| Vrijdag
19 december 1947.
Vannacht
gaan we op actie. Moeten alles klaar maken. Om 16.30 u
vertrekken we met de truck. We hebben eerst gegeten voor we
vertrokken en onze veldbedden moesten we meenemen en achterlaten
in Wiroe. Van ons peleton moesten 10 man en van het 1e en
3e pel,.ook 2 secties. We werden ingedeeld bij de 4e compie. Om
18.00 u waren we daar gearriveerd. Daar kregen we gelijk warm
eten en dat smaakte altijd. Daarna wachten tot 23.30 u. We lagen
kris kras op de tafels en baken te slapen. We werden om 23.00 u
gewekt. Een paar boterhammen, daarna vertrokken we naar ons oude
bivak in Reksosarie. Het was erg donker. We zaten op de 2e wagen
en achter ons volgden nog eens tientallen trucks en jeeps. Het
was een mooi gezicht al die lichtjes van de colonne wagens op de
slingerde wegen. Om 24.00 u waren we in Reksosari. Daar was het
ook een hele drukte in het donker rond ons bivak. Er waren ook
pelotons van Stoottroepen en 7 R.I.
Zaterdag
20 december'47 24.00u.
Ons
peloton moest voorop omdat het voor ons, de 2e comp. van 6
RI een oude actie en bekende weg. We liepen naar de
uitgangsstelling.Het was al wat lichter geworden door de
maan. De leiding van deze actie had Majoor Koerselman.
In
totaal 8 pelotons Infanterie met zware mortieren en 13
paarden. Ook de waarnemers (radiomensen) die hun radioset en
verbindingsmateriaal per paard vervoerden.
Om
14.00u kwamen we aan onze uitgangsstelling en het werd al
lichter. Na veel geharrewar over modderige steile
paden in het ruwe heuvelachtig terrein. Vooral voor de
paarden was het lastig, maar het was kinderspel vergeleken
met wat we later op die dag mee maakten. Tot het licht werd
om 05.30 u op een smal pad blijven liggen tot nadere orders
van de leiding. We zaten voor een ravijn van 30 m diep op
een smal pad. Daar kon geen paard overheen ( en vliegende
paden hadden we niet ) Een paar anderen en ik waren
uitgegleden en gevallen, daarbij had ik mijn knie nogal
bezeerd en mijn schoenzool met hak had losgelaten door
het geklauter over die losse stenen. Dat wordt wat met die
kapotte schoen. We gingen door over kampongpaden, ruw en
oneven, over rolstenen en modder. Nu liep de 4e compie
voorop.
Om
07.00u stopten we en ik heb vier sneden brood naar binnen
gewerkt. Ik had honger en we zouden toch om 13.00 u weer
thuis zijn en het zou een tocht worden van 30 km. Nu het
zijn er 45 km geworden. We zijn ongeveer 15km over de
demarcatielijn geweest.
Het
ging steeds verder en de wegen en paden werden steeds
slechter. Dwars door sawah's enz. Plotseling rechts voor ons
het vuren van karabijn en geweerschoten. Het vijandelijk
vuur werd beantwoord door brens en andere automatische
wapens. Snel het geleende geweer ontgrendelen ( patroon in
de kamer ) en kijken naar alle kanten. Links en rechts
vielen ook schoten (snipers). De twee pelotons voor ons
kregen flink vuur. We liepen door en daalden een steil pad
af en keken uit over een grote sawah. Recht de Kali ( rivier
) voor ons de stuwdam en verder heuvels en links
bomengroepen. Het bleef rustig tot we beneden aan de sawah
kwamen. Toen barstte van alle kanten en overal het vuur uit.
Het helle knallen van karabijnen, met onze zware doffe
knallen vermengd. Daartussen het ratelen van de brens. Van
alle kanten kwam het vuur. Voor en
zijwaarts......fuut......fuut vlogen de kogels om ons heen.
In de bomen zaten ze, maar waar? Tinus B. nam de
bomen onder vuur van 50 a 100 m. Die ploppers zaten
dichterbij dan we zelf wisten. Van overal werd het
vuur beantwoord door de jongens. Zelf schoot ik op een boom
waar ik wat zag bewegen. We gingen steeds door. De stuwdam
gedekt over en maar rond kijken met het geweer in de
aanslag of je iets kon zien in de bomen en struiken.
De
mortieren met de paarden bleken een mooie partij voor de
peloppers te zijn. Ze stonden ongedekt met de paarden.
De
compagnieën zwenkten naar rechts, nog steeds vurend.
Onze 2 inch mortier moest naar voren en al spoedig sloegen
de granaten knallend in. Peng, peng, klonk het dichtbij.
Waar zaten die verdomde kerels toch? Niets te zien. Dan maar
door. De rest kwam toch achter ons aan. Later hoorden we dat
er een sniper is neergeschoten. Een van onze sobats (
stafbrigade ) is gewond aan zijn been.
We
kwamen in een verlaten kampong, geiten en kippen liepen los.
Enkele oude mensen waren achtergebleven. Die werden
verhoord door onze tolken. We bleven liggen in de
kampong tot alles zich had aangesloten. Plotseling kwam onze
artillerie in actie en die beukten op de vijandelijke
versterkingen. Een Auster verkenningsvliegtuig vloog laag
over en gaf de correcties aan. Ik zag een oude man met
een kind op de arm in een hut. Hij schrok toen hij mij zag.
Om hem gerust te stellen gaf ik hem een sigaret en vuur en
aaide het kleintje over zijn hoofd, wat hij fijn vond. De
arme kerel was geschrokken van die geweerschoten.
Toen we even stilstonden moesten Tinus en nog een paar
jongens op de hurken hun grote boodschap doen in een gootje.
Volgens Tinus hoefde hij hierna minder te dragen . Dus je
kun je wel voorstellen van die grote hoop die achter liet.
Daarna kwamen we op een een gebied met kale heuveltoppen.
Links en rechts zagen we een stel peloppers hard wegrennen
naar het beboste gedeelte. Het begon nu heet te
worden. Het vuren was nu gedaan. Wel af en toe een schot van
de andere compagnies, die een paar kilometer van ons
verwijderd waren. Nu kwamen we op een tamelijk grote weg met
bomen. Grote dikke bomen lagen dwars over de weg. Ook waren
er bruggen opgeblazen. enz.
Schoen
nr. 2 ging ook kapot. De zolen hingen helemaal los. Met touw
en ander bindsel vastgebonden anders liep ik op blote
voeten. Bij een kapotte brug werd gerust en ik moest met een
ander de rustende troep dekken met de bren die ik weer had
overgenomen. Rechts was een goedang van T.N.I.
We
hebben daar een uur gezeten, daarna weer voorwaarts tot we
weer aan een wegversperring kwamen. Daar zaten de
artilleriewaarnemers vast met hun paard. Het kon die dikke
boomstam niet over en links en rechts ook niet. Links aan de
sawahkant geprobeerd en daar zat het arme beest vast in de
modder met het water tot aan zijn buik en de zware radioset
met accu's op zijn rug. Wij probeerden het paard te helpen.
Een van de soldaten probeerde onder water de buik van het
paard met zijn rug omhoog te drukken. Ze hebben de accu's en
radioset van zijn rug moeten doen. We kregen orders om door
te lopen. Toen wij als laatste drie van het peloton
achterbleven bij de radiomensen. De anderen liepen maar
door. We riepen nog dat ze moesten wachten. Ja, wij waren de
laatste van die groep en zij, de radiomensen, met paard
hadden geen wapens, enkel een pistool en een sten. En dat
middenin vijandelijk gebied! Ik had de bren en de
andere helper had een geweer. Tot overmaat van ellende begon
het weer te regenen en in een oogwenk waren we doornat. De
jongens stonden nog te zeulen en te trekken om het
paard uit de modder en het water te krijgen. Het heeft bijna
een uur geduurd. Teugel en halster waren gebroken. Later
kwamen er nog 5 man van de Stoottroepen met een radio, die
waren teruggestuurd om hun mensen te helpen. Wij
drie, de brengroep, gingen toen verder om ons bij ons
eigen peloton te voegen. We waren juist bij een driesprong
toen kapitein Wolzak aankwam en vroeg wat er was dat wij zo
laat waren. We vertelden hem, waarom en hoe en moest "Saja"
met de bren moederziel alleen achterblijven op de driesprong
om de radioploeg te dekken. Tinus en Klaas Groen
moesten met Wolzak mee. Een luitn. van het I.V.G. kwam
nog naar mij toe en vroeg of ik een handgranaat bij me had
om een geboobytrapt huis te laten springen. Hij kreeg er een
van de radiomensen. Ik kreeg nog een gevangene bij mij om te
bewaken. Eindelijk kwam de groep radiomensen met de
vijf man van de Stoottroepen achter de heuvel vandaan
met hun paarden. Ook het bewuste paard wat vastgezeten had
in de modder van de sawah.
Daarna
voorwaarts, nadat eerst het huis opgeblazen werd. Die luitn.
kwam nog met een bende papieren terug. Bij de volgende
driesprong stond een machtige bunker, goed gecamoufleerd. We
kwamen de 1e compagnie nog tegen die links uit de sawah
kwam. Er kwam ook nog een gedeelte van ons peloton terug om
te kijken hoe het met ons ging. Van hen hoorde ik dat we de
kali niet over konden, omdat het water fors hoger werd en
bandjirde door de regenbuien. Een gedeelte met de zware
mortieren was heelhuids kunnen oversteken. De laatste
man was Sjir Timmermans die bijna meegesleurd en haast
verdronken was door de stroming. Ze hebben hem er nog net op
tijd uit kunnen halen. De rest van de mensen moest omlopen.
Dat wordt uren later voordat wij in Reksosari zijn.
Ik
kon slecht lopen op mijn kapotte schoenen. Hier en daar liep
ik een hut binnen om bindtouw te zoeken, zodat ik de zolen
kon vastbinden. Het werd een ellendige terugtocht. Er
raakten soldaten achter. Ook ik sukkelde achter met mijn
bren, dat loodzware kreng. De groot-majoor gaf het 6
kilometer van Reksosari ook op, terwijl hij niets te dragen
had en ondersteund werd door zijn oppasser. Nog een paar
maal gerust. Ik had honger en dorst.
Daarna
weer heuvel op en af. Ik liep zowat op mijn wenkbrauwen en
dacht: "Volhouden, volhouden" en op de heuvel
probeerde ik te neuriën. Slof, slof ging het en de touwen
om mijn schoenen waren weer versleten. Zo was het met vele
jongens. Er lagen er een paar langs de kant van de weg,
anderen liepen elkaar te ondersteunen. Na nog een
helling was ik te moe en vroeg een waarnemer die niets te
dragen had of hij de bren even kon overnemen, wat hij ook
deed en ik slofte weer verder de helling op. Bovengekomen
wat gerust en op de anderen gewacht. Daar stond Jan Seelen
te wachten en heeft de bren van mij overgenomen en ik zijn
stengun. De touwen van mijn schoenen waren weer doorgesleten
en de zolen hingen weer los, daardoor raakte ik weer achter.
Eindelijk
kwamen we bij de kapotte brug aan en daar wachtte twee
carriers voor de meest vermoeide mensen. Ik in de carrier en
kreeg een sigaret van die jongens. Spoedig kwam de rest van
de doodvermoeide soldaten binnen ofschoon nog niet allen
binnen waren. De arme paarden werden ontlast van de
accu's en radiosets. Er moeten ook paarden met mortieren
zijn. Ik geloof dat die al binnen waren of nog moesten
komen. Of dat die nog over de kali zijn gekomen voordat die
te hoog werd om over te komen. Afgeladen reden de carriers
met Ambonezen, KNIL en K.L.militairen naar Reksosari. Om
18.30 u kwamen we daar aan. Overal waren we groepen soldaten
gepasseerd. Ik zag Jan Seelen nog met de bren op zijn rug op
een kilometer van het kamp en ik schreeuwde hem toe om de
bren aan mij over te geven. Hij moest toch , nu zonder bren
, verder lopen.Het was donker toen we in het kamp aankwamen.
Plenty belangstelling van de groepen die op tijd over de
kali waren gekomen en al uren binnen waren. De kolonel
(
Brigade Commandant T brigade ) was er ook. Die was kwaad. We
waren ook 6 uur te laat binnen en hij zag hoe we mannetje na
mannetje binnendruppelde. Kapot en doodvermoeid. Er werd
koffie uitgedeeld en toen met de truck naar "Wieroe"
naar de 2e compagnie. Om 20.30 u in Tempoeran naar ons
bivak. Vlug gegeten en gewassen en het bed in. Nu waren we
als gebroken. Bah, nooit meer zo'n tocht! De dokter zal het
wel merken. Het laatste restje energie knijpen ze uit ons
lichaam. Vanwege de kapotte schoenen zijn mijn voeten stuk
gelopen. Maar dat muisje zal wel een staartje krijgen voor
de actie commandant Koerselman!
Zondag
21 dec. 1947, Tempoeran.
Vanmorgen
mijn bren en de magazijnen gepoetst, daarna wat gelezen.
Ik kon niet slapen, werd steeds wakker. Ik wilde nog wat
schrijven maar dat ging niet. Met moeite mijn dagboek
geschreven. Ik ben nog moe en voel me gebroken. Vannacht
vrij van wachtdienst, morgenvroeg om 6.00u weer met een
kleine sectie op patrouille van ( 9 uur ) ± 20 km
en 21 kampongs doorzoeken en controleren. Dat is alles
wat er te melden valt.
Ten velde door soldaat H.G. van Oosterhout
2-II-6 RI Tempoeran Java.
Aanvullende
gegevens: Ik zelf heb in Rotterdam Zuid gewoond en ben in
de oorlog samen met mijn broer naar Limburg vertrokken,
omdat mijn broer een oproep had gekregen om verplicht in
Duitsland te gaan werken Van beroep was ik
kleermakersleerling en in Limburg de staatsmijn Hendrik
in. En dat was zwaar werk, als kleermaker met naald en als
mijnwerker met afbouwhamer en schop, maar je, je wordt er
gehard door. Mijn ouders zijn ook in de oorlog naar
Limburg gekomen, zodat het gezin herenigd was. De
bezetting in de oorlog zijn we redelijk door gekomen. Wel
schade gehad toen in Geleen de staatsmijn Maurits
gebombardeerd was. Toen kwam de bevrijding in sept.'44 en
ik in oktober bij de bewakingstroepen bij Amerikanen en
Engelsen dienst deed en ook bewaking van NSBers en
Duitsers. In jan."45 als OVW naar Duitsland bij de
Amerikanen als bezetting en in mei'45 naar Frankrijk in
Fournes in Depot. Daar zijn de compagnieën gevormd
tot 1-2-6 RI. Wij zijn in augustus 1945 in Sittard
terechtgekomen en 15 oktober vanuit Sittard via Engeland
met de Nieuw Amsterdam naar Malakka Morib beach vertrokken
en de Sommelsdijk naar Semarang zijn gedebarkeerd, maart
1946 en in juni 1948 naar huis
|