Zo maar wat herinneringen deel 3  juli t/m september '46

3 juli; Het begint a! goed. Piters vertelt mij juist dat ik vanavond om half elf op het bataljonsbureau moet verschijnen en dat kan maar één ding betekenen ; deelname aan een actie. Mijn veronderstelling bleek juist, want tijdens de bespreking werd medegedeeld dat morgen een grote zuiveringsactie moest worden uitgevoerd door vier compagnieën.
Het operatieterrein is nog niet door Nederlandse troepen betreden en er wordt hevige tegenstand verwacht. Onze compagnie moet Oost van de weg en vanaf de Gombel in Zuidwaartse richting oprukken en enkele kampongs zuiveren. Mijn peloton neemt de rechterflank en wordt aangeleund door 13 R 1. Uitkijken dus voor eigen vuur!!
Direct na het beëindigen van de bespreking liet ik de sergeant en de korporaals uit hun bed halen en sprak de actie grondig door, terwijl ‘s morgens om vijf uur de jongens werden gewekt en ingelicht. Daarna vertrokken we per auto naar de Gombel, waar we afgezet werden en de uitgangsstelling betrokken. Precies 08.25 uur overschreden wij de startlijn, de 2e sectie op de linkerflank, 3e sectie midden en wat vooruitgeschoven, de 1 e sectie op de rechterflank, mijn staf achter de middelste sectie. We volgden de hoofdweg naar Oengaran en alles verliep vlot. Reeds om 09.00 uur hadden we de kampong Ngesrep doorzocht en niets verdacht kunnen ontdekken.
Na even stelling te hebben genomen gingen we weer voorwaarts naar de grote kampong Srondol—Weten waar we onder hevig mitrailleur- en karabijnvuur kwamen te liggen, doch lieten ons niet weerhouden en renden, al schietend, voorwaarts en zagen een grote groep extremisten, gekleed in groene uniformen en met helmen op, in stelling liggen. Opeens viel Piet Jansen neer, met de kreet dat hij getroffen was. Hij stond echter weer op en hinkte weg. Piet bleek een schotwond in een voet te hebben opgelopen. Ik haalde de ziekenverzorger er bij die hem verbond en naar een greppel bracht.
De sniper die Piet verwond had, had daar niet lang plezier van want hij werd door de kleine (Dries) Smits, zowat doormidden geschoten, die daarna triomfantelijk de buitgemaakte karabijn boven het hoofd hield. Onze brens braakten vuur, daarbij geassisteerd door iedereen die een wapen had, behalve door mij want ik had vergeten mijn revolver te laden, iets wat ik wijselijk aan niemand vertelde. Ongelooflijk wat een vuurkracht een ontketend peloton heeft. De vijand raakte dan ook prompt in paniek, sloeg op de vlucht en was een prooi voor onze schutters. Ik telde zo al negen doden. Wij bleven de vijand achtervolgen, doch kregen geen noemenswaardig vuurcontact meer en om 10.00 uur konden we doorgeven dat de z. g. tweede fase, ons einddoel, bereikt was.
Via de radio werd echter aan onze compagnie doorgegeven dat de Stoottroepen N.O. van onze positie waren vastgelopen en wij ze moesten gaan ontzetten. Dat betekende dat wij onverwijld in Noordelijke richting terug moesten. De vijandelijke munitie die we buit gemaakt hadden en niet konden vervoeren, lieten we opblazen, dat was geen probleem.
Wel een obstakel bleek de alang—alang ( hoog rietgras ) want dat stond in brand en leverde bovendien een afschuwelijk tafereel op, aangezien de lijken van de door ons doodgeschoten extremisten daarin lagen te verbranden. Een mitrailleurschutter lag nog achter zijn wapen en staarde ons met zijn dode ogen vanonder half gesloten oogleden onschuldig aan. Een gruwelijk gezicht, maar het was hij of wij. Gelukkig hadden we geen tijd om daar verder over te piekeren want we moesten verder.
De compagniescommandant maakte m. i. toen een fout en zwenkte met de compagnie te vroeg naar het Oosten af . Gelukkig was dat niet van invloed op het verloop van het gevecht, aangezien even later het bericht binnen kwam dat de Stoottroepen geen hulp meer nodig hadden en wij konden terugkeren naar onze uitgangsstelling op de Gombel.
Piet Jansen bleek naar het ziekenhuis te zijn afgevoerd en maakte het, naar omstandigheden, redelijk goed, dat was dus weer een geruststelling.
Dodelijk vermoeid stapten we in onze truck die ons weer naar het vliegveld terug bracht, waarna het "gewone" leven weer zijn gang ging.
‘s Avonds schreef  ik aan mijn vrouw een kort briefje, waarin ik vermelde dat we een zware dag achter de rug hadden, doch er niets bijzonders was gebeurd.
Ik ben nog steeds niet helemaal bekomen van de belevenissen van gisteren en voel me stijf en geradbraakt Bovendien heb ik tijdens de actie een diepe schram van een centimeter of tien in mijn bovenbeen opgelopen nadat ik in een prikkeldraad was terecht gekomen. Laten we hopen dat de wond niet geïnfecteerd is.
Veel tijd om over gisteren te denken heb ik overigens niet want er zijn extremisten waargenomen in de kampongs aan de westzijde van het vliegveld. Veel goeds kunnen ze daar niet uitrichten, dus zullen we ze moeten verjagen.
De Mitchell leek ons het daartoe meest aangewezen wapen, waarbij ik werd aangewezen de kampongs aan te geven waar de vijand zich waarschijnlijk schuil hield. We hebben enkele duikvluchten uitgevoerd en onderwijl spuwden onze mitrailleurs vuur en schoten de piloot en de boordschutters op alles wat bewoog. Overigens verwacht ik van zo’n vlucht alleen maar een psychologisch effect, veel treffers levert zo’n actie m. i. niet op, de doelen zijn te klein, maar de vijand weet nu dat de Mitchell een geducht wapen kan zijn en men daarom beter op veilige afstand van het vliegveld kan blijven.
 
Het is inmiddels 6 juli en de laatste week die we op het vliegveld doorbrengen. Morgenvroeg verhuizen we naar Semarang en Nellis Smits is mijn spullen al aan het inpakken. Ondertussen heb ik een langdurig gesprek gehad met een van mijn korporaals. Hij is getrouwd en heeft een kind. Tijdens de oorlog werd hij uitgezonden naar Duitsland, zijn vrouw bleef inwonen bij haar ouders. Na de bevrijding kwam bij terug naar Nederland en ontdekte dat zijn schoonvader zijn vrouw buiten had gegooid wegens haar schandalig gedrag. Hij zocht haar toch op en men besloot het samen maar weer te proberen.
Op een nacht werd er echter gebeld en stond er een Amerikaan voor de deur, een vriend van zijn echtgenote. De korporaal ontstak in woede en wilde de Amerikaan met een bijl te lijf gaan, maar de rollen werden al spoedig omgekeerd, want de Amerikaan trok zijn revolver en werkte onze korporaal de deur uit, dit onder toeziend oog van de vrouw.
Scheiding leek hem de enige oplossing, maar zij wilde dat niet. Om toch aan haar te ontkomen besloot bij te tekenen als oorlogsvrijwilliger en kwam, na diverse omzwervingen, bij mijn peloton terecht. Ik heb hem toch maar in overweging gegeven om, terwille van zijn kind, toch nog eens te proberen wat er te redden valt. Ik geloof echter niet dat hij mijn advies ter harte zal nemen omdat, als dat verhaal juist is, er teveel gebeurd en kapot gemaakt is.
Onze compagnie is weer terug in Semarang
 
Vanmorgen, 7 juli, hebben we het vliegveld Kalibanteng voor onbepaalde tijd verlaten en de bewaking overgedragen aan een andere compagnie.
Wij worden belast met acties, patrouilles en bewaking van diverse objecten. Voor Piters breekt er een moeilijke tijd aan, aangezien de acties in compagniesverband worden uitgevoerd.
Ferd Nota, nog een Luitenant en ik, delen een grote slaapkamer en wij vinden dat we, na een maand in een tent te hebben doorgebracht, luxueus zijn ondergebracht.
Ook de jongens hebben voldoende legeringruimte ter beschikking hier in het voormalige Paleis van .Justitie.
Sjaak Fick en ik hebben inmiddels enkele jongens van mijn peloton bezocht, die in het Elisabethziekenhuis zijn opgenomen en hebben daarna met Ferd een bioscoopje gepikt. Ferd is ook een goede, betrouwbare collega, maar hij is een heel ander type en niet altijd even selectief in zijn woordkeus. Overigens moet ik hier opmerken dat ik absoluut niet tegen grofheden kan en ik op dit punt o. a. Hoogenraad en Sjaak aan mijn zijde tref, terwijl ik de indruk heb dat de jongens mijn benadering hogelijk waarderen.
Ik blijf hopen dat we eind dit jaar afgelost zullen worden. De vraag rijst echter, door wie?
De T- Brigade heeft nu al te weinig mensen, waardoor er b. v. niet eens aan verlof behoeft te worden gedacht. Eind dit jaar zullen er waarschijnlijk wel troepen ter beschikking komen van de A- Divisie, maar is hun aantal van die omvang dat daarna de oorlogsvrijwilligers kunnen worden afgelost? Bovendien moet zo’n divisie eerst ingewerkt worden en mogen we aannemen dat het extremisme in de loop van het jaar in hevigheid zal toenemen, derhalve de bestrijding meer troepen zal vergen.
 
Vorig jaar rond deze tijd vond de munitie ontploffing in de Frederik Hendrikkazerne te Vught plaats. Ik dacht er zojuist aan, waarom weet ik niet. Ik herinner me dat ik eerst niet wist wat er gebeurde.
Er liep bloed in mijn mond en ik dacht dat ik een ernstige hoofdwond had opgelopen. Het viel gelukkig mee al had ik mijn gehele gezicht vol scherfwondjes en bloedde ik als een rund. Erger was het gesteld met de twee jongens die zich bij de bron van de ontploffing bevonden. Van hen hebben we niets meer teruggevonden.
Vannacht ben ik officier van piket geweest, een taak die o. a. met zich mee brengt dat je verdachte huizen dient te controleren. In sommige kampongs lijkt het wel "klein Antwerpen”. De "dames" hebben om hun beroep te kunnen uitoefenen, een huisje ingericht en staan opgesteld bij een poort aan de ingang van de kampong De huisjes, dat dient gezegd te worden, zijn netjes ingericht. De kosten bedragen, volgens onze militaire politie, f. 20,—— per nacht.
Een soldaat, niet van ons bataljon, troffen we in een van de huisjes aan en werd door de M. P. op de bon geslingerd. Hetzelfde lot onderging zijn buitenwachtende vriend.
Je kunt je natuurlijk afvragen waar wij ons mee bemoeien, maar het gaat hier om verboden kampongs en grieten die gewoonlijk besmet zijn.
 
Het is nu vijf uur in de namiddag van de 10e juli en  ik moet iets verschrikkelijk gaan beschrijven, Sjaak Fick en kapitein Veldman zijn n.l. dood. Sjaak en Veldman moesten vanmorgen met de Mitchell een verkenningsvlucht meemaken.
Het vliegtuig werd beschoten en een granaat trof de neus van het toestel en vervolgens Sjaak, midden in zijn borst. Hij was onmiddellijk dood. Doordat de granaat ontplofte werd Veldman getroffen door het sluitstuk van de in de neus van het vliegtuig opgestelde mitrailleur en overleed even later. Beiden waren dood voor het vliegtuig landde en niemand wist op dat moment wat er precies gebeurd was, pas daarna deed men de gruwelijke ontdekking
Ik kon het eerst niet geloven en begrijpen;  Sjaak dood. De man waarmede ik de bezetting had beleefd en overleefd, de man die mijn rechterhand was toen ik commandant was van de Binnenlandse Strijdkrachten in Oosterhout, de man die ik als vriend en kameraad hogelijk waardeerde en op wie ik steeds en nooit tevergeefs een beroep kon doen.
Arme Sjaak, arme vader en moeder. Verschrikkelijk als ze in Oosterhout het bericht zullen horen dat hun jongste zoon is gesneuveld. Gelukkig heeft Sjaak niet geleden en was hij, voorzover ik dat kan beoordelen, klaar om de grote reis aan te vangen.
Arme Veldman, vader van zeven kinderen. Arme vrouw en kinderen.
Gisteren ben ik met hem nog naar de bioscoop geweest, vanmorgen hebben we samen ontbeten. Waarom moet zoiets gebeuren en waar zijn we feitelijk mee bezig?
Ik heb ze vanmiddag nog even gezien. Heel vredig lagen ze daar met een ontspannen uitdrukking op hun gezichten, alsof ze sliepen. Zij hebben de strijd gestreden en zo te zien gewonnen.
In de loop van de middag hebben we ze begraven op het militair kerkhof in Tjandi. De Oosterhoutse jongens vormden de erewacht en ik legde  namens hen een krans op het graf van Sjaak, onze eerste dode uit Oosterhout. Een dode die, theoretisch, evenals Veldman, de minste kans had om te sneuvelen omdat hij niet aan het front behoefde te opereren maar zijn werk in het veilige Semarang had.
Een dode die ik nooit zal vergeten en die mij, typisch genoeg, een week voor hij sneuvelde, zei dat als er ooit iets met hem mocht gebeuren ik eerst een telegram moest sturen aan zijn broer Noud, die kapelaan is in Baarle—Nassau. Zou Sjaak zich gerealiseerd hebben dat "ooit" vandaag zou zijn?
 
11 juli; In verband met de dood van Sjaak en Veldman, is mijn peloton vrijgesteld van patrouille. 1k heb een brief aan de ouders van Sjaak geschreven over zijn prachtig karakter, zijn kameraadschap, pijnloze dood en klaar zijn voor de dood. Je weet niet wat je moet schrijven, misschien heb ik de verkeerde woorden en zinnen gebruikt, maar ik hoop dat ze weten dat wij met hen meeleven en voelen en Sjaak, gezien vanuit onze katholiciteit, zijn bestemming heeft bereikt.
Vandaag heb ik ook de spullen van Sjaak ingepakt en klaargemaakt voor verzending naar huis. Ellendig als je al die bekende dingen ziet en weet dat de man waarvan ze waren er niet meer is en ze straks uitgepakt zullen worden door zijn vader en moeder en de enige tastbare herinnering zullen zijn van Sjaak.
 
Voor ons gaat het leven verder en vandaag 13 juli hebben we onze eerste actie in compagniesverband achter de rug. De opdracht was het zuiveren van de ( voor mij beruchte ) kampong Klampisan. De actie verliep niet zoals wij gewild hadden.
Reeds noordwestelijk van Klampisan kwamen we onder vuur te liggen doch konden door een droge sloot oprukken. Terwijl wij voorwaarts gingen hoorden we mortierinslagen en kregen ook. vanaf een heuvel, mitrailleurvuur. Onze mortier bracht de vijandelijke mitrailleur echter tot zwijgen, waarna het 3e peloton zich bij ons kon voegen en wij gezamenlijk de kampong zuiverden.
Met mijn peloton in rugdekking gingen we daarna de afgesproken weg terug. Ondertussen bestookte onze artillerie een der heuveltoppen van Klampisan omdat daar de vijand was waargenomen en een mortier in stelling trachtte te brengen.
Blijkbaar met succes want de mortier kwam niet in actie en ik dacht dat we ook deze keer zonder slachtoffers onzerzijds, Klampisan achter ons konden laten.
Het tegendeel bleek echter waar. We hadden zelfs een dode en wel soldaat van Pol, die door een mortiergranaat was getroffen en onmiddellijk gedood. Dat was de derde dode in één week. Ik snap de oorlogsvoering hier in Semarang niet. Waarom maken wij voor een actie niet meer gebruik van onze artillerie, mortieren en tanks ? Iedere actie moet m. i. worden ingezet met een hevig artillerie—, mortiervuur en pas daarna moet de infanterie in actie komen, restanten opruimen en kampongs zuiveren.
We krijgen aanvulling bij ons bataljon en wel van 9 R I. Het zijn oorlogsvrijwilligers afkomstig uit de omgeving van Assen en ik ben benieuwd of zij zich zullen kunnen aanpassen aan de Brabanders en Limburgers en uiteraard omgekeerd.
Ik ben blij dat deze ellendige week bijna achter de rug is en ik schrik nog iedere keer als ik me realiseer dat Sjaak Fick en Veldman dood zijn.
 
Voor Jacq Fick, in trouw gedenken.  
Hen die je vonden maakte je tot vrienden
Gedrongen in hun geestdrift naar je koel  
beleid en strakke opgang naar het doel,
 met eerlijk willen wist je hen te binden.
 
Jij waart rust bij 't angstige gewoel,
van stillen strijd door de gelijk gezinden ;  
en langs je glimlach wisten ze te vinden,
De warmte van je hartje meegevoel.
 
Je hebt je jonge lichaam veil gegeven
 voor plicht en roeping, deed het hoogst bod  
en, vallend, werd je vaan in top geheven  
Je glimlach keerde niet het dodend schot  
Maar in je offer blijf je verder leven  
Voor ons je vrienden, voor je land,  voor God.  
 
Joop Hoven.
Vandaag stond er nog een stukje over hen in "De Tijger", Het is waarschijnlijk geschreven door kapitein Brok want er werden bijzonderheden vermeld uit de tijd dat Sjaak bij de Binnenlandse Strijdkrachten in Oosterhout was.
Indirect werd ik er ook nog in genoemd. Ook van Veldman werden gegevens vermeld uit de periode dat hij commandant in Geertruidenberg was. Een zeer sympathiek stukje.
 
Een van onze (getrouwde) officieren heeft "vaste verkering" met een tante uit Semarang, zo vast zelfs dat hij met haar wil gaan samenwonen. Iedereen valt het echter op, dat zij zeer aan het uitdijen en kennelijk in verwachting is. Aangezien hij pas een paar weken met haar optrekt mag aangenomen worden dat hij hier part nog deel aan heeft en haar gezegende toestand door een voorganger van onze man, is veroorzaakt. Dat zou, volgens de geruchten, een Engelsman zijn, waaruit dan weer blijkt dat het onderhouden van internationale betrekkingen ook niet alles is, en zeker niet voor vrouwen.
Ferd Nota heeft de laatste dagen weer erg veel last van zijn gal, waarschijnlijk zit er een steentje in de weg. Als hij die klachten blijft houden dan kan het wel eens gebeuren dat hij niet bij onze compagnie kan blijven, want wij moeten volledig inzetbaar zijn. Laten we hopen dat het meevalt.
Ik ben weer eens een keertje officier van piket geweest en heb gisterenavond een lang gesprek gehad met "rooie Piet". Het gerucht gaat dat hij vervangen wordt. Hij valt in de persoonlijke omgang toch wel mee en blijkt gevoeliger te zijn dan ik dacht. Ik was tijdens de begrafenis van Sjaak en Veldman n.l.. zijn adjudant en had gemerkt dat ook hij zijn tranen niet kon bedwingen, wie kon dat trouwens wel?
Vanmiddag hadden wij een lezing van de Regeringsvoorlichtingsdienst. Hij kletste maar een eind weg, deed zeer gewichtig en verklaarde dat volgend jaar september alles weer koek en ei zou zijn in Indië. Wat een optimist, want de toestand wordt steeds ongeregelder.
Sjahrir trekt niet langer aan de touwtjes en het is nu weer Soekarno die het heft in handen heeft. Overigens krijgen wij geen inzicht in de feitelijke situatie en de wijze waarop men militair de zaak wil oplossen. In Batavia zouden b. v. 50 vliegtuigen gestationeerd zijn, doch niet ingezet mogen worden. Onze mariniers beschikken in Soerabaja over tanks en vlammenwerpers, zo zegt men, maar mogen die evenmin gebruiken teneinde te voorkomen dat de Indonesiërs geprikkeld worden. Wat moetje daar nu mee?
En wat moet je denken van het feit dat onze uitrusting van dien aard is dat we over onvoldoende sokken beschikken en het voorkomt dat jongens met bloten voeten in de schoenen terugkomen ? Onbegrijpelijk dat dit in deze tijd nog mogelijk is.
Welke klungel is daar verantwoordelijk voor?
 
De jongens van 9 R. I. zijn gearriveerd en twee officieren, een van 27 jaar en één van 40, hebben zich in onze kamer geïnstalleerd. Die van 40 is gescheiden en maakt zich nu verdienstelijk door te stellen dat zijn voorkeur uitgaat naar "lndootjes" omdat ze veel liever, aanhankelijker en spontaner zijn dan de Hollandse meisjes en vrouwen.
Dat belooft wat voor de toekomst.  Mogelijk doet hij stoer als compensatie voor wat hij met zijn vrouw heeft meegemaakt. De toekomst zal het uitwijzen.
Ondertussen gaan de patrouilles door en vandaag, 17 juli,  zijn we weer op pad geweest. Ik voel me nog geradbraakt en ontzettend moe. Het betrof deze keer een brigadeactie o.l. v. de brigadecommandant. Onze compagnie had, voor oningewijde althans, een gemakkelijke opdracht n.l. het zuiveren van kampong Wringinwok, bij Klampisan. Mijn peloton genoot, voor de zoveelste keer, de eer om de spits te mogen afbijten. Amper een paar honderd meter op weg hoorden we een vreselijk gehuil; de vijand. Men had stelling genomen op een heuveltop bij Talang en gaf een adembenemend zuiver gericht vuur af. Gelukkig bevonden wij ons in een droogstaande sloot en hadden daarin een uitstekende dekking. Ik liet bren— en mortiervuur afgeven, doch de vijand hield stand, waarbij ik ternauwernood aan de dood ontsnapte toen het mitrailleurvuur op mij werd gericht maar ik, juist bijtijds wegdook terwijl het zand achter mij opstoof van de treffers. Tot overmaat van ramp schoot de vijand de alang—alang in brand en kon ik geen verbinding krijgen met de compagniescommandant om mijn positie door te geven. Desondanks besloot ik op te rukken naar ons einddoel; Wringinwok.. De brand verspreidde zich achter ons van heuvel tot heuvel en onze weg terug was afgesneden.
 
De troepen van 13 R I. waren blijkbaar ook op hevige tegenstand gestoten want zij bevonden zich nog steeds ten noordwesten  van onze positie, dus schuin achter ons.
Ten westen van Klampisan kwamen we onder hevig vijandelijk geweervuur te liggen waardoor een van mijn soldaten, Henk v. h. Geloof, in een knie werd getroffen. Hij werd naar een wat veiliger plaats afgevoerd en verbonden. Ondertussen nam het peloton stelling en beantwoordde het vijandelijke vuur, waarbij wij in een zeer ongunstige positie verkeerden aangezien wij lager zaten dan de vijand, iets wat je steeds moet trachten te voorkomen, doch wij hadden geen andere keus. Wij konden de toestand niet onder controle krijgen en ik besloot het reserve peloton te laten inzetten. Helaas konden we via de radio geen verbinding krijgen met de compagniescommandant. Ook het verplaatsen van de radioset leverde geen resultaat op. We moesten dus ons zelf zien te redden en maar naar bevind van zaken handelen.
13 R 1. opereerde nog steeds schuin achter ons en er bestond gevaar dat zij de vijand in onze richting zouden terugdrijven, wat we op dat moment zeker niet konden doen omdat we onze handen vol hadden aan de vijand vóór ons. Een andere bedreiging was de brandende alang— alang. Het vuur kwam n.l.. steeds dichter in onze buurt. Ik moest iets doen om uit de impasse te geraken en besloot eerst Henk v. h. Geloof in veiligheid te laten brengen en vervolgens alsnog te trachten Wringinwok te bereiken Het eerste gelukte, het tweede werd ons belet door de vijand en het vuur en er zat niet anders op dan over te gaan tot het uitvoeren van onze tweede opdracht n.l.. het bezetten van een heuvel bij Talang. Dat lukte, de brand was daar inmiddels uitgewoed en de beklimming leverde geen problemen op, of het zou moeten zijn dat we nog één vijand aantroffen die door Dick Polak werd gedood. Op de heuvel kregen we contact met 13 R I. Veel te laat en ik vraag me af waarom zij niet sneller hebben kunnen oprukken.
Mogelijk heeft hier het voor hen volkomen onbekend terrein een rol gespeeld. Overigens ben ik niet kapot van dit soort gecombineerde acties en zeker niet als er troepen zijn die schuin achter je moeten opereren. Je hebt dan steeds de angst dat zich situaties kunnen voordoen, waarbij je onder vuur van eigen troepen kunt komen te liggen. Dat zou de eerste keer niet zijn. Voor ons was de actie afgelopen toen een ordonnans kwam mededelen dat we naar onze uitgangsstelling konden terugkeren. Ik vond het verloop van de actie niet erg bevredigend. We hadden immers het einddoel,  waarnaar we ons volgens opdracht „onverwijld“ hadden moeten begeven, niet kunnen bereiken en bovendien een mannetje verloren, want Henk zal wel blijven uitgeschakeld zijn.
Het wordt zo langzamerhand tijd dat Piters een ander peloton gaat aanwijzen om de vuilste opdrachten uit te voeren. Ik zal blij zijn als we deze actiemaand achter de rug hebben en verder geen verliezen meer lijden.
Normaal gesproken hebben we echter nog twee grote acties voor de boeg, en kan er nog van alles gebeuren.
 
We hebben inmiddels een nieuwe aalmoezenier gekregen, een nog jonge uit Amsterdam en opgeleid bij de paters in Kaatsheuvel. Hij houdt van een borreltje, kan soms zeer uitbundig zijn, maar kan ook met een nuchtere opmerking iemand op zijn nummer zetten. Voor ons, plattelanders, is het even wennen aan zo’n type maar dat zal, wat mij betreft, wel lukken.
Ook de nieuwe officieren zijn al aardig ingeburgerd, doch missen in het veld nog de nodige ervaring, wat ook het geval is met de jongens van 9 R 1. die bij onze compagnie zijn ingedeeld. Ze zullen het echter wel leren.
 
Vandaag hoorde ik dat een van onze officieren, een le luitenant, is gedegradeerd tot 2e luitenant en overgeplaatst naar Batavia. Rare zaak. omdat hij, voorzover ik na kan gaan volkomen vrijuit gaat. Het schijnt dat hij aansprakelijk is gesteld voor fouten in de administratie die zijn voorgangers hebben gemaakt. Hij had de administratie pas veertien dagen geleden overgenomen en was doende de fouten te corrigeren. Ik neem aan dat de bataljonscommandant het niet zal nemen en zal trachten alles nog terug te draaien. Laten we voor Lex hopen dat het lukt.
Tussen de actie door heeft mijn peloton het vrij rustig. Momenteel zijn ze officieel aan het corveeën. Ik zal maar niet gaan kijken want ik vrees dat de meeste op hun krib een sigaretje liggen te roken. Dat mogen ze van mij omdat ik weet dat ze eerst de kazerne piekfijn hebben opgeruimd. Over het algemeen houden de jongens zich goed, al zijn er ook die dingen doen waarvan ze later veel spijt zullen hebben. In de loop van de maanden is ons bataljon n.l. geconfronteerd met geslachtsziekte die vooral bij verwaarlozing zeer ernstige gevolgen kan hebben en levens kan verwoesten.
Intussen zijn ze in Malino weer over Indië aan het confereren. Wij hopen op een gunstig verloop waardoor we weer een stapje verder komen bij de pogingen om tot overeenstemming te komen. Ik dacht niet dat Nederland Indië zonder meer zal opgeven omdat wij zonder Indië een onbeduidend landje zullen worden dat internationaal niet meer meetelt Het is echter een politieke zaak waarbij ook Engeland en Amerika betrokken zijn en waarvan het eindresultaat in feite niet te voorspellen valt.
 
Woensdag 24 juli; Vannacht om half drie waren we al uit onze bedden teneinde voorbereidingen te treffen voor deelname aan een grote actie, waarbij zes compagnieën van verschillende bataljons betrokken waren. De actie vond plaats in het vak van 13 R. I. en wij hadden ongeveer dezelfde taak als bij de actie waarbij Piet Jansen gewond werd.
We vertrokken vanaf de Gombel en stootten onmiddellijk op tegenstand, doch lieten ons niet weerhouden en gingen, al vurend, voorwaarts. De vijand hield niet lang stand en sloeg op de vlucht met achterlating van drie doden. Verder deden zich geen noemenswaardige problemen voor en we bereikten de kampong Srondol—Weten waar we stelling namen, waarbij het mij opviel dat de compagniescommandant van plan was ons front te laten maken naar het Noorden, dus met onze rug naar vijandelijk gebied, in plaats van naar het Zuiden. Ik maakte hem op zijn fout attent, een onbegrijpelijke fout voor zo’n oude rot
Nu moet ik bekennen dat ook ik problemen heb bij het bepalen van de richting en de neiging heb het Noorden met het Zuiden en het Oosten met het Westen te verwarren; een soort spiegelbeeldeffect dus.Ik schrijf dit toe aan het feit dat wij ons hier op het Zuidelijk halfrond bevinden. Een andere verklaring heb ik daar niet voor en misschien zit ik er volkomen naast en is er iets mis met mijn richtingsgevoel, maar als dat laatste zo is dan hebben anderen daar blijkbaar hier ook last van.
Terwijl wij stelling namen, kregen we per radio bericht door dat we een, Noord—Oost van ons opererende compagnie, van 7 R I. moesten ontzetten, aangezien die op hevige tegenstand was gestoten. Alvorens wij echter die compagnie konden bereiken, kregen we bericht door dat men de toestand weer meester was, zodat wij niet meer behoefden te worden ingezet.
Later hoorden we dat deze compagnie de actie had moeten bekopen met 1 dode en meerdere gewonden, terwijl ook 13 R I. een zwaar gewonde te betreuren had.
Bij dit soort acties vallen er aan onze kant steeds slachtoffers en ik vraag me nogmaals af of we dit niet kunnen beperken door tijdig de Mitchell in te zetten of onze artillerie, al was het alleen maar als afschrikwekkende wapens. Van de andere kant is het natuurlijk zo dat je in principe moet voorkomen dat je onschuldige kampongbewoners treft.
Wellicht zouden we ons kunnen beperken door alleen de door bewoners verlaten en door extremisten bezette kampongs onder vuur te nemen.
Over onschuldige kampongbewoners gesproken; wij hebben de indruk dat de doorsnee kampongbewoner helemaal niet wil vechten en ook niet tegen ons is. De Javaan is van nature geen vechtersbaas en het zijn dan ook voornamelijk jongens van nog geen twintig jaar, die door de Jappen verpest zijn en nu misleid worden door Soekarno, die naar de wapens grijpen. Soekarno, de man die de samenwerking tussen Nederlanders en Indonesiërs in de weg staat. Sjahrir is veel gematigder, maar heeft onvoldoende macht en invloed om de groep Soekarno te overwinnen en het ziet er dan ook naar uit dat Soekarno de eerste dictator over Indonesië zal worden. Er is echter nog een andere figuur waar mede rekening gehouden dient te worden en wel Tan Malakka, een rasechte communist, opgevoed in Nederland en communistisch geschoold door de Russen. De tijd zal uitwijzen welke invloed Tan Malakka op het gebeuren zal kunnen uitoefenen.
Piters kan de spanningen, waaronder wij als actiecompagnie moeten leven, zeer moeilijk verwerken. Hij trekt zich alles te veel aan, kan te weinig afstand nemen en is veel te bang dat hij fouten maakt. Ik heb het al meer geschreven; hij is een goede vent maar geen leider. Overigens behoeft hij zich geen zorgen te maken. Gezamenlijk redden wij het wel, dat hebben de gevoerde acties overduidelijk uitgewezen.
Met de aan onze compagnie toegevoegde officieren gaat het prima en vooral de oudste is zeer gevat en kan het uitstekend vinden met de jongens van mijn peloton.
Minder goed gaat het met "Rooie Piet" en de geruchten dat hij zal worden vervangen en overgeplaatst, nemen in hevigheid toe. "Men" zegt dat hij bij de krijgsraad zal worden ingedeeld. Zou kunnen, want hij is jurist en zijn capaciteiten zouden daar ongetwijfeld beter tot hun recht komen dan bij de infanterie.
Hij zou wel de vijfde officier zijn die ons bataljon verliest. Sjaak en Veldman zijn dood, terwijl Hoogenraad en Walraven overgeplaatst zijn.
Het valt op dat er zo weinig over Sjaak en Veldman gesproken wordt. Iedereen heeft blijkbaar meer dan genoeg aan zichzelf.
Mijn peloton wordt waarschijnlijk belast met de bewaking van een krachtstation en een sluis. Een gemakkelijke taak, al vrees ik dat de jongens last zullen krijgen van grieten uit de minder gunstig bekend staande kampongs gelegen bij de te bewaken objecten.
 
Vanmorgen, zondag 28 juli, ben ik naar de kerk geweest en heb daar een preek moeten aanhoren over reinheid en onreinheid. Waar maakt onze katholieke geestelijkheid zich feitelijk druk over; iedereen weet drommels goed wat hij doen en laten moet.
Mijn plannen om vanmiddag naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken werden doorkruist door de opdracht paraat te blijven en eventueel via de radio berichten door te geven aan een van onze patrouilles. Deze patrouille stond onder leiding van “Den ouwe” zo genoemd omdat hij de oudste (40 jaar) luitenant is en kan bogen op een enorme kale kop. Hij wordt daarmee nogal geplaagd en vanmiddag had ik hem ook weer te grazen toen hij, via de radio, vroeg of er nog bijzonderheden waren. Ik antwoordde: “Nee, alleen moet je je pet ophouden anders zien de extremisten dat je een kale kop hebt”.  Flauwe grap!!
Hij is ook de man die gekleurde verhalen over vrouwen die hij in de loop der jaren "versierd" heeft. Overigens heb ik in Semarang nog niets van zijn capaciteiten op dit gebied kunnen ontdekken. Ik mag hem wel, evenals Piet Ham, ook een nieuweling.
 
Vannacht, 31 juli, was het om drie uur reveille, aangezien er een grote actie diende te worden uitgevoerd, waarbij ook onze compagnie een taak was toebedeeld.
Piters had mij gisterenavond heel laat, de opdracht verstrekt, waarna  ik deze grondig had doorgesproken met het kader. Van slapen is er daarna niets meer gekomen. Dat is niet vreemd want voor een actie slaap ik nooit omdat ik veel te gespannen ben.
De actie vond plaats in de sector van 2 - 7 R I. en stond onder leiding van de commandant van dat onderdeel.
Veel vreugde heeft hij daaraan niet beleefd want hij werd vrij kort na het inzetten van de aanval zwaar gewond, waarbij het mij niet zou verwonderen als hij door eigen geweervuur werd getroffen.
De situatie was zeer verward en onoverzichtelijk en we liepen, bijna als blinden, de vijand tegemoet.
Een of andere idioot had n.l. deze actie naar Demak, dus in oostelijke richting, gepland op een tijdstip waarop de zon pleegt op te komen. Je bent volkomen verblind en een willig doel voor de vijand.
Naast de majoor Vos werden er ook nog enkele soldaten gewond, waaronder een van mijn mensen, de soldaat Luijsterburg, die splinters in een arm en een been opliep. Gelukkig niet ernstig, maar hij zal geruime tijd uitgeschakeld zijn.
De tegenstanders waren zeer fanatiek en we moesten zelfs de hulp inroepen van onze artillerie. We maakte een lichte mitrailleur buit na de bijbehorende man doodgeschoten te hebben en waren deze keer meer dan 10 kilometer doorgedrongen in vijandelijk gebied. Feitelijk zegt dat weinig want na een actie trekken wij weer terug op Semarang en keert de vijand terug om ons opnieuw lastig te vallen. Deze wijze van bestrijden van het extremisme is weinig zinvol en het wordt tijd dat we uitbreken en de zaak onder de voet lopen.
Onze actieperiode zit er nu op en we gaan voor twee maanden op detachement, zoals ze dat noemen. Daar krijgen we hopelijk de tijd om wat tot rust te komen want rust heeft iedereen nodig. Die acties vreten aan je zenuwen omdat je iedere keer opnieuw de kans loop omver geschoten of voor je leven verminkt te worden. Daarnaast heb je als commandant steeds de zorg voor je mensen en moet je je voortdurend afvragen wat tijdens een actie wel en niet kan. Je moet zoveel mogelijk afbreuk doen aan de vijand, maar niet ten koste van alles. Daardoor leef je in een spanningsveld waarin je het een tegen het ander zorgvuldig moet afwegen en dan gewoonlijk op momenten en in situaties dat je amper tijd hebt om die zorgvuldigheid te betrachten. Ik hoop dat ik daarin toch geslaagd ben. Ik denk van wel want we hebben slechts een paar licht gewonden en de vijand steeds verslagen of op de vlucht gedreven.
Morgenvroeg gaan we verhuizen en Nellis Smits is doende mijn spullen in te pakken. Nellis is een goede oppasser, al denken sommige officieren daar anders over, omdat ze hem te vrijmoedig vinden, maar ook voor hem geldt het gezegde dat ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Ik heb veel plezier aan hem.
 
1 augustus;   We hebben onze intrek genomen in de krachtcentrale. De legering valt alles mee en voor mij kon er zelfs een eigen kamer af: Het is hier, onder de rook van Semarang, landelijk en vredig en op ons terrein loopt zelfs een kloek met kuikens rond. Niet zo landelijk is het feit dat een stel grieten uit de omringende kampong, zich al vertoond hebben. Ik heb ze weg laten jagen en gezegd dat als ze nog eens terugkomen we ze in het water zullen gooien. Ik vrees echter dat het niet zal helpen. Een gedeelte van mijn peloton is belast met de bewaking van een sluis en Roki Fijneman was vandaag al, zij het zonder succes, aan het vissen. De andere jongens hebben daar iets op gevonden en zijn gaan vissen met handgranaten. Niet slecht bedacht, maar dat kan en mag niet en ik heb ze dan ook moeten bestraffen met extra wachtkloppen, allemaal omdat de dader natuurlijk op het kerkhof lag Ook Roki ging voor de bijl want hij had het moeten verbieden en/of rapporteren. Als excuus voerde hij aan dat hij niets had gezien of gehoord;  die Roki.
Gelukkig dat ik het intern heb kunnen regelen want als onze vriend Piters er aan te pas had moeten komen zou het uitgedraaid zijn op flinke "douwen". Mijn oplossing lijkt beter.
 
Zondag 4 augustus 1946;   Een aanval op Semarang
Vanmorgen in alle vroegte begonnen de extremisten met een aanval op Semarang.
Het begon met mortier— en artilleriebeschieting, waarmede de vijand alleen bereikte dat we vroegtijdig wakker werden. Vooral het vliegveld, de Gombel en Djatingale moesten het ontgelden. De actie was echter dermate ongecoördineerd dat succes bij voorbaat was uitgesloten en honderden extremisten het leven verloren, men spreekt zelfs van 800.
Wij verloren 7 doden waaronder de bemanning van onze Mitchell, die vlak bij het vliegveld neerstortte. Men is nog uitgerukt om de bemanning te redden, maar bij aankomst op de plaats des onheil bleken ze reeds dood te zijn. Ook de sergeant Hiddes van de compagnie die het vliegveld bewaakt werd gedood.
Onze artillerie is de gehele dag in actie geweest en bewees weer eens dat het een dodelijk wapen is.
Wat heeft zo’n aanval voor zin ? Geen enkele, maar het was het werk van Soekarno. Hij had n.l. beloofd dat hij in de Poeasamaand, de heilige maand (augustus) Semarang zou veroveren, als verjaardagscadeau bij het één jarig bestaan van de republiek en hij op 17 augustus een parade op de Bodjong zou houden. Hij zou de Nederlandse troepen de zee in drijven, uitgezonderd de officieren, die onthoofd zouden worden. Onze hoofden zouden als versiering langs de route van de parade worden aangebracht. ( Gelukkig dat we deze ontsiering van de Bodjong hebben kunnen voorkomen)!!
Deze actie is natuurlijk een intrieste zaak en een smerige streek van Soekarno. Hij kon immers weten dat die slecht bewapende jongens geen enkele kans maakten om Semarang te veroveren. Er liepen er tussen die alleen een bamboespeer hadden, andere droegen alleen een rood— witte vlag en liepen zo hun dood tegemoet. Dit was geen oorlogsvoering maar een slachtpartij.
Wij, op onze detachementen, hebben niet zoveel van de actie bemerkt omdat onze posten niet zijn aangevallen en ik heb mijn tijd gevuld met het op en neer rennen tussen het krachtstation en de sluis.
De slag is inmiddels voorbij maar onze troepen blijven geconsigneerd.
5 augustus;  Onze troepen zijn uitgerukt om de gedode extremisten te begraven. Voor ons gaat het leven gewoon verder.
Bendik is juist op bezoek geweest en heeft beloofd voor een radio te zullen zorgen. Hij wil graag bij onze compagnie worden ingedeeld, maar dat zit er niet in.
Wij, dat wil zeggen, de pelotonscommandanten, hebben een langdurig gesprek gehad met Piters en alles nog eens op een rijtje gezet. Zo’n bespreking is wel vruchtbaar, al is het alleen maar door het onderlinge contact en het uitwisselen van gegevens. We hebben het ook over de aanval van j.l.. zondag gehad en ik vernam dat er onder de buitgemaakte spullen, Engelse rantsoenen zijn aangetroffen. Hoe kan dat en wat moeten wij denken over de Engelse wapens die wij regelmatig op de extremisten hebben aangetroffen? Misschien kunnen de Australische communisten hierop een antwoord geven.
Vannacht ben ik op pad geweest teneinde onze posten te controleren. De jongens hebben momenteel niet zo’n zware wacht en bovendien is het terrein ‘s nachts goed verlicht. Alleen de prikkeldraadversperring bevalt me nog niet, die moet hoognodig  verbeterd worden. Ik heb er zelfs aan gedacht de draad onder stroom te laten zetten, niet dodelijk maar voldoende om een flinke schok te krijgen.
Beekers is heel de morgen onze gast geweest Hij kampt met een voetaandoening. Er zit weinig of geen verbetering in. Het is niet ondenkbaar dat hij afgekeurd wordt.
 
11 augustus;  Nieuwe aanval op Semarang, zij het op kleinere schaal. Vannacht om vier uur was het alarm en trachtten de extremisten Semarang binnen te dringen.
Sommigen van hen bleken in de veronderstelling te verkeren daar een gedeelte van Semarang n.l. Tjandi sedert 4 augustus  in hun handen was. Het was een zielige vertoning en ze werden al spoedig op de vlucht gedreven, daarbij geleid door onze artillerie!
Slachtoffers zijn er, voor zover mij bekend, aan onze zijde niet gevallen. Het blijft deze maand uitkijken, een reden waarom de kolonel de consignatie niet heeft opgeheven.
Vannacht is het rustig gebleven, zelfs onze artillerie heeft gezwegen en "De Kortenaer", die er een week voor de kust heeft gelegen, is weer vertrokken. Het verhaal gaat dat de commandant, voor hij vertrok, een telegram aan de brigadecommandant heeft gestuurd waarin hij hem zijn dank betuigde voor het feit dat “De Kortenaer” ook wat had mogen schieten.
Het is een belachelijke zaak maar onze oorlogsschepen en vliegtuigen mogen praktisch nooit worden ingezet en als van Mook en Sjahrir nog lang blijven praten komt het nog zover dat wij ook alleen met pijl en boog mogen schieten!!
Onze rust is weer voorbij want wij zijn plotseling opgecommandeerd om de bewaking van ‘t vliegveld over te nemen omdat de compagnie die daar gelegerd is, door de afgelopen acties dermate vermoeid is, dat aflossing geboden is.
Zodoende vieren wij de 15e augustus niet op ons detachement maar op het vliegveld. gelukkig is ons toegezegd dat we maar 14 dagen behoeven te blijven. We hebben het hier niet gemakkelijk omdat we zeer intensief wacht moeten kloppen, aangezien het helemaal  niet uitgesloten is dat de extremisten deze maand opnieuw tot de aanval overgaan.
Het valt me weer op dat het op het vliegveld veel warmer is dan in Semarang, dat zal wel komen omdat het hier zo vlak is.
Zojuist hebben we de Marine op bezoek gehad, n.l. jongens van de "Piet Hein". Ze waren o.a. geïnteresseerd in onze stellingen. Dat kan ik me voorstellen want als marineman kijk je natuurlijk vreemd aan tegen dat gedoe van de landmacht.Ik hoop dat ze er iets van geleerd hebben en zich realiseren dat wij het hier in Indië veel moeilijker hebben dan de jongens van onze vloot.
 
Vandaag, 17 augustus, is het "Merdekkadag", d. w. z. de extremisten beschouwen zich vandaag één jaar bevrijd, omdat de republiek een jaar bestaat.
Vannacht hadden wij een aanval verwacht, maar het is in en om Semarang rustig gebleven. Ben wel de gehele nacht in touw geweest, omdat ik wachtcommandant was en er een patrouille uit was.
Aanvankelijk had Piters mijn peloton voor deze taak bestemd, maar ik had daar bezwaar tegen aangetekend omdat een ander peloton aan de beurt was.
Het was een mooie stille nacht en rond een uur of twaalf kwam de maan er door en werd alles licht. De patrouille rukte om twee uur uit en keerde om een uur of vier weer terug. Er hebben zich geen problemen voorgedaan en het was in feite een wandeling geweest. Veel hebben de jongens daarvan echter niet genoten, omdat je tijdens zo’n patrouille dermate gespannen bent dat je nergens van kunt genieten.
We hebben ook nog bezoek gehad van Dr. v. d. Plas, een van de vooraanstaande lui uit het Indië van voor de oorlog met Japan. Welke rol hij momenteel speelt is alles behalve duidelijk. Wel staat vast dat hij inmiddels Mohammedaan geworden is en hij door onze Indische mensen niet vertrouwd wordt.
 
Het is nu zondag en Piters heeft het nodig gevonden mij voortijdig uit mijn bed te trommelen voor een of andere onbenullige opdracht. Wat maakt hij het zich toch moeilijk. Hij kan zich niet ontspannen, piekert en twijfelt en roept bij wijze van spreken zijn pelotonscommandanten bij elkaar als, om voor hem onverklaarbare redenen, zijn schoenveter los is.
Wij proberen hem zoveel mogelijk te helpen, maar of het enig effect heeft, betwijfel ik. Je kunt immers iemand zomaar niet veranderen en hij zal wel problemen blijven houden zolang hij leeft.
Wat onze ontspanning betreft zit er beweging is. Er is n.l. een filmwagen op het vliegveld geweest en heeft een film gedraaid. Hij brak wel honderd keer af en het geluid viel herhaaldelijk weg maar het is een kniesoor die daar op let. Het begin is er en de intentie was goed. Gek idee feitelijk dat wij rustig buiten naar een film konden gaan zitten kijken, terwijl het vliegveld veertien dagen geleden nog onder extremistisch vuur lag.
Over extremisten gesproken; ik heb gelezen dat de commandant van Soerabaja het gezeur moe is en een grote actie heeft uitgevoerd waarbij tanks en artillerie werden ingezet.
De actie zou een groot succes zijn geweest; 150 extremisten werden neergeschoten en 600 gevangen genomen. Voorts zou hij een schrijven gericht hebben aan zijn tegenstander, een T. N. I. knaap, en daarin vermeld hebben dat deze actie nog maar een voorproefje was en er in het vervolg nog harder zal worden opgetreden. Ik geloof dat hij is om uiteindelijk de vrede te bewerkstelligen. De extremisten moeten weten dat ze beter met ons kunnen praten dan vechten.
In een krant las ik ook dat Henri de Greeve zich onnoemelijk aan het uitsloven is en de indruk wil wekken dat wij hier niets anders doen dan achter die bruine meisjes aanzitten. Als hij een sportieve vent was moest hij het lef hebben zelf eens te komen kijken en kunnen constateren dat de praktijk anders is. Vele jongens hebben op zijn schrijven gereageerd en hem verzocht hun brieven openbaar voor te lezen. Er zitten onder ons natuurlijk lieden — waar zijn die niet — die een scheve schaats rijden, maar dat is geen reden om te generaliseren. Hij bekladt daarmee duizenden jongens en zaait onrust bij het thuisfront. Ik dacht dat hij een andere taak had....
Aan het front is het momenteel vrij rustig en tot contact met de vijand komt het slechts incidenteel. Verliezen hebben we bij ons bataljon de laatste weken dan ook niet gehad.
Anders is het gesteld met de Stoottroepen, zij het niet door toedoen van de vijand. Eén van de terugkerende patrouilles is n.l. door eigen troepen onder vuur genomen met het trieste gevolg dat er verschillende gewonden te betreuren zijn. Hoe zo iets kan gebeuren is onbegrijpelijk maar het komt overal en bij alle legers voor en is gewoonlijk te wijten aan communicatiestoornissen of aan patrouilles die verdwalen en op punten uitkomen waar ze niet verwacht worden.
 
Vannacht zijn wij volledig gekleed naar bed gegaan omdat er een aanval op het vliegveld verwacht werd. Het is er gelukkig niet van gekomen, alleen hebben de extremisten op verschillende heuveltoppen vuren ontstoken. Waar dat voor nodig was is mij niet duidelijk. Ondanks dat heb ik, voor de eerste keer deze week, goed geslapen. Ik zal blij zijn als de augustusmaand voorbij is en onze tegenstanders weer normaal gaan doen en van het idee-fixe dat ze onkwetsbaar zijn, verlost zijn.
De dagen gaan niet meer zo snel voorbij. Je raakt hier wat uitgekeken en de patrouilles zijn niet van een zekere sleur ontbloot. Bovendien doet de consignatie, waardoor je in je bewegingsvrijheid zeer beperkt bent, er ook geen goed aan.
Augustus, in Nederland de vakantiemaand, hier een maand van spanning en ellende, warm met opvallend veel vliegen en zelfs ratten die je het slapen onmogelijk proberen te maken.
Van slapen is er overigens weinig gekomen aangezien ik met mijn peloton een nachtpatrouille had. Om kwart voor drie rukten wij uit. Eerst voorbij de prikkeldraad— versperring, daarna langzaam voorwaarts en zo geruisloos mogelijk, wat niet altijd lukte. Eén sectie links en één rechts van de weg. Daarachter de derde sectie en de staf
Amper onderweg, hoorden we mortiergranaten inslaan, waarschijnlijk in Semarang. Omdat we daar geen last van hadden, gingen we onverstoord voorwaarts, met sprongen zoals dat heet.
Je gaat zo’n veertig meter naar voren, neemt stelling en luistert. Zo leg je de gehele weg af, een ontzettend spannend gebeuren, vooral als je verwacht op de vijand te stoten.
Op een gegeven moment kwamen wij voorbij een kampong waar een hondengehuil in alle toonaarden ontstond. Wij passeerden zo snel mogelijk en zagen af en toe van die onverklaarbare lichtjes, even aan, even uit. Even later zagen we een groot licht en dachten aan een kampvuur van de extremisten. Nog langzamer, nog geruislozer slopen we naderbij en ik liet zelfs de jongens die geen gymnastiekschoenen aan hadden achter in het peloton plaats nemen. Het leek alsof er een paal in brand stond en ik dacht dat het een wegmarkering was, aangebracht door de vijand.
Dichterbij gekomen bleek het een geknakte boom te zijn, dicht bij de plaats waar op 4 augustus j. l. onze Mitchell was neergestort. Het vliegtuig had deze boom, van een niet geringe omvang, blijkbaar doormidden gevlogen en was daarna te pletter geslagen.
Waarschijnlijk was de boom daarbij in brand gevlogen en nu, aangewakkerd door de wind, opnieuw gaan branden. Van de vijand geen spoor.
Intussen ging de nacht over op de dag, zagen we wat we deden, versnelden het tempo en keerden langs de spoorlijn terug naar het vliegveld. Tien minuten later lag ik in bed doch kon de slaap niet vatten omdat ik nog te gespannen was. Je kunt natuurlijk stellen dat je je druk gemaakt hebt om en voor niets, maar het ellendige is dat je dat achteraf pas weet. Je moet de dreiging van zo’n nacht, zijn donkerte, zijn geluiden en brandluchtjes meegemaakt hebben om dit te kunnen begrijpen en aanvoelen.
We krijgen niet veel tijd om uit te rusten, want vanavond moet mijn peloton weer op wacht. De jongens bemannen met zijn drieën een stelling en hebben de beschikking over een lichte mitrailleur. Eén man observeert het voorterrein, éen bedient de mitrailleur en radio, 3 slaapt. Ze wisselen elkaar om de twee uur af. Dat wachtkloppen is, vooral gedurende de nachten, een zeer vermoeiende zaak en als ik officier van piket ben, heb ik de grootste moeite om wakker te blijven.
 
Ik heb zojuist naar de nieuwsberichten geluisterd en gehoord dat Dr. van Mook weer met Sjahrir gaat confereren en een of andere Engelse lord naar Batavia zal komen om te bemiddelen. Ik hoop dat de leden van de Malinoconferentie Soekarno aan zijn verstand kunnen brengen dat er maar een weg open staat n.l. samenwerken met Nederland, dit om vele mensenlevens te sparen en Java economisch te redden. Ik vrees echter dat er met deze man niet te praten valt.
Ik hoorde dat er aan onze aflossing gewerkt wordt en de le Divisie in september/oktober a. s. naar Indië zal vertrekken. Prins Benard heeft de troepen inmiddels geïnspecteerd. Er schijnen nogal wat zwaardere wapens tot de divisie te behoren. Ik hoop dat het waar is en ze ook, als het nodig mocht zijn, ingezet zullen worden. Ik ben voor een vredelievende oplossing, maar als Soekarno dat niet wil, moeten we met inzet van alle wapens Java zo spoedig mogelijk bevrijden en van die collaborateur verlossen.
Het is inmiddels 27 augustus en wij hadden stille hoop dat de vijand ons even met rust zou laten.
Het tegendeel bleek echter waar, want vanmorgen heeft een sectie van mijn peloton slag moeten leveren met 50 extremisten. IJzerlo, de commandant, had opdracht het voorterrein te verkennen en meer speciaal een kruispunt van wegen, bij ons beter bekend als de driesprong.
Aanvankelijk deden zich geen problemen voor en men kon ongehinderd stelling nemen. Al spoedig veranderde de situatie aangezien er een vijandelijke patrouille ter sterkte van 20 man naderde, goed bewapend en groen geuniformeerd. Sommige droegen zelfs helmen van Engelse makelij!.
Ondertussen kwam er ook nog een vijandelijke patrouille ter sterkte van 30 man in zicht. IJzerloo liet de eerste patrouille tot op twintig meter naderen, alvorens het vuur te openen. De gevolgen waren voor de vijand desastreus en de helft van de groep werd gedood of gewond. lJzerloo zelf raakte in een lijf aan lijf gevecht met de vijandelijke commandant betrokken en zou waarschijnlijk het onderspit gedolven hebben, ware het niet dat hij juist op tijd hulp kreeg van zijn brenschutter die met een vuurstoot een einde maakte aan het gevecht en het leven van de tegenstander.
Daarmede waren de problemen echter niet opgelost, want ook de tweede vijandelijke groep had inmiddels het vuur geopend. Teneinde niet onder de voet gelopen of ingesloten te worden besloot IJzerloo honderd meter terug te trekken, daar stelling te nemen en mortiervuur en versterking aan te vragen.
Het mortiervuur volgde prompt, doch kon het vijandelijke vuur niet tot zwijgen brengen, waarna ik besloot met twee secties uit te rukken en IJzerloo te ontzetten.
Wij waren spoedig onderweg en kregen even later contact met IJzerloo, waarna ik het commando overnam en besloot de kampong Djrakah stormenderhand te zuiveren en de driesprong met het daarbij gelegen stenen huis te bezetten. Dit lukte en de vijand sloeg op de vlucht met achterlating van nog twee doden. Vervolgens bleven we tien minuten in stelling liggen en keerden daarna langs de spoorbaan naar het vliegveld terug, waar ik opdracht kreeg binnen één uur een uitvoerig patrouilleverslag te bezorgen bij onze inlichtingendienst.
Die lui weten niet wat ze vragen. IJzerloo was n.l. psychisch dermate kapot dat hij zijn deel van het verslag alleen met mijn uitgebreide hulp op papier kon krijgen. Nu maar hopen dat dit echt de laatste actie van de maand is.
 
Onze hoop dat er deze "Poeassamaand" niets bijzonders meer zou gebeuren is niet ijdel gebleken want het is nu 31 augustus en de avond valt reeds, zodat extremistische acties niet meer te verwachten zijn. Gelukkig maar, dit ook omdat het voor mij een bijzondere dag is, aangezien ik vandaag één jaar getrouwd ben. Onze aalmoezenier was zelfs zo attent dit tijdens de Mis te gedenken en deze zelfs op te dragen voor het "gezin Verhulst". Dat "gezin" is er nog niet maar hij zal gedacht hebben;  wat er nog niet is kan nog komen. Wat een optimist
Ik ben zozeer met mezelf bezig dat ik haast zou vergeten te vermelden dat er, ondanks de spannende situatie in en rond Semarang, toch een parade is gehouden ter gelegenheid van de verjaardag van de Koningin.
Onze compagnie kon echter geen acte de presence geven omdat wij op het vliegveld geconsigneerd waren. Het ziet er overigens naar uit dat we maandag a.s. afgelost zullen worden en terug keren naar Semarang waar we opnieuw in het Paleis van Justitie gelegerd zullen worden.
Vandaag was er nog een majoor van de Voorlichting op het vliegveld en hij kwam eens kijken hoe het met het moreel van de compagnie stond. Ik heb een tijdje met hem gepraat.
Hij beweerde dat de oorlogsvrijwilligers na demobilisatie voorrang zullen krijgen bij het vervullen van rijksbetrekkingen en deze voorrang ook zal gelden voor mensen die in Indië demobiliseren. Als het waar is, een hele geruststelling ook voor Hoogenraad, want die is vast van plan hier in Indonesië een toekomst op te bouwen. Niet zo vreemd omdat hij, naar ik meen, hier is geboren, en het land en volk hem goed ligt.
Volgens die majoor komt er eind november a. s. een hele goed bewapende divisie naar Indië. Een optimistisch geluid, al vraag ik mij af hoe hoog je de gevechtswaarde van die dienstplichtigen moet schatten als het front aan het rollen gaat en we Java bezetten.
Niet de wapens, maar het moreel zal dan de doorslag moeten geven.
Over gevechtswaarde gesproken; De Brigadestaf heeft besloten het bataljon Stoottroepen te ontheffen van haar bewakingstaak en als reserve ter beschikking te houden voor het voeren van grotere acties. Gezien de ervaringen van de afgelopen maand een zeer goede zaak. Zo komen er immers troepen vrij die direct en op alle fronten inzetbaar zijn. Daarnaast moeten we ons wel realiseren dat het een gevaarlijke taak is voor de Stoottroepen, die toch al de meeste doden van onze brigade hebben.
Ook pater Piet gaat een moeilijke tijd tegemoet, omdat hij bij alle grote acties aanwezig zal dienen te zijn. Hij staat zijn mannetje echter wel.
 
2 september; We zijn weer terug in Semarang en hebben ons geïnstalleerd in het Paleis van Justitie. Vanmorgen hebben we zelfs al een patrouille gelopen waarbij zich geen bijzonderheden voor deden en wij de indruk kregen dat de extremisten zich uit de kampongs bij het vliegveld hebben teruggetrokken. Misschien zijn zij hun wonden aan het likken die ze de achterliggende maand hebben opgelopen.
Ze moeten toch wel onvoorstelbaar veel doden en gewonden hebben. Met de verzorging van de gewonden zouden ze trouwens de grootste problemen hebben, omdat er een groot gebrek aan medicamenten is en men voor behandeling terug moet vallen op Solo.
Onbegrijpelijk dat die Soekarno niet meer aanstuurt op onderhandelingen die tot een wapenstilstand kunnen leiden. Hij schijnt wel een gesprek gehad te hebben met de Engelse lord Killearn, een van de bemiddelaars bij het conflict, maar ik dacht dat er geen vooruitgang was geboekt
Ik hoor zojuist dat Ferd Nota een ernstig motorongeluk heeft gehad. Hij schijnt door een militaire tankwagen te zijn aangereden. Ferd heeft een smerige voetwond en kneuzingen. Zijn oppasser, Cor Farla uit Breda, is er nog ernstiger aan toe en het ziet er naar uit dat een onderbeen geamputeerd moet worden. Beiden zijn opgenomen in het Elisabethziekenhuis. Ik zal ze zo vlug mogelijk gaan opzoeken.
 
Vandaag vertrekt onze "oude" luitenant, de man met het kale hoofd. Hij is uit de medische sector afkomstig en krijgt, naar zijn zeggen, een goede job bij de geneeskundige dienst in Batavia. We zullen hem ongetwijfeld missen want hij was een aardige vent die een hoop ellende in zijn huwelijk heeft meegemaakt en toch overeind is gebleven.
Hij is de enige man die ik ken die in het bezit is van een verklaring van goed zedelijk gedrag afgegeven door... .zijn ex-vrouw.
Ons clubje jonge officieren wordt ook steeds kleiner nu Ferd ongetwijfeld zal afvallen en vervroegd naar Nederland zal terugkeren.
Ik meen dat er nog maar drie of vier bij een tirailleurscompagnie ingedeeld zijn, de anderen vervullen functies achter het front. Er heeft dus ook een soort selectie plaats gehad en de meeste zijn uiteindelijk in "veiligere" functies terecht gekomen, waaruit maar blijkt dat niet iedere officier geschikt is voor het frontwerk!!
Ik ben op ziekenbezoek geweest bij Ferd Nota en Farla. Ferd was wat koortsig maar stelde het naar omstandigheden redelijk goed en hoopte dat zijn voet gespaard kon blijven.
Met Cor Farla ging het slechter, want zijn been is inderdaad geamputeerd. Hij lag er wat zielig en hopeloos bij en ik kreeg het zowaar nog even te kwaad toen hij aan het einde van het bezoek vroeg :"Luitenant, wil je vanavond voor me bidden?" Ik heb het beloofd en ben stilletjes weggegaan.
Er is ook nog goed nieuws; Piters is n.l. kapitein geworden en zelfs met terugwerkende kracht vanaf 15 september 1945. Deze bevordering zal zijn moreel ongetwijfeld ten goede komen en hopelijk die rust in zijn optreden brengen die nodig is om als compagniescommandant beter te kunnen functioneren. Op zijn uitnodiging ben ik met hem naar de bioscoop geweest. De meeste bioscopen waren uitverkocht en uiteindelijk moesten we genoegen nemen met een oorlogsfilm en wel over de verovering van Tunis. Wat is dat een bloedbad geweest met zo’n 70.000 gesneuvelden, waaronder 35.000 Engelsen, die dus ook wel wat anders gedaan hebben dan ons hier in Indië voor de voeten te lopen.
Ik heb een hele tijd niet meer over post uit Nederland geschreven en dat komt omdat onze brieven vrij vlot doorkomen, al gaat er wel eens eentje een tijdje de mist in.
Dat de post ook wel eens voor verrassingen kan zorgen bleek vanmorgen een van onze sergeanten van onze compagnie. Hij kreeg n.l. een brief van zijn ex-vrouw waarin zij hem mededeelde een welgeschapen kind gebaard te hebben en hoewel de scheiding al meer dan 300 dagen geleden was uitgesproken, zij gemeend had het toch maar op zijn naam te laten inschrijven bij bevolking. Ze schreef verder: "Je weet wel dat het kind niet van jou is, maar omdat ik pas in oktober a. s. kan hertrouwen, leek me dit het beste". Het zal je maar overkomen.
Vandaag heb ik Hoogenraad nog ontmoet in de mess. Hij heeft momenteel het commando over Ambonezen. Kleine, donkere kereltjes die voor geen hel of duivel bang zijn en er het liefst met een klewang op los gaan.
Ambon levert al eeuwen soldaten aan het K. N. I. L en zij zijn daar geweldig trots op en voelen zich verheven boven andere Maleis bevolkingsgroepen.
Hoogenraad lijkt mij de man bij uitstek om met deze mensen om te gaan al moet ik er wel bij vertellen dat hij toch het liefst weer terug zou willen komen bij ons bataljon.
Ik denk dat "rooie Piet" dat ook wel zou willen, want ik hoorde in de mess dat hij in Batavia een bureaufunctie vervult en teruggesteld is tot 1e luitenant. Van zijn opvolger, de majoor van Welzenes kan ik nog weinig hoogte krijgen. Hij is in ieder geval prettiger en ongedwongen in de omgang, echter nogal ruw in zijn mond en slordig op zijn kleding. Dit laatste in tegenstelling tot zijn voorganger, de majoor Schilt, die zich keurig verzorgt en altijd "heer" is.
Wat zij militair voorstellen weet ik niet, dat zal de toekomst moeten uitwijzen.
Het is wel opvallend dat er nu ‘s avonds meer officieren in de mess aanwezig zijn en men ongedwongen met elkaar converseert onder het genot van een borreltje.
Misschien dat 6 R I toch nog een geheel wordt!!
 
Vandaag, 13 september, ben ik met een patrouille op pad geweest die tot taak had verkenningen te verrichten in de omgeving van het oude vliegveld en na te gaan of het mogelijk is daar een onderdeel te legeren. Bij de patrouille waren ook de nieuwe bataljonscommandant en een majoor van de brigade. Legering leek ons wel mogelijk, maar het grote probleem is de aanvoer van water.
Dat moet echter op te lossen zijn door het inzetten van een tankauto vanuit Semarang. De omgeving van het oude vliegveld is prachtig en onder normale omstandigheden zou ik er best willen wonen. De patrouille verliep verder probleemloos en rond twaalf uur waren we weer terug in de stad.
De verkenning wijst er wel op dat er plannen bestaan tot het inrichten van buitenposten teneinde de cirkel rond Semarang te vergroten o. a. de vijandelijke druk op het vliegveld weg te nemen. Het zat mij dan ook niets verwonderen als we eind deze maand Semarang verlaten en een buitenpost betrekken. Dat zat ongetwijfeld de eerste stap zijn in de richting van uitbreiding van het door ons bezette gebied.
Indirect zou zoiets ook ten goede komen van de inwoners van Semarang, omdat ongetwijfeld de bevolking van de door ons beveiligde kampongs zal terugkeren en o. a. de sawah's weer zal gaan bebouwen.
We hebben er inmiddels een vaandrig en een sergeant—majoor bij gekregen.
De vaandrig heet Warmer en hij is van huis uit van de marechaussee. Hij is ouder dan wij en reeds kalend, vlot in de omgang en goed "gebekt". Daarnaast is hij blijkbaar een linke jongen want hij is erin geslaagd zijn vrouw naar Semarang te laten overkomen, alhoewel je je kunt afvragen of dat wel zo wijs is omdat zij, als het front gaat rollen, moederziel alleen in Semarang moet achterblijven en met al de ellende voortvloeiend uit de acties geconfronteerd wordt. Wij kunnen in onze brieven alles bagatelliseren, zij ziet en beleeft de werkelijkheid.
De sergeant—majoor heet Sinke en ik heb hem al ontmoet tijdens ons verblijf in Johore Barhu. Hij lijkt me een geschikte knaap, al zal het feit dat hij geen officier is geworden, een frustrerende werking op hem hebben.
Ons front is in beweging gekomen en vandaag, 17 september, is de 2e compagnie naar het oude vliegveld vertrokken om daar een kampement in te richten.
Iedereen wordt ondergebracht in tenten, licht wordt verkregen via een aggregaat en water dient te worden aangevoerd vanuit Semarang.
Ik ben benieuwd hoe je in tenten de natte moesson moet overleven en welke problemen zich bij het patrouilleren zullen voordoen als er een stortbui komt en de stille kali’s omgetoverd worden tot woeste rivieren.
Bovendien krijg je natuurlijk de vraag hoe de extremisten zullen reageren. Zo’n buitenpost is uiteraard een zeer kwetsbaar punt en een voortdurende paraatheid is geboden.
Ik ben nog even op bezoek geweest bij Ferd Nota en Cor Farla.
Ferd gaat langzaam vooruit, maar het zat een langdurige kwestie worden, omdat zijn voetzool praktisch weg is en van  lieverlee weer moet aangroeien. Wonden genezen hier opvallend slecht en ik heb me laten vertellen dat de zon alleen ‘s morgens een half uur wat geneeskrachtige werking heeft. Het is dan ook veel beter, jongens met dergelijke kwetsuren over te brengen naar hoger gelegen gebieden zoals Bandoeng
Ook met Cor Farla gaat het vrij goed en ik dacht dat hij de grootste inzinking wel te boven is al kan ik me voorstellen dat het heel wat tijd vergt alvorens je het verlies van een been hebt kunnen verwerken.
Het vertrek van de 2e compagnie heeft o. a. met zich gebracht dat onze compagnie het Paleis van Justitie heeft moeten ontruimen. Wij zijn nu ondergebracht in de “Tijgervilla” aan de Bodjong. Ik heb daar een uitstekende kamer met uitzicht op een mooie brede straat.
De ene dag zit je in een tent en word je bijna opgevreten door ratten, de andere dag ben je luxueus ondergebracht, al moet ik er wel bij vertellen dat het zich laat aanzien dat we hier niet lang van de Tijgervilla zullen kunnen genieten, omdat onze compagnie elders een voorpost moet gaan inrichten