inmiddels gelegd. Ook sobat Ad van Hooijdonk bleek nog herinneringen op te roepen bij sobat v.d. Bos en ook hij is gevraagd om weer eens contact te zoeken met sobat Arie.  Na nog het speciale 2-6RI-pennensetje aan sobat Arie te hebben  overhandigd, was het zoetjes aan tijd om op te stappen. Het vrijwilligerswerk van sobat Arie riep! Het was een bijzonder geslaagde visite en met de belofte dat we van de zomer zeer zeker nog een keer op de fiets langs zullen komen, werden wij uitgewuifd door een blijde sobat v.d.Bos. Het bezoek heeft hem enorm goed gedaan.

Na terugkomst bij de auto zat onder de ruitenwisser een gele bon: hier mag u niet parkeren, volgende maal zullen we u bekeuren! Goede politie daar in Brielle! 

 

 

bezoek aan Henny en Alie van Oosterhout.  † 15 maart 2011

Op 13 januari 2010 zijn Joop en Marianne namens het bestuur van 2-6RI alsnog in Beek op bezoek geweest bij het 60jarige bruidspaar Henny en Alie van Oosthout.

 

Hieronder een email van de dochter van Henny en Alie die bij het bezoek aanwezig was. 

Ik vond het heel fijn om jou en Joop te ontmoeten. Zoveel en zo vaak over je gehoord en wetende dat jij voor mijn ouders en met name voor mijn vader een heel belangrijk plaats in zijn leven inneemt was het voor mij ongelooflijk mooi om jullie te ontmoeten.
Ik weet dat mijn ouders genoten hebben en het zeer waarderen dat jullie al die moeite hebben gedaan om met deze barre weersomstandigheden helemaal de reis van Rotterdam naar het zuiden te ondernemen.
Ook ik was daar diep van onder de indruk. Nadat ik met onze honden gelopen had, heb ik nog gebeld of jullie een kop soep wilden komen eten, maar jullie waren helaas net weg! Jammer dat ik niet wist van jullie komst dan had ik voor het een en ander van eten gezorgd. Maar nogmaals het voelde heel goed om elkaar te ontmoeten en ik denk dat we nog heel lang hadden kunnen zitten praten.

 

 

Schilderij gemaakt door Henny van Oosterhout. Voor vele 2-6ers zeer zeker wel bekend beeld. 

 

bezoek aan familie Westerhof in Hoensbroek, september 2009

Aangezien Wietze en zijn vrouw Mientje Westerhof niet meer de reünie kunnen komen, is Marianne met haar Joop bij familie Westerhof op bezoek geweest. Onder het mom van ´u kunt niet meer naar ons komen, dan komen wij toch gewoon naar u. Onder het genot van een lekker kopje koffie is er heel wat gesproken over 2-6RI, de sobats en en natuurlijk ook  de nieuwtjes werden uitgewisseld. Foto's werden bekeken, de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen kwamen ook ter spraken en het computeren met de nieuwe laptop werd gedemonstreerd. Wij hebben enorm genoten van de hartelijke ontvangst. 

 

 

Bezoek aan sobat Poorte in Rijssen, augustus 2009.

Omdat sobat Poorte kampioen brekebeen is en weer eens in de kreukels zat, zijn Marianne en haar Joop maar eens polshoogte gaan nemen bij deze sobat.  Ook hier zijn Joop en Marianne heel hartelijk ontvangen door sobat Bart Poorte en zijn vrouw.  Er zijn in heel wat uurtjes heel wat afgekletst, de eigen teelt komkommers bewonderd, de zangkunst van de kanaries afgekeken, foto's en documenten bekeken.  Verscheidene documenten staan inmiddels op deze site. Na nog kennis te hebben gemaakt met de kleinzoon werd het toch weer tijd voor de terugreis. 

 

Bezoek aan Karel Eversen voor zijn 90e verjaardag. † 13 mrt 2010

Via familie Westerhof werd Marianne gewaar dat onze sobat Karel Eversen op 2 november 2009 zijn 90e verjaardag zou vieren. Zo'n monumentale gebeurtenis mag niet zomaar voorbij gaan, dus Marianne en haar Joop reisden vanuit het westen des lands naar beneden de rivieren om sobat Eversen een verrassingsbezoek te brengen. En een verrassing was het zeker. Alleen al het blij verraste gezicht van sobat Eversen, was de lange reis al de moeite waard. Met een bloemenhulde namens 2-6RI namen Marianne en Joop deel aan de gezellige middag die in het tehuis in Brunssum was georganiseerd voor de jarige sobat. Koffie met natuurlijk Limburgse vlaai kregen de vele bezoekers of te wel feestgangers. Een smakelijk onthaal.

 

Bezoek sobat Jan Wijers 

Sobat Jan Wijers was herstellende van een zware rugoperatie. Marianne en Joop zijn met een mooi boeket op pad gegaan naar Breda en werden door meneer en mevrouw Wijers onthaald met koffie en zelfgebakken koekjes. Alleen al daarvoor zou Joop zo nog een keer langs gaan.  Meneer Wijers is gelukkig  goed herstellend  van de operatie. Na een heel gezellig morgen werd het weer tijd om afscheid te nemen. Dat met de belofte om zeer zeker nog eens op bezoek te komen in Breda. Na instructies van meneer Wijers wat wij beslist moesten bekijken in het prachtige Breda konden wij zeggen dat het een zeer geslaagd bezoek is geweest. 

        Joop en Marianne met op de achtergrond de, door familie Wijers, zo geliefde kerktoren van Breda. 

 

Helaas waren voor het voormalig bestuur deze bezoeken niet zo belangrijk als deze wel voor de bezochte sobats waren. Er wordt door de rest van het bestuur geen geld meer uitgetrokken voor dit soort bezoeken.  Alleen bij hoge uitzondering en met toestemming van de rest van het bestuur zou een bezoek mogen worden afgelegd bij speciale gelegenheden als jubilea. En dan nog zou dat  gedaan moeten worden door een dichtbij wonend bestuurslid. 

Marianne en Joop hebben  voorgenomen om zich  niet door de rest  het bestuur te laten inbinden en zullen  doorgaan met het bezoeken van de sobats.  Zij zien in dat steeds minder sobats de reünie zullen bezoeken en daardoor het contact verliezen met 2-6RI. Door juist die sobats  op te zoeken, blijft de binding met 2-6RI. 

 

                                                       terug naar index